Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Kosovo

Februari 2013 | Caroline Folmer

Inleiding

Kosovo is een betwist gebied in de westelijke Balkan waar zowel etnische Serviërs als Albanezen wonen. De Serviërs zien Kosovo als een provincie van Servië terwijl de Albanezen graag een eigen staat willen. Tijdens het einde van de jaren negentig werd veel geweld gebruikt. Een miljoen Kosovaren zijn gevlucht en in 1998-1999 zijn er ongeveer 2600 dodelijke slachtoffers gevallen. Uiteindelijk heeft de NAVO ingegrepen. Het is nu veel rustiger in Kosovo maar er zijn nog steeds veel NAVO-troepen aanwezig om te voorkomen dat het conflict opnieuw oplaait. De Albanese en Servische bevolking zijn het nog steeds niet eens of Kosovo een provincie of een eigen land moet zijn.

Edit
Delete
Chronologie van het conflict

1989   Milosevic draait een groot gedeelte van de Kosovaarse autonomie binnen Joegoslavië terug.

1991   De Albanese leiders verklaren Kosovo onafhankelijk maar dit wordt niet door veel landen erkend. Ibrahim                          Rugova wordt verkozen als de eerste president van Kosovo.

1997   Op 1 oktober demonstreren twintigduizend studenten in Pristina. Dit eindigt in relletjes met de                                         (Servische) politie.

1998   Servische troepen  vallen het dorpje Likošane/Likoshan aan. Vervolgens wordt, na een driedaagse                             belegering van zijn huis in Prekaz, de Albanese strijder Adem Jashari vermoordt. Ook zijn                                               hele familie, in totaal 51 mensen, wordt vermoord.

1999   De NAVO besluit om in te grijpen en bombardeert vanaf 24 maart 1999 78 dagen lang doelen in                                       Kosovo, Servië en Montenegro.

1999   De NAVO bombardementen eindigen als de Verenigde Naties resolutie 1244 goedkeurt.

2008   Kosovo roept eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Tot nu toe (mei 2012) erkennen 90 van de 193                                       landen die lid zijn van de Verenigde Naties Kosovo.


Edit
Delete
Betrokken actoren

Bij een conflict zijn altijd meerdere actoren ('partijen') betrokken. Hieronder staan de verschillende actoren binnen het conflict in Kosovo en hun standpunten kort beschreven. 


Nationaal niveau

  • Servische Regering
De Servische, of Joegoslavische, regering stond onder leiding van Slobedan Milosevic. Zij zagen Kosovo als een belangrijke provincie van Servië. Zij waren dan ook tegen de onafhankelijkheid van Kosovo. 

  • De Democratische Liga van Kosovo (LDK) 
De LDK was de grootste (Albanese) politieke partij in Kosovo. Ibrahim Rugova, de eerste president van Kosovo in 1991, was de leider van deze partij.  De LDK was een voorstander van een onafhankelijk Kosovo.  De Albanezen zien Kosovo als het geboorteland van de oude Griekse Illyriërs, die zij beschouwen als hun voorouders.  De LDK was een voorstander van passieve en geweldloze weerstand. 

  • Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) 
De UÇK bestond, net als de LDK, uit Albanezen die voorstander waren van een onafhankelijk Kosovo. De UÇK werd in 1993 opgericht door een aantal mannen die ontevreden waren met het passieve verzet van Rugova's LDK. De groep krijgt in 1996 landelijke bekendheid als zij verschillende Servische politieagenten en Albanese collaborateurs doodt.


Internationaal niveau

  • NAVO 
De NAVO wil ingrijpen. Door de ervaringen die zij hebben gehad tijdens de val van Srebenica, zijn zij bang dat iets soortgelijks in Kosovo kan gebeuren. De NAVO besluit daarom in 1999 om niet te wachten op de goedkeuring van de Verenigde Naties om in te grijpen, maar grijpt zelf in.

Edit
Delete
Dieperliggende oorzaken

De dieperliggende oorzaken zijn oorzaken die op economisch, politiek, sociaal en religieus vlak spelen in een conflict. Hieronder wordt beschreven wat de verschillende actoren vinden van die oorzaken, en hoe deze zaken een rol spelen in het conflict in Kosovo.


Religieus:

Kosovo was een onderdeel van zowel het Byzantijnse als Romeinse keizerrijk. Vanaf de zevende eeuw migreren veel Serviërs naar het gebied. Kosovo is het hard van het bloeiende keizerrijk Servië. In deze periode worden veel orthodoxe kerken en klooster in het gebied gebouwd. In 1389 verliest Servië echter de Slag om Kosovo van het Ottomoaanse Rijk. Dit is het begin van een vijf eeuwen durende Ottomaanse dominantie. Tijdens deze periode migreren veel islamitische Albanezen (en Turken) naar het gebied. De Albanzen zien Kosovo, naast Albanië en West-Macedonië, als het geboorteland van de oude Grieke Illyriërs, die zij beschouwen als hun voorouders. Aan het eind van de negentiende eeuw wonen er voor het eerst meer Albanezen dan Serviërs op het Kosovaarse grondgebied. Tijdens de eerste Balkanoorlog (1912) herwint Servië de controle over Kosovo. Op dat moment is nog slechts dertig tot veertig procent van de bevolking Servisch. De Albanese meerderheid ziet de Servische overwinning dan ook als een bezetting.


Kosovo is zo belangrijk omdat de belangrijkste kloosters en kerken van het Servisch-Orthodoxe geloof daar staan. In de Middeleeuwen woonden er veel etnische Serviërs in Kosovo, maar er zijn steeds meer Albanezen naar het gebied gemigreerd. Tijdens de eerste Balkanoorlog is nog ongeveer dertig tot veertig procent van de bevolking Servisch. Tegenwoordig is dat nog slechts minder dan tien procent.


Politiek/sociaal:

Na de Tweede Wereldoorlog komt Tito aan de macht in wat inmiddels Joegoslavië is gaan heten. Joegoslavië is een grote staat die bestaat uit verschillende volkeren zoals de Serviërs, Kroaten, Bosniërs en Slovenen. Kosovo, maakt, als een Servische provincie, ook deel uit van deze nieuwe staat. Tito geeft Kosovo steeds meer autonomie. Het hoogtepunt is een grondwetswijziging in 1974 waardoor Kosovo een autonome provincie wordt binnen Joegoslavië. Die grote autonomie heeft als gevolg dat steeds meer Serviërs wegtrekken uit het gebied terwijl er tegelijkertijd steeds meer Albanezen gaan wonen.


Na Tito's dood in 1980 begint Joegoslavië langzaam uit elkaar te vallen. Ook de Albanezen in Kosovo beginnen te protesteren tegen wat zij de Servische bezetting noemen. Ze dromen van een geünificeerd Albanië bestaande uit Kosovo, Albanië en delen van West-Macedonië.  In de jaren die volgen wordt enerzijds de roep om Albanese onafhankelijkheid steeds sterker, anderzijds komt ook het Servische nationalisme op. De Serviërs zien Kosovo nog altijd als het historische centrum van hun land en willen dit niet opgeven aan een Albanees rijk. In de jaren tachtig worden ruim een half miljoen mensen, zowel Serviërs als Albanezen, ondervraagd of gearresteerd door de politie. 

Edit
Delete
Verloop van het conflict
Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen tijdens een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen. 


In 1987 vermoordt een Albanese dienstplichtige soldaat vier andere soldaten. De moord op een Serviër, twee Bosniërs en een Sloveen wordt door de Servische media uitgelegd als een nationalistisch complot tegen Servië. Tienduizenden wonen de begrafenis van de jonge Serviër bij. Drie weken later verovert de Servische-nationalist Slobedan Milosevic de macht.


In 1989 draait Milosevic een groot gedeelte van de Kosovaarse autonomie terug.  De Albanese leiders besluiten vervolgens om in 1991 de Kosovaarse onafhankelijkheid uit te roepen. Ibrahim Rugova, de leider van de partij LDK, wordt verkozen als eerste president van Kosovo. Rugova is tegen het gebruik van geweld en past een tactiek van passieve weerstand toe. Hij richt een soort Albanese schaduwsamenleving op, met een eigen regering, universiteit, scholen en ziekenhuizen. Dit wordt gefinancierd door middel van een eigen belastingstelsel en met hulp van Kosovaren die in het buitenland wonen en werken. Voor Milosevic, verwikkeld in oorlogen in bijvoorbeeld Bosnië, komt deze tactiek goed uit en hij laat de Albanezen relatief met rust.


Een aantal Albanezen is echter niet tevreden met Rugova's passieve opstelling en zij richten in december 1993 het Kosovo bevrijdingsleger op (UÇK). In de eerste jaren is dit een kleine groep. Het is pas in 1996 dat de groep landelijke bekendheid krijgt door het doden van verschillende Servische politieagenten en Albanezen. Ondertussen verzetten zich steeds meer Albanezen tegen Rugova's tactiek van passieve weerstand.  In 1995 worden de Dayton-akkoorden in Bosnië gesloten om de oorlog daar te beëindigen. Veel Albanezen hoopten dat die akkoorden ook het conflict in Kosovo zouden behandelen. Dit was echter niet het geval en in plaats daarvan wordt Servië & Montenegro, inclusief Kosovo, erkend als opvolgerstaat van Joegoslavië. Voor veel Albanezen is dit een grote teleurstelling en een teken dat Rugova's tactiek van passieve weerstand niet werkt. Zij sluiten zich aan bij het UÇK. Het verzet tegen de Serviërs wordt steeds opener. In 1997 demonstreren zelf twintigduizend Albanese studenten in Pristina tegen de Serviërs.


De situatie wordt steeds meer gespannen. Op 28 februari 1998 vallen Servische troepen het dorpje Likosane/Likoshan aan. Vervolgens wordt, na een driedaagse belegering van zijn huis, de Albanese strijder Adem Jashari vermoordt. Ook zijn hele familie, in totaal 51 mensen, vindt hierbij de dood. Terwijl de verschillende aanvallen, van zowel Servische als Albanese kant doorgaan, proberen in 1998 en 1999 meerdere diplomatieke missies het conflict vreedzaam op te lossen. De laatste poging zijn de Rambouillet besprekingen in februari 1999. De Amerikanen, Oostenrijkers en Russen treden als bemiddelaars op en presenteren een vredesplan. Zowel de Serviërs als de Albanen verwerpen in eerste instantie het plan. De Verenigde Staten oefenen echter grote druk uit op de Albanese onderhandelaren om alsnog te tekenen en de Albanezen gaan hier uiteindelijk mee akkoord.


Ondertussen gaan de kleinere en groter aanvallen in Kosovo door. In maart 1999 kondigt de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) aan dat er al ruim 250.000 vluchtelingen in Kosovo zijn. Tegelijkertijd rukken steeds meer Servische troepen op richting Kosovo. Vanaf 24 maart 1999 bombardeert de NAVO 78 dagen lang doelen in Kosovo, Servië en Montengro. Verschillende gewelddadigheden zorgen ervoor dat honderdduizenden Kosovaren besluiten te vluchten. Aan het einde van de bombardementen zijn volgens de UNHCR ongeveer 850.000 Albanezen de provincie ontvlucht. In totaal zijn er een miljoen interne en externe vluchtelingen en komen er in 1998-1999 bijna 2600 mensen om het leven.  De bombardementen eindigen op 10 juni 1999 al de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1244 goedkeurt.


Kosovo wordt door die resolutie een protectoraat van de Verenigde Naties. NAVO-troepen krijgen een mandaat om de vrede in het gebied te herstellen. De Servische minderheid die nog steeds in Kosovo woont trekt zich terug in kleine enclaves. Deze dorpen worden streng bewaakt door de ruim vijftigduizend man sterke NAVO-troepen. De bewegingsvrijheid voor de Serviërs is erg klein. Desondanks kan niet worden voorkomen dat er verschillende Serviërs worden aangevallen en vermoord. Ook worden verschillende Servisch-Orthodoxe kerken en ander cultureel erfgoed aangevallen of vernield.


Het einde van de oorlog laat Kosovo in een complete chaos achter. Ruim honderdtwintigduizend huizen zijn vernietigd of beschadigd, bruggen en wegen zijn gebombardeerd en er zijn veel vluchtelingen. In de jaren die volgen proberen de Verenigde Naties, met hulp van onder meer de OVSE en de EU, om Kosovo weer op te bouwen. In mei 2001 worden de eerste verkiezingen aangekondigd waarin een parlement, regering en premier verkozen worden.  Alhoewel een minderheidsvertegenwoordiging verzekerd was, boycotten grote delen van de etnisch Servische bevolking deze verkiezingen. Na de installatie van deze overheden worden verantwoordelijkheden stap voor stap van de internationale organisaties aan de Kosovaren zelf overgedragen.


Desondanks blijft de situatie zeer gespannen. Zo laait in 2004 het geweld opnieuw op en vinden negentien mensen de dood bij rellen: elf Albanezen en acht Serviërs. Ook vallen en er ruim negenhonderd gewonden. Ongeveer vierduizend mensen slaan opnieuw op de vlucht, vooral Serviërs.


De Verenigde Naties probeert om een plan te schrijven om de toekomst van Kosovo te waarborgen, het zogenaamde Ahtisaari-plan. Dit plan wordt echter door Rusland geblokkeerd in de VN-Veiligheidsraad. Op 17 februari 2008 besluit Kosovo om eenzijdig de onafhankelijkheid uit te roepen. Zij besluiten om zich aan de voorstellen van het Ahtisaari-plan te houden en richten bijvoorbeeld een aantal internationale missies op, zoals EULEX. Dit is een EU-missie bedoelt om Kosovo te helpen bij de opbouw van zijn justitie. Alhoewel de situatie in 2012 redelijk rustig is, zijn er nog altijd spanningen. Er zijn nog ruim 5500 NAVO-troepen in Kosovo en ruim 3000 medewerkers, onder andere veel politieagenten van EULEX. Desondanks kunnen de Serviërs zich nu veel vrijer bewegen als rond 2000 en is de zware bescherming rondom de enclaves niet meer nodig. Wel worden er nog orthodoxe kerken en kloosters bewaakt.

Edit
Delete
Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
Los van de officiële vredesonderhandelingen zijn er vaak ook andere organisaties en burgers actief om de vrede te bevorderen. Hieronder vind je welke acties er in Kosovo zijn ondernomen.

Kosovo kent een levendige civil society sector. Er zijn ruim driehonderd NGO's actief in Kosovo. Zij zijn vooral betrokken bij het reconstructie-proces in Kosovo. Zij proberen zowel hun stempel te drukken op de wederopbouw en op de onderhandelingen over de uiteindelijke status van Kosovo als land of Servische provincie.


Een organisatie die erg actief is is het Kosova Women's Network (KWN) opgericht in 2000. Zij representeren de belangen van meer dan 80 vrouwenorganisaties in Kosovo, zowel Servische als Albanese. De organisatie  organiseert verschillende campagnes die er zowel op gericht zijn om vrouwen van verschillende etniciteit dichter bij elkaar te brengen, als ervoor te zorgen dat de rechten van vrouwen in het nieuwe Kosovo gerespecteerd wordt. Een van hun recentste campagne's richt zich op het helpen van (oorlogs-)verkrachtingsslachtoffers. Ook hebben zij er hard voor gelobbyd dat vrouwen bij de vredesonderhandelingen betrokken werden en het opzetten van gender projecten in de nieuwe ministeries.


Een tweede interessant project zijn de 'Made in Kosova' voortgangsrapporten. De Europese Commissie brengt elk jaar een rapport uit waarin zij vertellen hoe Kosovo ervoor staat en welke uitdagingen er nog zijn als Kosovo in de toekomst lid wil worden van de Europese Unie. Als antwoord hierop heeft een groep Kosovaarse NGO's in 2011 een eigen voortgangsrapport uitgebracht 'Made in Kosova'. Het doel van dit rapport is om een alternatief standpunt te laten zien. In plaats van buitenlandse experts geeft in dit rapport de Kosovaarse civil society hun mening over de voortgang van Kosovo.


Een van de NGO's die meewerkt aan dit alternatieve voortgangsrapport is het Youth Initiative for Human Rights (YIHR). Deze jongerenorganisatie is actief in meerdere landen in de Balkan en zet zich in voor mensenrechten en om jongeren van verschillende etniciteit bij elkaar te brengen. Zo organiseren zij uitwisselingen tussen jongeren uit de Servische enclaves in Kosovo en de Albanezen. Ook hebben ze  afgelopen jaar een conferentie, in Montenegro, georganiseerd waar zowel jongeren uit Kosovo als Servië aan hebben deelgenomen. Het doel van deze uitwisselingen is dat de jongeren meer begrip en respect voor elkaar krijgen en in de toekomst misschien zelfs wel samen kunnen werken. 


Edit
Delete
Links met Nederland

Hier wordt verteld hoe Nederland betrokken is bij het conflict in Kosovo. Hier kan onderscheid worden gemaakt in activiteiten van NGO's, bedrijven, de regering, of bijvoorbeeld militairen (NAVO). Het kan dus zowel positief als negatief zijn. 


Nederland was in 2008 één van de eerste landen die Kosovo als staat erkend hebben. Ook is Kosovo één van de landen die van Nederland ontwikkelingssteun ontvangen. Op dit moment (2012) is dat ongeveer 6 miljoen euro (bilaterale) steun per jaar. Daarnaast draagt Nederland ook bij aan de EU-missie EULEX. Er zijn momenteel ongeveer 40 Nederlandse politiemannen, marechaussees, aanklagers en rechters in Kosovo actief. Ook zijn er nog altijd een paar (minder dan tien) militairen betrokken bij de NAVO-missie in Kosovo. Dit is veel minder dan tijdens en net na de oorlog; er waren toen ruim 5000 Nederlandse militairen aanwezig in Kosovo. Pieter Feith, een Nederlander, is sinds 2008 de zogenaamde 'International Civilian Representative for Kosovo' (ICR). Dit is een belangrijke internationale organisatie in Kosovo, die de Kosovaarse autoriteiten helpt om Kosovo na de oorlog weer op te bouwen. Op 1 januari 2008 telde Nederland ongeveer 8,500 Kosovaren. De meeste van hen zijn gevlucht voor het conflict in 1999. Dit is een relatief klein aantal Kosovaren dat in het buitenland woont. De meeste Kosovaren zijn naar Duitsland en Zwitserland gevlucht. 
Edit
Delete
Cijfers

  • Tijdens het conflict zijn een miljoen Kosovaren op de vlucht geslagen, zowel binnen Kosovo als naar het buitenland. Dit is de helft van alle Kosovaren. 

  • Er worden nog altijd bijna 1800 mensen vermist. Hun familie weet niet wat er met ze is gebeurd. Hun portretten hangen aan de hekken van het Kosovaarse parlement.

  • Tijdens het conflict zijn bijna 2600 mensen omgekomen. 

  • Kosovo is nog altijd één van de armste gebieden van Europa. Het gemiddelde maandsalaris is €250. Ook is ongeveer 45%  van de bevolking werkloos. Van de jongeren is zelfs meer dan 70% werkloos. 


Links en downloads
Hier vind je links naar filmpjes, rapporten en websites over dit conflict.


Boeken

Judah, Tim (2008) Kosovo. What everyone needs to know. Oxford University Press.

Mertus, Julie A. (1999) Kosovo. How myths and truth started a war. University of California Press.

Weller, Marc (2009) Contested statehood. Kosovo's struggle for independence. Oxford University Press.


Websites van NGO's 

Kosova's Women Network

Youth Initiative for Human Rights

Progress Report made in Kosova

Campagnewebsite Kosovo: the young Europeans