Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Soedan

Oktober 2014 | Suzanne van Hooff

Inleiding

De Republiek Soedan wordt sinds haar onafhankelijkheid in 1956 geteisterd door verschillende aanhoudende interne conflicten die vrijwel allemaal het gevolg zijn van de politieke en economische uitsluiting en onderdrukking van de periferie door het regime in Khartoum. De oppositiepartijen in de periferische gebieden eisen gelijke rechten en werken ook vaak samen tegen de regering. De regering in Khartoum regeert echter vanuit een ideologie die weinig ruimte laat voor een diversiteit aan volkeren, cultuur en opvattingen. In alle interne conflicten hebben ernstige mensenrechtenschendingen plaatsgevonden. Door de repressieve politiek van de regering in Khartoum is ook de mensenrechtensituatie in het land erbarmelijk; zo zijn journalisten en activisten er bijvoorbeeld niet veilig voor de veiligheidsdiensten. In 2011 is het voormalige Soedan na een referendum opgedeeld in twee staten: Soedan en Zuid-Soedan. Binnen het huidige Soedan vinden er nog altijd veel conflicten plaats tussen de regering in Khartoum en de periferische gebieden. Het conflict in Darfur is het meest bekende. De conflicten zijn nu onder te verdelen in: interne conflicten in Soedan; conflicten tussen Soedan en Zuid Soedan. Naast het conflict in Darfur, vinden er nog andere interne conflicten plaats Soedan. Daarnaast zijn er aanzienlijke spanningen tussen de twee nieuwe soevereine staten Soedan en Zuid-Soedan. Bijzonder aan de conflicten is de betrokkenheid van het Internationaal Strafhof. De leider van de Republiek Soedan, President al-Bashir, is in 2009 aangeklaagd door het Internationaal Strafhof in Den Haag op verdenking van genocide (stelselmatig uitmoorden van een bepaald volk), oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid voor zijn aandeel in het conflict in Darfur.

Chronologie

1955 – De Eerste Soedanese Burgeroorlog breekt uit tussen het noorden en zuiden.

1972 – Het Addis Abeba vredesakkoord wordt gesloten dat het eerste Noord-Zuid conflict beëindigd en een mate van autonomie voor zuidelijk Soedan regelt.

1983 – De Tweede Soedanese Burgeroorlog breekt uit tussen de zuidelijke oppositiebeweging SPLM onder leiding van John Garang, en de noordelijke Soedanese overheid.

1989President al-Bashir komt aan de macht via een militaire coup.

2003 – De overheid en de SPLM sluiten het Machakos Protocol. De oppositiebeweging in Darfur komen in opstand tegen de overheid.

2005 (januari) – De Comprehensive Peace Agreement, het vredesakkoord tussen de overheid en de SPLM, wordt getekend.

2005 (maart) – De VN Veiligheidsraad verwijst de situatie in Darfur door aan het Internationaal Strafhof.

2006 (mei) – De overheid en de grootste oppositiebeweging in Darfur, de Sudan Liberation Movement sluiten een vredesakkoord.

2006 (oktober) – De VN’s hoogste gezagsdrager in Soedan, Jan Pronk, wordt Soedan uitgezet vanwege zijn kritiek op de regering in Khartoum. 

2007 (mei) – Het Internationaal Strafhof klaagt een Soedanese minister en Janjaweed-leider aan.

2007 (juli) – De VN stelt de United Nations African Union Mission in Darfur (UNAMID) in. 

2009 (maart) – Het Internationaal Strafhof vaardigt een arrestatiebevel uit tegen President al-Bashir op verdenking van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Darfur.

2009 (juli) – Het Permanente Hof van Arbitrage beslist op verzoek van de Soedanese overheid en SPLM over Abyei en plaatst het grootste olieveld in het noorden.

2009 (december) – Het noorden en het zuiden komen tot overeenstemming dat het zuiden in een referendum in 2011 over haar toekomst zal beslissen. 

2010 (juli-augustus) – Het Internationaal Strafhof wijzigt het eerder uitgevaardigde arrestatiebevel tegen President al-Bashir zodat het ook genocide bevat.

2011 (januari) – Het zuiden stemt massaal voor de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan.

2011 (juli) – Republiek Zuid-Soedan wordt een onafhankelijke staat.

2011 (december) – Het Internationaal Strafhof klaagt de Soedanese Minister van Defensie aan voor oorlogsmisdaden in Darfur.

2012 (februari-april) – Soedan en Zuid-Soedan tekenen een non-agressie pact maar er breken echter alsnog gevechten aan de grens uit, voornamelijk over de status van Abyei (zie: “Zuid-Soedan” op de conflictenteller).

2012 (september) – Na vredesbesprekingen in Ethiopië sluiten Soedan en Zuid-Soedan akkoorden over veiligheid, handel en olie. Ook wordt er een gedemilitariseerde zone ingesteld. Dit is een bufferzone waarin geen militairen mogen komen.

2013 (januari) – Verschillende oppositiegroepen tekenen de New Dawn overeenkomst waarin ze gezamenlijk als het Soedan Revolutionair Front hun visie op de toekomst van Soedan als seculiere, multiculturele en multi-etnische staat bekendmaken. 

2013 (oktober) – Er wordt een onofficieel referendum gehouden in Abyei. 99,9% van de stemmen is voor voeging van Abyei bij Zuid-Soedan.

2014 (april-mei) Het Soedanese leger begint het “beslissende zomer offensief” tegen de oppositie in Zuid-Kordofan en Blue Nile.

Betrokken actoren

Bij een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen, rebellen groepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijvoorbeeld de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren die een rol speelden in het conflict in Soedan en hun standpunten kort beschreven.




De regering van Soedan

De National Congress Party (NCP) van President al-Bashir regeert Soedan sinds het in het midden van de jaren negentig is ontstaan uit de National Islamic Front (NIF) van Dr. Hassan Al-Tarubi. Al-Tarubi’s NIF speelde een grote rol in de NCP-regering tot dat deze in 1999 bij al-Bashir uit de gratie viel. NCP’s ideologie komt voort uit het Islamisme, de leer die de Islam als uitgangspunt neemt voor het publieke en politieke leven, en het panarabisme, een beweging die het verenigen van Arabische volkeren tot doelstelling heeft.


SPLM/SPLA

De Soedanese Volksbevrijdingsbeweging (Engels: Sundanese People’s Liberation Movement; SPLM) is de zuidelijke oppositiebeweging die vanaf de tweede Soedanese burgeroorlog in 1983 tegen verschillende regimes in Khartoum heeft gevochten tegen de marginalisering van het zuiden van Soedan. De Soedanese Volksbevrijdingsleger (Engels: Sudanese People’s Liberation Army; SPLA) is de militaire tak. Opereert officieel niet meer in Soedan sinds de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan.

 

SLM/SLA 

De seculiere Soedanese Bevrijdingsbeweging (Engels: Sudan Liberation Movement; SLM), ook wel de Soedanese Bevrijdingsleger (Engels: Sudan Liberation Army; SLA) genoemd, opereert in Darfur en strijd tegen de regering in Khartoum vanwege de marginalisering van de bevolking in Darfur. 


JEM

De seculiere Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (Engels:Justice and Equality Movement; JEM), een oppositiebeweging in Darfur, die tegen de regering in Khartoum voor gelijke rechten voor de lokale bevolking strijdt. 


Soedan Revolutionair Front (SRF) 

Het Soedan Revolutionair Front (Engels: Sudan Revolutionary Front, SRF) is een groep verenigde oppositiegroepen, bestaande uit voornamelijk JEM en SLM/SLA. De SRF wil alle Soedanese oppositiegroepen verenigen in de strijd tegen de regering in Khartoum die volgens hen de volkeren buiten de hoofdstad buitensluit en achterstelt. 


Janjaweed 

Een militie in Darfur bestaande uit lokale nomadische Arabische stammen die zich grotendeels op paarden en kamelen voortbeweegt en aanvallen uitoefenen tegen de lokale bevolking van Darfur. De Soedanse regering ontkent alle betrokkenheid bij de Janjaweed.


Sudan People’s Liberation Movement-North (SPLM-N) 

Een van de SPLM-afgeleide oppositiebeweging die sinds 2011 actief is in de grensprovincies Abyei, Zuid-Kordofan en Blue Nile die strijdt tegen de regering in Khartoum voor gelijke rechten voor alle Soedanezen.


Het Oostelijke Front  

Het Oostelijke Front (Engels: Eastern Front) bestaat uit oppositiebewegingen in Oost-Soedan die tegen de regering in het noorden strijden omdat ze van mening zijn dat ze gemarginaliseerd worden door de regering in Khartoum. 


De Bevrijdings- en Rechtvaardigheidsbeweging 

De Bevrijdings- en Rechtvaardigheidsbeweging (Engels: Liberation and Justice movement) is een oppositiebeweging onstaan uit meerdere kleine oppositiegroeperingen in Darfur in 2010. 


Internationale actoren

De regering van Zuid-Soedan 

Soedan is in conflict met de Zuid-Soedanese regering over onder andere het grensgebied Abyei. De Zuid-Soedanese regering wordt er door Soedan van beschuldigd SPLM-N te steunen. De regering in Juba ontkent dit. 


De regering van Tsjaad 

Soedan is in conflict met de regering van Tsjaad. Beide regeringen beschuldigen elkaar ervan oppositiebewegingen op elkaar grondgebied te steunen. De Soedanese regering beschuldigt de regering van Tsjaad ervan JEM te steunen.  


Verenigde Naties (VN)

De VN is een internationale organisatie waarbinnen 193 staten samenwerken op thema’s als vrede en veiligheid, mensenrechten en de internationale economie. UNAMID – de vredesmissie bestaande uit Afrikaanse Unie en VN troepen in Darfur. In 2008 nam de VN UNAMID geheel over.

 

Afrikaanse Unie (AU)

De Afrikaanse Unie is een internationale organisatie waarbinnen 53 Afrikaanse staten samenwerken op het gebied van vrede en veiligheid, mensenrechten en ontwikkeling. De Afrikaanse Unie was een partner van de VN in UNAMID tot 2008. 


Internationaal Strafhof 

In 2005 verwees de VN Veiligheidsraad de situatie in Darfur naar het Internationaal Strafhof.  Het Strafhof heeft arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen President al-Bashir en enkele andere gezagsdragers in de Soedanese regering, alsmede een Janjaweed leider.  


Intergovernmental Authority on Development (IGAD) 

Intergouvernementele organisatie van acht landen in Oost-Afrika waar ook Soedan en Zuid-Soedan toe behoren. IGAD steunt het vredesproces in Soedan.

Onderliggende structuren
De onderliggende structuren zijn de economische, politieke, sociale en religieuze oorzaken van een conflict. Hieronder wordt beschreven hoe deze verschillende oorzaken een rol spelen bij het conflict in Soedan. Deze factoren sluiten elkaar uiteraard niet uit, vaak zijn deze factoren afhankelijk van elkaar en beïnvloeden ze elkaar.


Hoewel de conflicten in Soedan en het conflict tussen Soedan en Zuid-Soedan van partijen en achtergronden van elkaar verschillen, zijn er een paar overeenkomsten.


Politiek
Een belangrijke politieke oorzaak van de conflicten in Soedan is het gebrek aan vertegenwoordiging en achterstelling van het achterland door de overheid in Khartoum. Zowel binnen het conflict tussen het noorden en het zuiden (het huidige Zuid-Soedan) als in alle interne Soedanese conflicten speelt dit een grote rol. Hoewel Soedan een cultureel rijk land is, met veel verschillende volkeren, wil de regering in Khartoum dat Soedan een Islamitische  staat is, gemodelleerd naar de ideologie van de regeringspartij NCP. Hierdoor zijn er veel politieke conflicten ontstaan tussen de regering en oppositie die de rijke diversiteit van Soedan vertegenwoordigt.


Economisch
Vanwege verwoestijning is de druk op land en waterbronnen tussen de jaren tachtig en heden enorm geworden. Dit heeft economische gevolgen gehad voor de volkeren die afhankelijk zijn van vruchtbaar land en heeft vervolgens spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen in bijvoorbeeld Darfur tot gevolg gehad. In het oosten van het land is de lokale bevolking van mening dat ze worden achtergesteld door de regering omdat zij te weinig inkomsten uit de olie krijgen en te maken krijgen met de steeds stijgende prijzen van onder andere brandstof. De verschillende oppositiebewegingen zijn met de regering, en onderling, in strijd over de controle van de olie- en goudgebieden. Er vinden veel demonstraties plaats tegen deze stijgende prijzen. 


Religieus

De regimes in Khartoum (de hoofdstand van Soedan) zijn tussen het moment van onafhankelijkheid tot heden Islamitisch geweest. Vanaf 1983 geldt de sharia in Soedan. De sharia is de Islamitische wetgeving. Een groot deel van de bevolking dat woonachtig is in het huidige Zuid-Soedan) is christelijk of leeft volgens traditionele geloven, maar werd gedwongen om volgens de sharia te leven. Vanaf de afscheiding van Zuid-Soedan is Soedan een grotendeels Islamitische samenleving, maar nog steeds zijn er religieuze minderheden die achtergesteld worden in lijn met het mono culturele beleid dat de regering in Khartoum voert.


Sociaal
Er wonen veel verschillende bevolkingsgroepen in Soedan. De economische en politieke spanningen zijn vaak overgegaan in spanningen tussen de bevolkingsgroepen. De regering in Khartoum zet de verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Dit was vooral duidelijk in Darfur.

Dynamiek
Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen. Wanneer het conflict heviger wordt spreken we van escalatie. Zwakt het conflict af? Dan is er sprake van de-escalatie.

Soedan werd in 1956 onafhankelijk. De vertrekkende Britse ambtenaren werden grotendeels vervangen door noordelingen en zodoende kwam de hoofdstad Khartoum nog voor de onafhankelijkheid in handen van het noorden. Het zuiden vreesde te zullen worden geregeerd door het grotere noorden, dat in tegenstelling tot het Christelijke en animistische zuiden Arabisch en Islamitisch is. Gedurende de jaren groeide de tegenstelling uit tot meerdere conflicten tussen de regering in Khartoum en de verschillende periferische gebieden


Escalatie I (De Eerste Soedanese Burgeroorlog - 1955-1972)

In augustus 1955 pleegde het zuidelijke korps van het leger muiterij. Veel noordelijke ambtenaren in het zuiden werden vermoord. In 1958 werd de eerste premier van Soedan afgezet door een militaire staatsgreep uitgevoerd door Generaal Ibrahim Abboud. Abboud richtte zich voornamelijk op de economische voorspoed van het noorden en de islamisering van Soedan, inclusief het zuiden, wat hem in het zuiden niet populair maakte. 


In de jaren zestig veranderde het karakter van de burgeroorlog met de komst van de afscheidingsbeweging Anyanya. De zuidelijke oppositie eiste een federale staat met grote autonomie voor het zuiden en zuidelijke representatie in Khartoum.


In 1969 kwam Kolonel Nimeiry door middel van een militaire staatsgreep aan de macht. De zuidelijke rebellen hadden zich in de tussentijd in 1971 verenigd in de Southern Sudan Liberation Movement (SSLM), geleid door Joseph Lagu. 


De-escalatie I (1972-1983)

Nimeiry en Lagu tekenden in 1972 het Addis Abeba vredesakkoord dat het zuiden lokale autonomie verleende en zodoende de Eerste Soedanese burgeroorlog beëindigde.


Escalatie II (De Tweede Soedanese Burgeroorlog - 1983-2005)

Het vredesakkoord tussen het noorden en het zuiden van Soedan hield elf jaar stand, maar kwam geleidelijk steeds meer onder druk te staan. Toen er in 1978 in het zuiden van Soedan olie werd ontdekt en Nimeiry de olie via het noorden naar de Rode Zee exporteerde, liepen de spanningen hoog op. Daarnaast verklaarde Nimeiry in 1983 dat Soedan vanaf dat moment een Islamitische republiek zou zijn waar de sharia zou gelden. Nimeiry ontbond de zuidelijke regering. 


In datzelfde jaar, 1983, brak de Tweede Soedanese burgeroorlog uit. Zuidelijke troepen zetten aan de grens in Ethiopië de Sudanese People’s Liberation Movement (SPLM) op onder leiding van kolonel John Garang. SPLM was een overwegende Dinka beweging (bevolkingsgroep in Soedan) en leiders van de SPLM wilden dat het zuiden deel zou blijven uitmaken van Soedan, maar dat Soedan een seculiere, socialistische staat zou worden.


In 1984 trokken SPLM rebellen het zuiden van Soedan in. SPLM kreeg hierbij steun uit het buitenland. Ethiopië en Libië steunden openlijk de SPLM, terwijl de VS het regime in het noorden doormiddel van politieke diplomatie steunde. Nimeiry’s opvolger, en leider van de nieuwe regeringscoalitie, Sadiq al-Mahdi, zette de strijd in het zuiden vanaf 1985 voort. Al-Mahdi bewapende milities die de toestemming kregen hun eigen weg te gaan in het zuiden. Zij plunderden, moorden en verkrachtten. Daarnaast kidnapten zij  zuiderlingen die als slaven werden gehouden, of verder werden verhandeld. 


Garang’s SPLM was een overwegende Dinka beweging, maar naast de Dinka wordt het zuiden bewoond door de Nuer, en andere bevolkingsgroepen, die door de noordelijke milities tegen elkaar werden opgezet. De SPLM trad op haar beurt hard op tegen gemeenschappen die hun tegenstanders steunden. Toen Soedan in 1988 werd getroffen door een hongersnood, werd voedsel een wapen in de strijd. Er wordt geschat dat een kwart miljoen mensen omkwam in 1988 door de gevolgen van de oorlogsgerelateerde hongersnood.


In 1989 komt Omar al-Bashir door een coup aan de macht. Onder zijn leiding werd Soedan een Islamitische dictatuur waarbinnen elke vorm van oppositie, waaronder politieke partijen, verboden was. Hij sloot een verbond met Hassan al-Turabi, leider van de National Islamic Front (NIF). De oorlog in het zuiden werd hierdoor heviger..


De-escalatie II (2002-2011)

Onder druk van de Verenigde Staten begon in 2003 het vredesproces tussen het noorden en het zuiden. In juli 2002 werd het Machakos Protocol getekend waarmee het zuiden het zelfbeschikkingsrecht kreeg. Vanaf 2003 traden beide partijen wederom in gesprek met elkaar met als resultaat de Comprehensive Peace Agreement (CPA). Na onderhandelingen verschillende handreikingen door Al-Bashir werd in december 2009 door het noorden en het zuiden gezamenlijk besloten dat het zuiden in januari 2011 middels een referendum over haar toekomst zou mogen beslissen. Dit referendum leidde in juli 2011 tot de onafhankelijke staat De Republiek Zuid-Soedan.


Onderdelen van de CPA zijn tot op heden nog niet geimplementeerd. Conflicten in Soedan, Zuid-Soedan en onderling houden tot op heden aan.


Conflict in Darfur

Tijdens het vredesproces tussen het noorden en het zuiden richtten de ogen van de international gemeenschap zich onverwachts op een ander deel van Soedan, de region Darfur. Voor kenners van Soedan die de ontwikkelingen in Darfur in de jaren tachtig en negentig hadden gevolgd, kwam dit echter helemaal niet zo onverwachts.


Waar nomaden en gevestigde boeren eens vreedzaam naast elkaar leefden, ontstonden er vanaf de jaren tachtig conflicten over het vruchtbare land dat door verwoestijning was afgenomen.


Escalatie I (2001-2006)

Gewapende groepen zetten rond 2001 de seculiere Sudan Liberation Movement/Army (SLM/SLA) en de Islamitische Justice and Equality Movement (JEM) op. Vanaf 2003 eisten zij meer politieke vertegenwoordiging en sociaal-economische ontwikkeling voor Darfur en pleegden twee aanslagen op overheidsdoelwitten. Khartoum sloeg hard terug door luchtaanvallen en doormiddel van de Janjaweed (veelal de “verschroeide aarde”-tactiek genoemd). uizenden burgers vluchtten naar buurland Tsjaad.


Vanaf 2004 verslechterde de situatie aanzienlijk. Er vonden grove mensenrechtenschendingen plaats. In datzelfde jaar verklaarde de Verenigde Staten dat er sprake was van genocide in Darfur. In 2005 verwees de VN Veiligheidsraad de situatie in Darfur door aan het Internationaal Strafhof. 


De-escalatie I (2006)

De ondertekening van de Darfur Peace Agreement (DPA) in 2006 door de SLM/A onderleiding van Minawi zorgde voor versplintering binnen de SLM/A. De prominente Fur rebellenleider Al Nour, die de DPA niet wilde ondertekenen, brak met de Zaghawa-geleide SLM/A. De Fur en Zaghawa zijn twee bevolkingsgroepen in Soedan.


Escalatie II (2006-2010)

De versplintering zorgde ervoor dat het conflict heviger werd De overheid bombardeerde gericht burgers en vluchtelingenkampen.


In 2007 werd de African Union/United Nations Hybrid operation in Darfur (UNAMID) geïnstalleerd, een gezamenlijke Afrikaanse Unie en VN vredesmissie. In maart 2009 vaardigde het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel uit voor de arrestatie van President al-Bashir op verdenking van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Darfur. In 2010 kwam hier genocide bij. Direct na de uitvaardiging zette het regime internationale hulporganisaties het land uit vrees dat zij zouden collaboreren met het Strafhof en bewijs voor het Strafhof verzamelden. De humanitaire situatie ging hierdoor sterk achteruit.


De-escalatie II (2010-2011)

In 2010 komt JEM tot een vredesakkoord met de regering. In datzelfde jaar begint het vredesproces in Doha (Qatar), tussen de overheid en de Liberation and Justice Movement (LJM). De Doha Document for Peace in Darfur (DDPD), ondertekend in 2011, regelde onder andere een wapenstilstand, de representatie van LJM in Khartoum en de rol van de regionale autoriteit in Darfur. Dit akkoord wordt grotendeels niet uitgevoerd omdat andere rebellengreperingen zoals SLM/A en JEM dit niet steunen.


Escalatie III (2011-2014)

Sinds november 2011 zijn de grote rebellengroeperingen in Darfur verenigd in het Soedan Revoolutionair Front (SRF) die tot doel heeft alle Soedanese oppositietroepen te verenigen in de strijd tegen het al-Bashir regime. Het geweld in Darfur werd hierdoor nog erger in 2013. In januari 2013 komt SRF met de New Dawn overeenkomst waarin zij gezamenlijk met andere oppositiegroepen oproepen tot een democratisch, multicultureel en multi-etnisch Soedan.


Abyei / Voortdurende Conflict Soedan – Zuid-Soedan

Sinds de opdeling van Soedan in Soedan en Zuid-Soedan zijn beide soevereine staten in een gewelddadig conflict met elkaar verwikkeld geraakt over territorium en grondstoffen. Een van deze conflicten gaat over Abyei. De grootste bevolkingsgroep in Abyei, de Ngok-Dinka, identificeert zich met Zuid-Soedan, terwijl de Messiryam bevolkingsgroep zich met het noorden identificeert.


In het Abyei Protocol (onderdeel van de CPA) staat dat er een referendum zou moeten komen om te bepalen of het Abyei district bij Soedan of Zuid-Soedan moet horen. Dit heeft nog steeds niet plaatsgevonden. In 2007 en 2008 laaide het geweld op tussen de SPLM, het Soedanese leger en de Messiryam. In 2009 besloot het Permanente Hof van Arbitrage dat de grootste olievelden in Abyei tot het noorden van Soedan behoorden, terwijl de overige delen tot Zuid-Soedan behoorden. In juni 2011 besloten de SPLM (de regeringspartij van Zuid-Soedan) en de overheid van Soedan dat ze beiden Abyei zouden verlaten en dat de United Nations Interim Security Force for Abyei (UNISFA) moest worden geïnstalleerd.


Hoewel er in begin 2012 een non-agressie pact werd getekend, vonden er in 2012 als nog enkele hevige gevechten plaats. In VN Resolutie 2046 riep de VN de partijen tot een halt. Na vredesbesprekingen in Ethiopië in 2012 vonden Soedan en Zuid-Soedan overeenstemming over zaken rondom de veiligheid, handel en olie. Er werd geen overeenstemming gevonden over Abyei. De besprekingen resulteerden in een gedemilitariseerde grenszone. 


In oktober 2013 vond er een onofficieel referendum plaats waarin de Ngok-Dinka massaal (99,9%) voor een samenvoeging met het huidige Zuid-Soedan stemde. De uitkomst werd niet erkend door Soedan en Zuid-Soedan. Op enkele kleine incidenten na bleef het de rest van 2013 rustig. In oktober besloten de landen het referendum voor Abyei nogmaals uit te stellen.


Overige conflicten binnen Soedan

Zuid Kordofan / Nubagebergte / Blue Nile

In het begin van de jaren negentig ontstond er een landconflict tussen de bevolking in Zuid-Kordofan en de regering. De Nuba bevolkingsgroep eisten politieke hervorimingen en meer autonomie. De bevolking van de provincie schaarde zich achter de SPLM.


In het CPA werd besloten dat er in de grensprovincies Zuid-Kordofan en Blue Nile besprekingen zouden worden gehouden om de toekomst van de provincie binnen Soedan te bepalen. De verkiezingen van mei 2011 hadden tot resultaat hadden dat de zittende noordelijke gouverneur herkozen werd. Vlak hierna stuurde de regering meer soldaten naar de provincies. In juni 2011 braken er gevechten uit tussen opstandelingen die binnen de SPLM hadden gevochten, de Sudan People’s Liberation Movement-North (SPLM-N) en het Soedanese leger. Dit conflict wordt veelal gezien als een overblijfsel van het oude noord-zuid conflict.


De gevechten werden heviger in april-mei 2014 omdat de regering in de zomer van 2014, doormiddel van het “decisive summer” (beslissende zomer) offensief, een einde wil maken aan de strijd in Zuid-Kordofan en Blue Nile. Hierdoor is de humanitaire situatie in beide provincies erg verslechterd. Het conflict eist momenteel zoveel slachtoffers dat er gevreesd wordt voor een nieuwe grote burgeroorlog.


Oost-Soedan (Red Sea, Kassala en Geddarif)

Soedan’s oostelijke provincies, waar de Beja en Rashaida bevolkingsgroepen leven, kampen tevens met politieke uitsluiting, ondervertegenwoordiging, economische marginalisering en gebrek aan sociale voorzieningen. Volgens de VN is Oost-Soedan de meest arme regio van Soedan. De regio is echter wel van strategisch belang omdat de enige haven, Port Sudan, zich daar bevindt. Ook bevindt er zich potentieel olie, gas en goud in de regio.


In de jaren 90 begint een rebellengroepering, de Beja Congress (BC), met steun uit Eritrea een gewapende strijd.. In 2005 vormt BC Eastern Front (EF), een alliantie van gewapende groepen in Oost-Soedan. Er vonden slechts af en toe gewapende gevechten plaats.


Onder druk van Eritrea tekenden in 2006 de EF en de regering de Eastern Sudan Peace Agreement (ESPA). De ESPA is is tot op heden nauwelijks uitgevoerd.


In oktober 2011 ontstonden er grote anti-regeringsprotesten die door de Soedanese autoriteiten met dodelijk geweld werden beëindigd. Ondanks dat het conflict in Oost-Soedan niet van een hoge intensiteit is, zijn de ingrediënten voor een intensief conflict in Oost-Soedan aanwezig. In november 2013 waarschuwde de International Crisis Group dat de omstandigheden in het oosten waren verslechterd end dat de vrede zeer fragiel is. 

Actoren betrokken bij vredesinitiatieven

Vredesonderhandelingen kunnen door verschillende actoren worden opgezet zoals bijvoorbeeld de Verenigde Naties (VN) of de Afrikaanse Unie (AU). Hieronder lees je welke actoren betrokken zijn bij vredesinitiatieven.


Er zijn zowel nationale als internationale actoren betrokken bij de verschillende vredesinitiatieven in Soedan. De 2011 Doha Document of Peace in Darfur (DDPD) en bijbehorend Protocol zijn de meest recente resultaten van vredesbesprekingen voor Darfur. Grote partijen als de SLM/A en JEM steunen het proces niet.


Nationale vredesinitiatieven op kleinere schaal zijn gestart door onder andere Sudanese Development Initiative Abroad (SUDIA) die actief is in Khartoum, Darfur, Noord-Kordofan en Blue Nile, en Initiative in Support of the Peace Process in Darfur, bestaande uit een groep vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld in Darfur.


Er zijn twee VN vredesmissies actief binnen Soedan; UNISFA in Abyei en UNAMID in Darfur. De VN is tevens een conflict reductieprogramma begonnen voor de grensgebieden Zuid-Kordofan, Blue Nile, Oost-Darfur en Abyei genaamd Joint Conflict Reduction Programme (JCRP). JCRP steunt lokale vredesinitiatieven van zowel de regering als het maatschappelijk middenveld.


Naast deze intergouvernementele organisaties zijn er non-gouvernementele organisaties actief, o.a. Oxfam Novib, Save the Children, het Internationale Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen.

Links met Nederland

Nederland probeert op verschillende manieren bij te dragen aan vrede in de wereld. Zo ook in Soedan. Onder dit kopje vind je meer informatie over de belangrijke rol die Nederland heeft gespeeld in het conflict in Soedan.


De Nederlands oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk was binnen de VN missie UNAMID in Darfur actief als Speciale VN gezant voor Soedan. In 2006 is hij door het regime in Khartoum het land uitgezet omdat hij kritiek had geleverd op de Soedanese regering. De Nederlandse ambassadeur in Khartoum dringt binnen EU-verband aan op een meer inclusieve samenleving waarbinnen het maatschappelijk middenveld betrokken wordt. Daarnaast oefent Nederland in intergouvernementeel verband enige druk uit op landen die Al-Bashir niet arresteren op hun grondgebied waar ze dat volgens het Internationaal Strafhof wel hadden moeten doen.


Nederlandse organisaties die actief zijn binnen Soedan zijn o.a. Cordaid, IKV Pax Christi en War Child.

Cijfers
Hoe zou je het conflict kunnen weergeven in cijfers? Soms kunnen cijfers de hevigheid van een conflict heel goed weergeven. In dit stuk vind je de belangrijkste cijfers over het conflict in Soedan.


Volgens de VN zijn er als gevolg van de conflicten in Soedan, volgens de laatst bekende cijfers, meer dan 6 miljoen Darfuri’s afhankelijk van humanitaire hulp, ofwel 17% van de totale Soedanese bevolking. Minstens 2 miljoen mensen zijn gevlucht binnen Darfur. Binnen Zuid-Kordofan zijn 1.2 miljoen mensen op de vlucht geslagen voor het geweld. In Oost-Soedan zijn er meer dan 300.000 mensen gevlucht. In totaal zijn er zo’n 700.000 mensen gevlucht naar buurlanden Tsjaad, Central African Republic, Eritrea en Zuid-Soedan.

Bronnen
Hieronder vind je interessante links naar media en websites.


International Crisis Group


Enough Project


Sudan Tribune


African Arguments – Making Sense of the Sudans


UNOCHA (VN Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken)


Human Security Baseline Assessment for Sudan and South Sudan


Human Rights Watch


The Economist 


BBC Sudan profile