Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Kenia

Januari 2014 | Meike Remmers

Inleiding

Kenia was jarenlang relatief welvarend en stabiel, en een trekpleister voor toeristen. Het kwam dan ook als een verrassing dat er bij de presidentsverkiezingen van december 2007 ernstige gevechten uitbraken. Eerst tussen de aanhangers van de twee belangrijkste kandidaten, maar al gauw ook tussen andere stammen en groeperingen. De twee maanden die volgden werden gekenmerkt door plunderingen, vandalisme, verkrachtingen en geweld. Naar schatting 1133 mensen werden vermoord en nog eens 350.000 mensen raakten hun huis kwijt. Vertegenwoordigers van de Afrikaanse Unie (AU) en de Verenigde Naties (VN) waren er snel bij om te bemiddelen. Maar de spanningen onder de bevolking bestaan nog steeds. Dat komt met name doordat Kenia is opgebouwd uit meer dan 40 verschillende stammen - allemaal met hun eigen geschiedenis, cultuur en belangen.

Edit
Delete
Chronologie van het conflict

1890: Kenia wordt een Engelse kolonie


1963: Kenia wordt onafhankelijk


1963 - 1978: Jomo Kenyatta aan de macht


1978  - 2002: Daniel arap Moi aan de macht


1982: Kenia wordt een eenpartij staat 


1992: Terugkeer naar meerpartijen-systeem


2002 - 2007: Mwai Kibaki aan de macht


2007 - 2008: Verkiezingsgeweld


2009: Het ICC begint een onderzoek naar het verkiezingsgeweld


2010: Referendum nieuwe grondwet


2013: Verkiezingen, Uhuru Kenyatta aan de macht

Edit
Delete
Betrokken actoren

In een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen,  rebellengroepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijv. de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren en hun standpunten kort beschreven.


Nationaal niveau


Stammen - Kenia telt 41 miljoen inwoners en meer dan 42 verschillende etnische groepen, hier stammen genoemd. De grootste stammen zijn de Kikuyu, de Luo en de Kalenjin. De Kikuyu zijn verreweg de grootste stam, zo’n 40% van de totale bevolking. Van oorsprong zijn zij afkomstig uit de koele, vruchtbare Hooglanden, waar zij leefden als landbouwers. De Luo hebben zich vooral toegelegd op de visserij. De Kalenjin zijn oorspronkelijk nomaden, woonachtig in de Rift Vallei. In de loop der jaren hebben de Kikuyu’s het meest geprofiteerd van de economie. De andere stammen kijken hier met afgunst naar. In verkiezingsperiodes hebben veel Kenianen dan ook de neiging om op een kandidaat van hun eigen stam te stemmen. Ze geloven dat dit belangrijke politieke en economische voordelen met zich meebrengt. 

Presidentskandidaten - De verkiezingen van 2007 kwamen neer op een strijd tussen twee kandidaten: de zittende president Mwai Kibaki, afkomstig van de Kikuyu stam en hoofd van de Party of National Unity (PNU) en zijn tegenstander  Raila Odinga, afkomstig van de Luo stam en leider van de Orange Democratic Movement (ODM)

Politie - Het functioneren van de Keniaanse politiemachten is zeer twijfelachtig. De politie staat bekend als corrupt en slecht georganiseerd. Bij het verkiezingsgeweld van 2007 reageerde de politie veel te gewelddadig. Vreedzame demonstranten werden bijvoorbeeld zomaar neergeschoten. Daardoor werd de situatie alleen maar erger. 

Bendes - Veel stammen hebben hun eigen criminele tak die met geweld probeert hun stam aan de macht te brengen. De beruchtste bende is wel de Mungiki, verbonden aan de Kikuyu’s. Veel van deze bendes bestaan uit gefrustreerde, werkloze jongeren. Dat maakt ze makkelijk te manipuleren. Naar verluidt werden veel van deze jonge bendeleden tijdens het verkiezingsgeweld gestimuleerd en omgekocht door politici om het geweld aan te wakkeren - en zo de politiek te beïnvloeden.


Internationaal niveau


Bemiddelaars AU/VN - Vanwege Kenia’s belangrijke economische en strategische rol in Oost-Afrika kwamen internationale partijen snel bemiddelen. De eerste ter plaatse was de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu. Kort daarna kwamen vier gerespecteerde oud-presidenten gezamenlijk bemiddelen, waaronder die van Zambia en Tanzania. Op last van de AU en onder leiding van Kofi Annan (beroemde diplomaat en voorheen de hoogste baas van de VN) werd er tot slot een comité opgericht van vooraanstaande Afrikaanse personen. Onder hun toezicht kwam er eind februari 2008 een coalitieregering tot stand.

Internationaal Strafhof - Het Internationaal Strafhof (ICC) is een internationale rechtbank in Den Haag waar verdachten van bijvoorbeeld oorlogsmisdaden of genocide worden berecht. Het ICC is een laatste redmiddel, en komt alleen in actie als de misdadigers in eigen land hun straf lijken te ontlopen. Bijvoorbeeld omdat de lokale rechtbanken corrupt zijn. In Kenia raakte het ICC betrokken omdat men vermoedde dat bepaalde delen van het geweld niet spontaan bleken, maar bewust waren gepland en georganiseerd.                                     

Edit
Delete
Vredesproces en wederopbouw

De dieperliggende oorzaken zijn oorzaken die op economisch, politiek, sociaal en religieus vlak spelen in een land. Hier wordt beschreven wat de verschillende actoren vinden van die oorzaken en hoe die een rol spelen in het conflict.


Politiek


Het verkiezingsgeweld van 2007 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In feite is de basis gelegd in het koloniale tijdperk. De komst van de Engelsen rond 1900 leidde een periode in van verregaande veranderingen. Sommige stammen werden zomaar verdreven van het land van hun voorouders. Hun grond werd weggegeven aan blanke immigranten. Andere stammen werden juist voorgetrokken, en kregen bijvoorbeeld baantjes binnen het ambtenarenapparaat. Dit gold met name voor de Kikuyu. Hoewel dit misschien willekeurig overkomt, moet men niet vergeten dat de Kikuyu veruit de grootste bevolkingsgroep is. De Engelse overheersing betekende ook dat er voor het eerst administratieve scheidslijnen kwamen tussen de verschillende stammen. In werkelijkheid overlapten veel stammen met elkaar en deelden ze bijvoorbeeld een gemeenschappelijk stukje cultuur of taal.  De nieuwe, rechtlijnige verdeling leidde langzaam tot steeds meer spanningen. Maar er was weinig tegen te doen - nationale politieke partijen waren namelijk verboden. De bevolking mocht zich alleen op lokaal niveau politiek organiseren.

Toen Kenia onafhankelijk werd in 1963 bleven veel van de koloniale politieke structuren intact. Dit was te danken aan het feit dat Kenia’s eerste President - Yomo Kenyatta - afkomstig was van de groep die altijd het meest had geprofiteerd, de Kikuyu. Hij had er dus belang bij dat er niet teveel veranderde. Nog steeds was er weinig georganiseerde oppositie. De bevolking was het niet gewend om samen te werken met andere etnische groepen en daarmee coalities te vormen.

Ook de volgende president - Daniel arap Moi - was erg partijdig. Onder zijn macht kregen de Kalenjin het juist steeds beter. Om dit te bereiken werd hij steeds autoritairder. In 1982 maakte hij van Kenia een een-partij-staat. Dat wil zeggen dat er maar één politieke partij mocht zijn. Tegenstanders en critici ‘verdwenen’ van de aardbodem of belandden zonder proces in de gevangenis. In 1988 bedacht Moi een nieuwe manier van stemmen. Het stembiljet werd afgeschaft; stemmen moest voortaan publiekelijk. Hierdoor raakten veel Kikuyu en Luo politici hun positie kwijt.

In 2002 slaagden diverse partijen er voor het eerst in om de handen bijeen te slaan. Zo ontstond de ‘Regenboog coalitie’, met Mwai Kibaki aan het hoofd. Even leek het er zonnig uit te zien, maar Kibaki ging al gauw door op dezelfde voet als zijn voorgangers - met corruptie en voortrekkerij. Onder zijn bewind raakten de Kalenjin op de achtergrond en kregen de Kikuyu het weer beter.

Corruptie is dus een rode draad door de politieke geschiedenis van Kenia. Elke president bevoorrechtte een bepaalde groep in ruil voor hun loyaliteit. Dit wordt ook wel neo-patrimonialisme genoemd.


Economisch


Aan het begin van de onafhankelijkheid was Kenia een van de meest succesvolle landen van alle voormalige Engelse kolonies. Tussen 1960 en 1980 maakte de economie een sterke groei door. Hoewel Kenia weinig olie, gas of andere natuurlijke hulpbronnen onder de grond heeft, bezit het wel talrijke koffie- en theeplantages. Ook kent het land een bloeiende toeristische industrie. In de jaren tachtig kwam er een einde aan de voorspoed. Dit decennium werd gekenmerkt door werkeloosheid, schulden en voedseltekorten. In de jaren negentig had Kenia te maken met grote economische schandalen, zoals het Goldenberg schandaal. Daarbij werd 1 miljard dollar aan overheidsgeld verduisterd door niet bestaande bedrijven. Dit schandaal illustreerde hoe diep de corruptie en fraude zijn geworteld in het land. Veel Kenianen verloren hun laatste beetje vertrouwen. De kenmerkende economische verdeling van de Keniaanse samenleving - een grote, arme massa, een kleine middenklasse, en een nog kleinere elite - lijkt voorlopig niet te veranderen.

Het verkiezingsgeweld van 2007 had eveneens ernstige economische gevolgen. Alle werkzaamheden in Kenia’s havenstad Mombasa kwamen tot stilstand, waardoor goederen ongebruikt bleven liggen. Bloemen, thee en maïs konden niet worden geëxporteerd. Naar schatting ging er dagelijks 2 biljoen Keniaanse shilling verloren. En dat was niet alleen voelbaar in Kenia, maar ook in haar buurlanden, die voor hun import afhankelijk zijn van de Keniaanse haven. Maar de hardst getroffen sector was wel de toeristische sector. Veel landen gaven een negatief reisadvies uit. Daardoor bleven hotels en safariparken angstvallig leeg. Ook buitenlandse geldschieters trokken zich terug; de politieke onrust en wijdverbreide corruptie zorgden ervoor dat investeringen uitbleven. Het verkiezingsgeweld was dus niet alleen een humanitaire, maar ook een economische ramp.


Sociaal


We hebben gezien dat Kenia economisch al jaren kwakkelt. Een groot deel van de bevolking leeft in armoede. Maar door het systeem van neo-patrimonialisme (zie politiek) is er ook altijd een groep die wél profiteert. De andere groepen kijken daar met afgunst en teleurstelling naar. Het gevolg is dat er ruzie en geweld uitbreekt. Dat wordt mede mogelijk gemaakt door twee factoren. Ten eerste door het gebrekkige optreden van de politie. De politie is corrupt, ongeorganiseerd en daardoor niet tegen het geweld opgewassen. Dit heeft ertoe geleid dat de bevolking steeds vaker het heft in eigen handen neemt. Mensen bewapenen zichzelf en zorgen zelf voor ‘veiligheid’.  De tweede reden dat er veel geweld kan plaatsvinden is door het frauduleuze rechtssysteem. Rechtbanken zijn makkelijk omkoopbaar en criminelen en misdadigers worden zelden bestraft. Daardoor wordt geweld langzaam normaal. We zeggen ook wel: het geweld wordt geïnstitutionaliseerd. Zo is er in Kenia een cultuur van straffeloosheid ontstaan. Een andere reden dat het geweld zo heeft kunnen escaleren is dat de concentratie van verschillende bevolkingsgroepen op verschillende plaatsen in het land nogal varieert. Zo vormen de Kikuyu’s een minderheid in het gebied dat bekent staat als de Riftvallei. Hier hebben andere groepen zoals Kalejin erg naar hen uitgehaald, en zijn gedurende de onrust huizen en bedrijven verbrand van Kikuyu. Daarnaast zijn er Kikuyu verjaagd van hun land en in sommige gevallen zelfs vermoord. Anderzijds hebben Kikuyu soortgelijke misdaden begaan in regio’s waar zij juist een etnische meerderheid waren. Hoewel het conflict in Kenia op het eerste gezicht een stammenstrijd lijkt, is het ook een sociaal-economische strijd. Kikuyu’s vechten met Kalenjin en Luo’s met Kikuyu’s niet omdat ze een andere taal of cultuur hebben, maar vanwege de sociaal-economische ongelijkheid. Arme(re) groepen treden op tegen rijke groepen; dat deze groepen samenvallen langs etnische lijnen wil nog niet zeggen dat het een etnisch conflict is. Wel proberen politici de stammenverschillen te benadrukken en uit te buiten.


Religieus


Naast de stammenreligies zijn de meeste Kenianen christen. Een klein percentage is moslim. Religie speelt geen essentiële rol in het conflict.

Edit
Delete
Dynamiek van het conflict

Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen.



Op 27 december 2007 gingen miljoenen Kenianen vol vertrouwen naar de stembus. De verkiezingsdag verliep rustig. In de media en opiniepeilingen werd al dagen gesuggereerd dat Raila Odinga zou winnen. Zijn aanhangers begonnen daarom al voortijdig met feestvieren. Maar aan het eind van de dag lieten de resultaten lang op zich wachten. Langzaam begonnen mensen te vermoeden dat er met de stemmen werd gerommeld. Na uren wachten werd Mwai Kibaki plotseling uitgeroepen tot winnaar en direct ingezworen als president. Dit tot grote woede van Odinga en zijn aanhangers. De festiviteiten sloegen direct om in massale demonstraties. In een periode van 59 dagen - totdat er een politiek compromis werd gesloten op 28 februari - kwam het land terecht in een spiraal van geweld, moord, verkrachting en beroving.


Het geweld kan onderverdeeld worden in drie fases. De eerste fase was het spontane geweld dat volgde op het onverwachte verkiezingsresultaat. Voor de Luo’s was het de eerste keer dat iemand van hún etniciteit een echte kans maakte op het presidentschap. Zij moesten op live televisie aanschouwen hoe dit in het water viel en gingen spontaan op de vuist met Kikuyu’s.


De tweede fase werd gevormd door de reactie van de politie. De politie gebruikte onevenredig veel geweld om de chaos te stoppen. Zo gebruikte ze bijvoorbeeld echte ammunitie om vreedzame demonstraties te beëindigen. Naar schatting waren er begin januari 2008 al 400 demonstranten door de politie gedood. Er wordt ook beweerd dat de politie juist toekeek en niets aan de gevechten deed.


De derde fase had eigenlijk niets meer met de verkiezingen te maken, maar kwam voort uit frustraties die al veel langer sluimerden. Bijvoorbeeld jarenlange onenigheid over de verdeling van het land onder het bewind van de Engelsen en Kenyatta. In deze fase was het geweld niet meer spontaan, maar werd het uitgevoerd door goed georganiseerde groepen (zoals de Mungiki) in opdracht van politici en zakenmensen.  Zij misbruikten de chaos en het geweld voor politieke mobilisatie en voor hun eigen politieke gewin.


Vanwege Kenia’s belangrijke strategische en economische rol in Oost-Afrika duurde het maar een paar dagen tot internationale partijen kwamen bemiddelen. Onder toezicht van Kofi Annan werd in de eerste plaats gesproken over het beëindigen van het geweld. Maar er moesten ook lange-termijn oplossingen komen. En dat was niet makkelijk, omdat niet met zekerheid was te zeggen wie nou echt de verkiezingen had gewonnen. De enige mogelijkheid was daarom om een coalitieregering te vormen, waarin zowel ODM als PNU zetelden. Zo werd uiteindelijk Kibaki president en Odinga premier.


De nieuwe regering wilde zich van haar goede kant laten zien en besloot dat het geweld onderzocht moest worden. Daartoe werd een speciale, onafhankelijke commissie opgericht: CIPEV (Commission of Inquiry into Post-Election Violence). Het onderzoek bevestigde dat sommige gevechten bewust waren aangesticht door politici. Volgens CIPEV ging het om systematische aanvallen op de Keniaanse bevolking op basis van hun etniciteit en hun politieke voorkeuren. De commissie raadde aan om een speciaal Tribunaal op te richten om de betreffende politici te vervolgen. Ook dreigden ze dat als dit Tribunaal er niet zou komen, ze de informatie uit het onderzoek zouden doorspelen aan het International Strafhof (ICC) in Den Haag.


Echter, de nieuwe regering had niet zoveel belang bij het opzetten van een dergelijk Tribunaal. Want zowel politici van ODM als van PNU hadden zich schuldig gemaakt aan het aanwakkeren van het geweld en liepen dus risico om opgepakt te worden. En zo werd de wet die het Tribunaal mogelijk moest maken geblokkeerd. De regering calculeerde dat het ICC een kleinere bedreiging zou vormen dan het lokale tribunaal, omdat het ICC altijd maar een handjevol mensen vervolgt (alleen de hoofdverantwoordelijken). Bovendien staat het ICC bekend als een logge, trage organisatie en kon het dus nog jaren duren voor iemand voor de rechter werd geroepen. De regering dacht er op deze manier wel onderuit te komen.


Maar het ICC zette door en zo gebeurde het dat er in 2009 een zaak tegen Kenia werd geopend. De verdenking luidde: misdaden tegen de menselijkheid. In een uitgebreid onderzoek werden 6 verdachten doorgelicht, waarvan er uiteindelijk 4 definitief werden aangeklaagd. Onder hen, Uhuru Kenyatta, de huidige president van Kenia, en William Ruto, momenteel vicepresident.De tussenkomst van het ICC werd in eerste instantie goed ontvangen door de Keniaanse bevolking. Zij toonden geen vertrouwen meer in hun eigen rechtsstelsel. Maar toen de namen van de verdachten bekend werden gemaakt, en bleek dat er van alle stammen wel iemand tussen zat, verloor het ICC aan populariteit. Sterker nog: de spanningen namen toe en de tegenstellingen werden aangescherpt. Daarnaast kost een onderzoek van het ICC erg veel tijd, en de bevolking ziet liever dat de huidige staatshoofden zich bezig houden met het bestrijden van corruptie en armoede in plaats van te blijven hangen in het pijnlijke verleden.  Ondertussen wist Kenyatta handig gebruik te maken van zijn aanklacht door het af te doen als ‘westerse bemoeienis’ en groeide de sympathie voor hem. Zo is het ICC onbedoeld een speelbal geworden van de Keniaanse politiek, en blijft de rol van het ICC in Kenia omstreden onder de bevolking.


In maart 2013 stevende Kenia af op nieuwe verkiezingen. De internationale gemeenschap stuurde in grote getale waarnemers om toe te zien op een eerlijk verloop. Grootschalig geweld zoals in 2007 bleef uit. Uhuru Kenyatta kreeg 50,07% van de stemmen en won met de hakken over de sloot. Omdat Kenyatta gezocht wordt door het ICC hebben veel westerse landen aangekondigd om het contact met Kenia op een laag pitje te zetten nu hij president is geworden. Hierdoor dreigt Kenia geïsoleerd te raken.

Edit
Delete
Actoren betrokken bij vredesinitiatieven





Kerk - De kerk is diepgeworteld in de Keniaanse samenleving. Bijna driekwart van de bevolking is christelijk. Kerkelijk leiders hebben dan ook een belangrijke invloed op het publieke debat én op de politiek. Na het verkiezingsgeweld kwamen er vanuit de kerk diverse verklaringen en initiatieven om de onrust te sussen. Zo bracht de National Council of Churches in Kenya (NCCK) in februari 2008 het artikel ‘Hope for Kenya’ naar buiten, waarin zij opriep tot vrede en eenheid. Ook begon de NCCK een petitie om het ICC te steunen, en trok zij aan de bel toen vluchtelingen jaren na het conflict nog steeds in vluchtelingenkampen zaten. Een ander belangrijk kerkelijk figuur is kardinaal John Njue van Nairobi. Ook hij schreef in februari 2008 een brief waarin hij pleitte voor verzoening. Bisschop Korir van de Rift vallei, een van de zwaarst getroffen regio’s, bracht een boek uit getiteld  ‘Amani Mashinani’. Dit betekent ‘vrede op lokaal niveau’. Het boek omvat praktische tips en stappen om gezamenlijk, ongeacht stam of etniciteit, te werken aan wederopbouw, zoals het herstellen van gebouwen en wegen. Hoewel de kerk in Kenia zelf ook schandalen en corruptie kent, is het een van de weinige instituties die in staat is om etnische grenzen te overstijgen.


Activisten - Keniaanse activisten hebben in 2012 een website gelanceerd  waar zij de corrupte praktijken van politici onthullen. Zij proberen daarmee de bevolking bewust te maken van wie hun politiek leiders zijn. De website heet mavulture.com (vulture staat voor ‘gier’) en bevat foto’s, filmpjes en grappige graphics. De initiatiefnemer, kunstenaar en fotograaf Boniface Mwangi, is ook verantwoordelijk voor een aantal kritische graffiti-schilderingen in Nairobi waarin de spot met de politici wordt gedreven. De bekendste is wel de afbeelding van een man met het hoofd van een gier op een troon. Daarboven staat de tekst: ‘Ze plunderen, verkrachten, vernielen en moorden voor mij. Ik steel hun belastinggeld en hun land, maar nog steeds stemmen die idioten op mij’. De meeste graffiti’s worden direct door de overheid verwijderd.

Verder heeft Mwangi ook een straattentoonstelling opgezet met foto’s van het verkiezingsgeweld. De tentoonstelling ‘Picha Mtaani’ (Swahili voor straattentoonstelling) trok gedurende drie jaar door het hele land om de dialoog over het geweld te stimuleren. In 2011 werd de tentoonstelling door de politie verwijderd.


Kenya Human Rights Commission (KHRC) - Een belangrijke nationale NGO (niet-gouvernementele organisatie) is de Kenya Human Rights Commission. De KHRC strijdt sinds begin jaren 90 voor democratie en mensenrechten. Een belangrijk resultaat van de inspanningen van de KHRC is dat Kenia een 2010 een nieuwe grondwet aannam. Dat gebeurde nadat de KHRC een referendum initieerde. In de oude grondwet konden politici eenvoudig misbruik maken van hun macht. Bijvoorbeeld door partijgenoten of familieleden aan te stellen als hoge rechter of politieofficier. In de nieuwe grondwet werd het onderscheid tussen politiek en recht (ook wel: de uitvoerende en de rechterlijke macht) strenger vastgelegd. Daardoor is het minder aantrekkelijk geworden om corruptie of geweld te gebruiken.


Kenyans for Peace, Truth and Justice (KPTJ) - De KPTJ is een verzameling van meer dan 30 organisaties, academici, onderzoekers en activisten op het gebied van bestuur en mensenrechten. De KPTJ was vooral actief als onderzoeksorganisatie: ze verzamelde data en informatie over de verkiezingen en het verkiezingsgeweld. Het resultaat van het onderzoek presenteerde de KPTJ aan de VN, de AU en aan verschillende internationale diplomaten. Daardoor wist de KPTJ de aandacht voor de problematiek in Kenia ook ná het geweld vast te houden. 

Cijfers

Hieronder vind je een aantal cijfers met betrekking tot het conflict in Kenia.



1133 mensen werden gedood.


3561 mensen raakten gewond.


117.216 privé-eigendommen werden vernield (huizen, winkeltjes en voertuigen).


491 overheidsgebouwen werden vernield (kantoren, scholen, ziekenhuizen, etcetera).


650.000 mensen sloegen op de vlucht.


350.000 vluchtelingen belandden in kampen.

Links


Hier vind je links naar artikelen en websites over dit conflict.



Dossier ‘Kenia kiest’ - alles rondom de verkiezingen: http://www.mo.be/dossiers/kenia-kiest


Filmpje van 3FM over het Glazen Huis in Kenia, dat in het teken staat van eerlijke verkiezingen: http://www.youtube.com/watch?v=eVUeDZRqK-g


Vier jonge Kenianen vertellen hoe het verkiezingsgeweld hun leven heeft beinvloed: http://www.coolpolitics.nl/productie/verhalen-van-slachtoffers-van-verkiezingsgeweld-in-kenia-2007-2008/


De Britse fotografe Georgina Cranston maakte een reportage van het verkiezingsgeweld: http://georginacranston.com/?pageid=24&photocat_id=24&parent_id=1


Engelstalig portret van de Keniaanse activist Boniface Mwangi: http://www.youtube.com/watch?v=g-8s6BG8EAE