Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Colombia

Mei 2013 | Ingrid Kruiter, met medewerking van Grecco Noorduin

Inleiding

Colombia wordt al ruim 40 jaar geteisterd door een gewapend binnenlands conflict. Guerrillagroeperingen, paramilitairen en veiligheidstroepen worden verantwoordelijk geacht voor ernstige mensenrechtenschendingen met als gevolg moorden, verdwijningen, seksueel geweld en gedwongen rekrutering. In de afgelopen 20 jaar zijn in Colombia minstens 70.000 mensen vermoord, drie tot vier miljoen mensen zijn verdreven en tienduizenden burgers zijn gemarteld, verdwenen of ontvoerd. Het conflict in Colombia is erg complex, kent een lange geschiedenis en vele partijen en belangen. Vaak wordt het conflict afgeschilderd als een burgeroorlog tussen linkse guerrillagroeperingen en de staat. Echter, ook rechtse paramilitaire organisaties die in veel gevallen nauwe banden onderhouden met politieke, economische en militaire elites hebben een grote rol gespeeld in het conflict. Hoewel ze officieel niet meer bestaan sinds 2006, zijn er allerlei nieuwe groeperingen ontstaan die voortkomen uit deze gedemobiliseerde groeperingen en die een gelijksoortige werkwijze hebben en voor veel gewelddadigheden zorgen. Daarnaast spelen ook organisaties die de drugshandel in handen hebben een grote rol. Zowel de guerrilla als de paramilitaire organisaties zijn nauw verbonden met of controleren van de drugshandel in sommige gebieden. De achterliggende reden voor het conflict is de economische achterstand, de grote ongelijkheid en oneerlijke verdeling in toegang tot land.

Edit
Delete
Betrokken partijen
In een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen,  rebellengroepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijv. de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren beschreven.



Het Nationaal Front (liberale en conservatieve politieke elites in de jaren 50/60) 

De Colombiaanse staat en haar veiligheidstroepen (leger en politie
- Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) 
- Ejército de Liberación Nacional (ELN) 
- Ejercito Popular de Liberacion (EPL; grootste gedeelte gedemobiliseerd in 1991 nu nog een paar honderd man actief) 
- M19 (gedemobiliseerd in 1989) 
- BACRIM (bandas criminales; zogenoemde criminele bendes die ontstonden na de demobilisatie van de paramilitairen). 

Edit
Delete
Het conflict
Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn be:invloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen.

Nationaal Front 
Gedurende de tweede helft van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw was er een conflict tussen de Partido Liberal (Liberale Partij) en de Partido Conservador (Conservatieve Partij). Dit conflict leidde tot veel politiek geweld, waarbij de meest bloedige periode bekend staat als “La Violencia” (het geweld). Gedurende de tweede helft van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw was er een conflict tussen de Partido Liberal (Liberale Partij) en de Partido Conservador (Conservatieve Partij). Dit conflict leidde tot veel politiek geweld, waarbij de meest bloedige periode bekend staat als “La Violencia” (het geweld). In 1958 besloten beide partijen om de macht te delen en vormden zij het “Nationaal Front”. Dit Nationaal Front zorgde voor een gelijke verdeling van de macht tussen liberalen en conservatieven. Om de vier jaar leverden beiden een president. Het Nationaal Front maakte dan wel een eind aan het geweld, maar gaf geen oplossing voor de spanningen die nog steeds voor de verdeling in het land zorgden. Eén van de redenen hiervoor was dat andere partijen, zoals de communistische partij, van dit Nationaal Front werden uitgesloten. Ook was er geen ruimte voor andere politieke ideeën en bewegingen, waardoor een groot deel van bevolking zich niet vertegenwoordigd voelde. Het Nationaal Front slaagde er niet in de guerrillagroeperingen, die destijds voornamelijk uit liberale en communistische bewegingen bestonden, te demobiliseren. Sterker nog, de guerrillagroeperingen slaagden erin om in kleine delen van Colombia de macht in handen te krijgen (‘onafhankelijke republieken’ genoemd).   

Guerrilla groeperingen 
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de jaren vijftig de oorsprong lag van de huidige grote guerrillagroeperingen. De liberale bewegingen vochten vooral tegen de regering, terwijl de communistische beweging met name streden tegen de grote landeigenaren. Dit had tot gevolg dat deze landeigenaren eigen gewapende groeperingen oprichtten om zichzelf te beschermen, de zogenaamde paramilitairen. Hoewel na verschillende onderhandelingen in de jaren ’60 de meest liberale bewegingen hun wapens neerlegden, besloten de communistische bewegingen juist om zich meer te verzetten tegen de regering. Hierdoor ontstonden de belangrijkste linkse guerrillagroeperingen namelijk de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) en de Ejército de Liberación Nacional (ELN).   Zoals reeds gezegd zijn de FARC en de ELN beide in de jaren zestig opgericht, vlak nadat Colombia’s grootste politieke partijen een einde maakten aan een decennium aan politiek geweld in het land en besloten de macht te delen Beide groepen vertonen overeenkomsten, ze zeggen het arme deel van de bevolking te vertegenwoordigen en strijden tegen de welgestelde elite van Colombia. Voorts zijn beide groeperingen tegen Amerikaanse invloeden in Colombia, de privatisering van nationale hulpbronnen, de vestiging van multinationals en het rechtse geweld. In sommige gebieden in Colombia werken beide groeperingen nauw samen, terwijl in andere delen van het land zij averechts tegenover elkaar stonden. Sinds december 2009 hebben zij echter een deal gesloten om de gewelddadige confrontaties te beëindigen, hoewel onderlinge strijd in sommige regio’s nog tot eind 2010 doorging, wordt deze deal nu overal gerespecteerd. Naast deze twee groeperingen bestonden er ook nog andere guerrilla groepen zoals de M19, Quinten Lamé en de EPL, deze groeperingen demobiliseerden in een aantal elkaar opvolgende ontwapeningsprocessen begin jaren negentig. De guerrilla groeperingen genoten wel een zekere sympathie bij de burgerbevolking die immers ook niet deelde in de rijkdommen van een kleine elitie en vaak geen enkele hulp van de overheid kon verwachten. Ook zij wilden en geloofden in verandering. Echter veel mensen op het platteland zijn slachtoffer geworden van het conflict en hebben gewelddadigheden van alle partijen, inclusief de guerrilla te verduren gehad. De gijzelingspraktijk kon ook niet op veel steun rekeningen en toen de guerrilla zich steeds meer inliet met de drugshandel kreeg de bevolking in toenemende mate het idee dat de guerrilla uit is op zelfverrijking of macht en niet langer de eerdere idealen na strijd en zich inzet voor de armeren.. Met name in de grote steden is er erg weinig sympathie en wordt de guerrilla als een terroristengroep gezien. Desalniettemin kan de guerrilla in sommige gebieden nog steeds op sympathie rekenen en is voor mensen in deze gebieden de staat geen haar beter dan de guerrilla. In sommige gebieden vrezen boeren meer geweld van de staat en (nieuwe) paramilitaire groeperingen dan van de guerrilla.   Qua ledenaantal hebben beide groeperingen in de loop der jaren veel moeten inleveren. Zo had de FARC in 2001 16.000 leden. Acht jaar later was dat aantal bijna gehalveerd, mede door het feit dat veel soldaten zijn gedeserteerd. Door steeds nieuwe aanwas (gedwongen of vrijwillig) wordt het huidige aantal van de FARC op dit moment geschat op 9000 leden. De ELN heeft mede door de aanvallen van paramilities en de concurrentie met de FARC veel leden verloren. Zij hebben momenteel rond de 3000 leden. De FARC is voornamelijk actief in het oerwoud in het zuiden en oosten van Colombia, terwijl de ELN voornamelijk actief is in het noordoosten. Hoewel beide groeperingen zich lange tijd financierden met het losgeld verkregen bij gijzelingen (de Farc werd in de late jaren negentig verantwoordelijk geacht voor meer dan 1000 gijzelingen per jaar), werd het geld verkregen door drugshandel een steeds grotere inkomenspost. In 2011 werden er ‘nog maar’ 77 mensen gegijzeld door de FARC en begin 2012 liet de FARC weten helemaal van de praktijk af te zien. Hoewel de praktijk nog steeds niet helemaal verdwenen is, is het aantal sterk verminderd. Hoeveel gijzelaars de FARC voor economische redenen nog vasthoudt is onbekend, schattingen hebben het over nog zeker 400 mensen. Daarnaast zijn er nog 16 politieke gijzelaars (vaak soldaten of politiemensen). Hoewel de inkomsten uit drugs voor de FARC steeds minder zijn geworden, maakt het waarschijnlijk nog wel steeds de grootse inkomensbron uit. Daarnaast financieren beide groeperingen zich met ‘belasting’ dat door de bevolking of bedrijven betaald moet worden in ruil voor ‘bescherming’.  Deze afpersingspraktijken leveren voor beide groepen een hoop geld op. Ook illegale mijnbouw en de handel in grondstoffen is een groeiende inkomstenbron (ook de paramilitaire groeperingen financieren zichzelf met deze inkomstenbron). Precieze getallen zijn lastig te geven aangezien het om illegale praktijken gaat.
De FARC en de ELN zijn voornamelijk actief op het platteland en in de oerwouden van Colombia. Echter, sinds de jaren zeventig is de gewelddadige confrontatie tussen de Colombiaanse regering en de guerrillagroeperingen steeds meer richting de steden verschoven. Hoewel het er op leek dat de FARC eind jaren negentig sterk genoeg was om Bogota te kunnen innemen, is mede door de democratische veiligheidspolitiek van president Alvaro Uribe hun macht rond de steden behoorlijk ingeperkt en bevinden ze zich nu weer meer in aloude ‘strongholds’ op het platteland waar de staat maar beperkt aanwezig is.   Sinds 2008 is de macht van de FARC afgenomen. Dit komt mede door de dood van een prominent figuur binnen de FARC, ‘Raul Reyes’. Maar ook de overgave van belangrijke leden en de (natuurlijke) dood van top commandant Manuel “Tirofijo” Marulanda hebben hieraan bijgedragen. De nieuwe leider ‘Alfonso Cano’ (aangetreden in 2010 na de dood van ‘Mono Jojoy’) kondigde plannen aan om de FARC nieuw leven in blazen, met de focus op bomaanslagen en het gebruik van landmijnen. Cano werd in november 2011 tijdens een militaire actie gedood. Ondanks deze tegenslagen is de FARC niet verslagen en is hun strijdersaantal in de afgelopen jaren niet verder gedaald. In sommige gebieden zijn ze zelfs sterker dan voorheen. Onder de huidige leider ‘Timochenko’ zijn in oktober 2012 nieuwe vredesonderhandelingen begonnen.   Paramilitaire groeperingen In het midden van de jaren zestig ontstonden de eerst wettelijk toegestane gewapende milities, opgezet door het leger. Deze paramilitairen (destijds zelfverdedigingsgroepen genoemd) werden gesteund door grootgrondbezitters die er een instrument in zagen om kleine boeren te verdrijven van hun grond en vakbondsleiders en politieke tegenstanders uit te weg te ruimen. Zij probeerden door middel van terreur de vermeende banden tussen burgergemeenschappen en de guerrillagroeperingen te verbreken. De paramilitairen worden verantwoordelijk gehouden voor het merendeel van de mensenrechtenschendingen in Colombia.    Vanaf de jaren tachtig werden de paramilitairen gefinancierd door de drugshandelaren. Hierdoor werden de paramilitairen eind jaren tachtig een machtige militaire structuur en acties in het hele land werden op elkaar afgestemd. Hoewel in 1989 het inzetten van gewapende burgers in legeroperaties verboden werd, bleef strafrechtelijke vervolging van verantwoordelijk geachte hoge officieren achterwege. Dit had tot gevolg dat de paramilitaire groepen bleven groeien en zij in 1997 de Autodefensas Unidades de Colombia (AUC) oprichtten. In de AUC werden vele paramilitaire groeperingen verenigd die als doel hebben het beschermen van het huidige economische systeem en de staat. De paramilitairen hadden vaak nauwe banden met het staatsleger, ze knapten het ‘vuile werk’ op en het leger keek vaak de andere kant op, op het moment dat de paramilitairen hun gewapende acties uitvoerden.

Edit
Delete
Vredesproces en wederopbouw

Jaren ‘80

De jaren tachtig kenmerken zich vooral in verschillende pogingen tot vredesonderhandelingen waardoor het geweld enigszins afnam. Hoewel men eerst trachtte elk vorm van protest hardhandig te onderdrukken, besloot de toenmalige president Belisario Betancur (1982-1986) om over te gaan op vredesgesprekken.


De jaren tachtig kenmerken zich vooral in verschillende pogingen tot vredesonderhandelingen waardoor het geweld enigszins afnam. Hoewel men eerst trachtte elk vorm van protest hardhandig te onderdrukken, besloot de toenmalige president Belisario Betancur (1982-1986) om over te gaan op vredesgesprekken.

Hij slaagde erin om een verdrag te sluiten met de FARC, de ELN en de kleine groepering M-19. Het akkoord had echter geen lang leven. In 1986 ontstond de Union Patriótica (UP), een politieke beweging gevormd door verschillende sociale actoren, waaronder gedemobiliseerde secties van de ELN en de FARC. Zij wilden op een legale en ongewapende manier aan het politieke leven deelnemen. Een jaar na de oprichting van de UP, bij de eerste presidentsverkiezingen waar zij aan meededen behaalden ze ondanks vele bedreigingen bijna 5% van de stemmen. De UP had echter geen lang leven, vele UP militanten werden vermoord. De moord op meer dan 3000 UP aanhangers of sympathisanten door veiligheidsdiensten en paramilitairen is later een ‘politieke genocide’ genoemd. Dat de staat de veiligheid van deze nieuwe politieke beweging niet kon garanderen leidde tot een gebrek aan vertrouwen en oplopende spanningen. Dit had tot gevolg dat het conflict opnieuw radicaliseerde. Na slechts tien maanden verbrak de M-19 hierdoor het akkoord en in 1987 was het de Colombiaanse regering die besloot het akkoord af te blazen.

 

President Virgilio Barco (1986-1990) hervatte de vredesgesprekken, maar legde de nadruk op ontwapening en sociale reïntegratie. Hoewel hij succes boekte met de ontmanteling van de M-19 in 1989, verslechterde de relatie met de FARC en de ELN. Officieel verloren de paramilitairen de steun van de overheid door een wet die het niet langer toestand dat burgers op die manier aan het conflict deelnemen. De banden tussen de paramilitairen en de veiligheidstroepen van de staat alsmede ook (regionale) politieke en economische elites werd echte niet minder sterk. In de jaren negentig hielden de FARC en de ELN zich voornamelijk bezig met het ontvoeren van belangrijke, machtige en rijke personen om zo hun te strijd te financieren. Tevens vielen er door het gebruik van hun landmijnen vele onschuldige burgerslachtoffers.

 

Jaren ‘90 

De opvolger van Barco, César Gaviria (1990-1994), zette dezelfde koers als zijn voorganger voort en zorgde voor de ontwapening van enkele kleinere organisaties. De onderhandelingen met de FARC en de ELN draaide echter weer op niets uit en de overheid aanvaardde de guerrillagroeperingen niet langer als legitieme tegenpartij.

 

President Ernesto Samper (1994-1998) blies de onderhandelingen nieuw leven in, waarbij afspraken werden gemaakt omtrent het respecteren van de internationale humanitaire normen. De FARC eiste in ruil een gedemilitariseerde zone om de onderhandelingen verder te zetten. De onderhandelingen waren echter verre van succesvol. De FARC aanvaarde de overheid niet langer als een legitieme gesprekspartner nadat bleek dat de verkiezingscampagne van Samper werd gefinancierd door het drugskartel in Cali.

 

Door deze nieuwe mislukte onderhandelingspogingen kregen de guerrillagroeperingen steeds meer macht. Vooral de FARC profiteerde daarvan en werden zeer actief door middel van aanslagen, zware gevechten met het leger en het ontvoeren van belangrijke politici.

 

Na jaren van mislukte vredesgesprekken zag het er niet gunstig uit voor de Colombiaanse regering. Het leger kon niet op tegen de guerrillagroeperingen, die steeds meer macht hadden gekregen. President Andres Pastrana (1998-2002) wees Victor G. Ricardo, de secretaris-generaal van het Palacio de Nariño (regeringsgebouw), aan als onderhandelaar en richtte zich op het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen de overheid en de guerrillagroeperingen. De FARC eiste in ruil erkenning van het politiek karakter van de guerrillagroep, het decriminaliseren van sociaal protest, het ontmantelen van de paramilitairen en het terugtrekken van de militaire troepen in vijf provincies. Het proces staat bekend als de vredesonderhandelingen van St Vicente de Caugun; de gedemilitarizeerde zone waar de onderhandelingen plaatsvonden. De Colombiaanse regering gaf toe aan deze eisen. Door de toegevingen slaagde Ricardo erin het vertrouwen te winnen van de guerrillagroeperingen. Toch leidde dit alles niet tot een succesvolle vredesproces. Hoewel volgens de afspraak het leger en de veiligheidstroepen de gedemilitariseerde zones verlieten, werden ook onderzoekers, aanklagers en rechters door de guerrillagroeperingen gedwongen deze zones te verlaten. De guerrilla begin vele gewelddadigheden tijdens dit proces. Ook werkte het leger niet actief mee aan het toezichtproces. Dit leidde tot een toename van de straffeloosheid in deze gebieden. De bedreigingen en aanslagen van de AUC (de paramilitairen) zorgden ervoor dat de onderhandelingen uit evenwicht werden gebracht. Ricardo werd in 2000 ontslagen en het aantreden van een nieuwe onderhandelaar zorgde ervoor dat het opgebouwde vertrouwen verloren ging en een oplossing onhaalbaar leek.

 

Beide partijen beschuldigden elkaar van het mislukken van dit vredesproces.

 

Vanaf 2000 – Plan Colombia

Na het mislukken van de zoveelste vredesbesprekingen verloren veel Colombianen de hoop en vertrouwen dat het conflict op een politieke manier opgelost kon worden. Rond deze tijd werd “Plan Colombia” geboren. In eerste instantie had dit programma tot doel de economische, sociale, politieke en militaire problemen op te lossen. Het plan trad in 2000 in werking. Belangrijke punten in het programma zijn een vredesstrategie waarin een vredesakkoord met de guerrillagroeperingen centraal staat en het versterken van de politie en het leger. Echter het plan ging vooral over de strijd tegen de drugs en de daaraan gelieerde strijd tegen terroristen (zowel de AUC als de FARC waren inmiddels door Amerika op de lijst van terroristische organisaties gezet). Er ging enorm veel geld naar het leger (materieel en trainingen) en bijna te verwaarlozen percentage naar sociale op economische ontwikkeling. Dit riep wrevel op bij delen van de bevolking. Het feit dat de Verenigde Staten zo’n enorme rol speelden bij dit plan stootte ook de guerrillagroeperingen tegen de borst. Het feit dat niet alle groeperingen tot de onderhandelingen werden toegelaten zorgde ervoor dat zij aanslagen bleven plegen. Tevens werden vertegenwoordigers van het leger, non-gouvernementele organisaties en paramilitairen van de onderhandelingen uitgesloten.

 

De onderhandelingen in Caugan faalden en veel Colombianen werden sceptisch over de mogelijkheid tot een politieke oplossingen van het conflict. Bij de nieuwe verkiezingen in 2002 won Alvaro Uribe die meedeed met de belofte de guerrilla militair te verslaan. Om zich hier volledig op te kunnen richten was het voor hem noodzakelijk niet langer met het probleem van de paramilitairen te maken te hebben.

 

Demobilisatie paramilitairen en de opkomst van de zogenaamde bacrim


Uribe kwam met plannen voor de demobilisatie van de paramilitairen. Na een eenzijdig door de paramilitairen afgekondigd staakt-het-vuren eind 2002, begon de Colombiaanse regering in november 2003 met het demobiliseren van de AUC. In 2006 was de AUC zogezegd volledig ontwapend. De Wet Justicia y Paz (Wet Justitie en Vrede) vormde het juridisch kader van het demobilisatieproces. Op grond van deze wet kunnen leden van illegale gewapende groepen die zich laten demobiliseren rekenen op aanzienlijk lagere gevangenisstraffen. Niet iedereen is even enthousiast over deze wet. Veel mensenrechten organisaties waaronder Amnesty International zien deze wet als een ‘contract van straffeloosheid’ met de daders van ernstige mensenrechtenschendingen, waarbij het recht van slachtoffers op waarheid, gerechtigheid en herstel uit het oog wordt verloren. Velen hebben kritiek op het demobilisatie proces. Zo werd er in het geheim onderhandeld en weet niemand wat er precies is toegezegd. Wel was één van de voorwaarden van de paramilitaire leiders dat zij niet uitgeleverd zouden worden aan de Verenigde Staten (waar ze gezocht werden voor misdaden die te maken hebben met de drugshandel). Ook kregen velen dus strafvermindering en werd de straf voor het behoren aan een paramilitaire groepering niet uitgevoerd. Pas als iemand daadwerkelijk verdacht werd van moord of andere ernstige misdaden zou hij of zij in aanmerking kunnen komen voor strafvermindering, in ruil voor het verhalen van de waarheid binnen het Justicia y paz programma. Tot op heden zijn er echter slechts 13 paramilitairen veroordeeld via het Justicia y Paz proces en een aantal daarvan is nog in hoger beroep. Daarnaast zorgde de uitlevering van veertien van de hoogste paramilitaire leiders in 2008 aan de Verenigde Staten (tegen de afspraken in) tot grote verontwaardiging. Zowel bij de paramilitairen zelf, als bij veel mensenrechtenorganisaties en slachtoffers. Immers met de uitlevering van deze hooggeplaatste leiders zou ook de waarheid als het ware uitgeleverd worden. In de VS zouden ze namelijk terecht staan voor misdaden in het kader van hun rol in de drugshandel en niet de mensenrechten schendingen of schendingen van het internationaal recht in Colombia.

Voor velen was de uitlevering van deze leiders een geplande manoeuvre om ook de waarheid uit te leveren. Immers, de paramilitaire leiders -die weinig meer te verliezen hadden en die op strafvermindering konden rekening als ze collaboreerden met justitie- begonnen steeds meer te praten over hun banden met het leger, politie regionale of nationale politieke en economische leiders en elite. Dit kwam deze mensen natuurlijk niet uit en met uitlevering aan de VS werd hen in feite de mond gesnoerd. Deze relaties tussen elite en paramilitairen hadden tot doel economische belangen te verkrijgen of verdedigen of mensen politiek in het zadel te helpen (bijv door bedreigingen of intimidadatie de bevolking te dwingen op een bepaalde kandidaat te stemmen). De paramilitairen hebben duizenden moorden en gedwongen verdwijningen en verplaatsingen op hun geweten. Het leger, politie, politieke of economische elites zijn er natuurlijk niet bij gebaat om met dit soort praktijken gelinkt te worden.

 

Een gedwongen verplaatsing (dat iemand moet vluchten of van zijn grondgebied afgejaagd wordt) wordt vaak gezien als gevolg van het conflict; je zit immers tussen twee strijdende partijen en om je leven te redden vlucht je. Door veel lokale mensenrechtenorganisaties worden gedwongen verdwijning echter niet als consequentie, maar als tactiek gezien. Mensen werden ‘express’ van hun land verdreven, waardoor dit land vrij kwam en werd doorgegeven of verkocht aan businesslui die er bijvoorbeeld bananen- of palmolie plantages op begonnen waar ze veel geld mee verdienden. Hoewel de huidige slachtofferwet een grote passage bevat die gaat over teruggave van land, gaat dit proces (juist omdat er zoveel grote belangen mee gemoeid zijn) gepaard met veel problemen. Sinds de wet in werking is getreden zijn er veel mensen die opkomen voor deze landteruggave vermoord. Alleen al in 2011 werden er 28 mensen vermoord die dit soort processen leiden.

 

Behalve de problemen die in dit proces gepaard gaan met recht en straffeloosheid, het ‘uitleveren van de waarheid’ en de problemen met landrestitutie, heeft het demobilisatie proces ook op andere vlakken gefaald. Een aantal paramilitairen heeft zich nooit gedemobiliseerd, anderen deden dit wel, maar pakten na korte tijd de wapens weer op. Hoewel de hoogste leiders werden gearresteerd, vormden leiders van de middelste rang weer nieuwe groeperingen. Vaak voldeden deze ook nog aan orders die er vanuit de gevangenis van de hoogste leiders naar hen toekwamen. Binnen korte tijd bestonden er vele nieuwe groeperingen, zo’n 33 in 2006 die het machtsvacuüm dat de paramilitairen hadden achtergelaten, innamen. In 2012 hadden de meeste van deze groepen zich verenigd (of waren ze door gewapend conflict door sterkeren overgenomen) en op dit moment zijn er nog zes van zulke nieuwe gewapende groeperingen die tussen de 5000-8000 man sterk zijn. Uribe heeft lange tijd het belang van deze nieuwe groeperingen onderschat en ze neergezet als criminele bendes (bandas criminales – bacrim). Toegeven dat deze bendes voortkwamen uit de demobilisatie van paramilitairen zou immers inhouden dat het demobilisatie proces (één van de grote successen uit zijn regeringsperiode) zou zijn mislukt.

 

De huidige president Santos (sinds 2010 aan de macht) heeft echter wel toegegeven dat de ‘bacrims’ een groot probleem zijn en bestreden moeten worden. Veel conflict analisten en mensenrechten organisaties zijn het er over eens dat de bacrim meer zijn dan puur criminele bendes. Ze verdedigen belangen van economische en politieke elites, er bestaan ook bewijzen van banden met de veiligheidstroepen van de staat, ze hebben een gelijksoortige modus van opereren, en richten zich ook op het bedreigen, intimideren en zelfs ook aanvallen van sociale organisaties, mensenrechtenverdedigers, boeren of vrouwenleiders. Hun politiek discours en hun hiërarchische structuur is echter minder sterk dan dat van de paramilitairen.

Op sommige plaatsen noemen ze zich zelfs openlijk paramilitairen of AUC en voor mensen in achterbuurten van sommige kleinere stadjes of op het platteland is de situatie weer alsof de paramilitairen opnieuw de macht hebben. Hoewel ze dus niet precies hetzelfde zijn als de paramilitairen zijn er grote overeenkomsten. Dit doet sommigen zelfs er toe denken dat de demobilisatie van de paramilitairen nooit een oprecht proces is geweest, maar dat de verhoudingen geconfigureerd moesten worden en dat de opkomst van deze ‘nieuwe’ groeperingen voorzien was. Uribe en ook andere conservatieve leiders spreken deze banden echter volhardend tegen.

 

Aangezien het beleid van Uribe gericht was op een militaire overwinning op de guerrilla, zijn er onder zijn bewind (2002-2010) geen nieuwe vredesbesprekingen met de FARC begonnen.

5             Regeringsperiode Uribe 2002-2010


Uribe wordt door sommige sectoren in Colombia als een held gezien die met zijn ‘democratische veiligheidsbeleid’ die vooral gericht was op het verslaan van de guerrilla en het binnenhalen van buitenlandse investeringen, het land een stuk veiliger heeft gemaakt. In zekere zin is dat ook zo, het moordcijfer per 100.000 inwoners staat met 32 op het laagste in tientallen jaren en veel lager dan een aantal landen in Midden Amerika. Ook zijn buitenlandse investeringen zeker toegenomen. Echter deze politiek heeft ook veel negatieve gevolgen gehad. De enorme investering in defensie heeft tot gevolg dat er minder geld beschikbaar is voor bijvoorbeeld onderwijs of zorg. Daarnaast heeft de FARC zich aan het beleid weten aan te passen en hoewel ze een aantal zware klappen te verduren hebben gekregen, zijn ze niet verslagen en hebben ze hun tactiek veranderd. Het feit dat ondanks zoveel investeringen de FARC nog steeds een macht is om rekening mee te houden en in sommige gebieden haar macht zelfs heeft versterkt, heeft de legitimiteit van het democratische veiligheidsbeleid ondermijnt.

 

Daarnaast heeft het beleid ook vele mensenrechtenschendingen tot gevolg gehad. Het ging gepaard met een toenemend militarisme. In de gebieden die door de staat werden heroverd op de guerrilla  is de staat amper aanwezig behalve dan de militairen. Er is geen opbouw van de rechtstaat en civiele organisaties geweest. Voor veel burgers in afgelegen gebieden zijn de militairen het enige wat ze van de staat zien. De aanwezigheid van zoveel militairen leidt weer tot represailles van de guerrilla waardoor de burgerbevolking zich tussen twee vuren bevindt. Daarnaast wordt ook steeds meer de tegenstrijdigheid van de economische politiek duidelijk. Hoewel het in sommige gebieden veiliger werd en men dus meer durfde investeren onder andere in de winning van grondstoffen (goud, olie, steenkool o.a.) blijkt dat hiermee vaak ook mensenrechten gepaard gaan (de grond waarop dat gebeurt werd vaak gebruikt door de bevolking die nu van hun grond afgejaagd worden) of de grondstoffen extractie wordt door illegale groeperingen gebruikt als financiering.  Vooral inheemse groeperingen werden vaak slachtoffer van gedwongen verplaatsingen vanwege de strategische ligging van de gebieden waar zij wonen en de rijkdom aan grondstoffen die deze gebieden rijk zijn.

 

Daarnaast kampte zijn regering ook met een aantal behoorlijke schandalen:

 

-De dood van ‘Raul Reyes’ had een negatieve impact op de diplomatieke relaties van Colombia. De Colombiaanse regering stelde namelijk na de dood van Reyes documenten te hebben gevonden waarin sterke aanwijzingen te vinden zijn dat Venezuela en Ecuador materiële hulp aan de FARC verschaffen. Zo zou de Venezolaanse president Hugo Chavez maar liefst 250 miljoen dollar hebben gegeven. Chavez heeft dit ontkend en stelde dat dit geld puur als losgeld is gebruikt. Echter, de spanning tussen Chavez en de Colombiaanse regering laaide op waarop Chavez tijdelijk alle diplomatieke relaties met Colombia verbrak. 

 

-Daarnaast had Colombia in de vervolging van ‘Raul Reyes’ Ecuadoriaans grondgebied betreden wat in strijd is met internationale regels over de soevereigniteit van staten. Hierdoor bereikten diplomatieke relaties met Ecuador een dieptepunt.

 

-Een ander schandaal kwam aan het ligt in oktober 2008. De Colombiaanse veiligheidstroepen werden ervan beschuldigd onschuldige burgers te hebben vermoord en hun lijken te hebben voorzien van de uniforms van guerrillastrijders. Het doel zou zijn geweest om de statistieken omtrent het aantal slachtoffers aan de zijde van de guerrillastrijders positief te beïnvloeden. Hoewel zowel de regering als legerleiders dit lang hebben proberen af te doen als incidenten van ongedisciplineerde soldaten, geeft de grote schaal waarop dit is gebeurd (inmiddels zijn er meer dan 2000 gevallen bekend) aan dat het om een meer systematische tactiek ging.  

 

-Eind 2008 werd ook bekend dat de DAS (de Colombiaanse inlichtingendienst) ervan beschuldigd wordt belangrijke mensen in de media, de rechterlijke macht, internationale organisaties, lokale mensenrechtenverdedigers en de oppositie te hebben bespioneerd. Deze praktijk staat bekend als de “Chuzadas”. In reactie hierop besloot de Colombiaanse regering de DAS compleet te vervangen. In de praktijk is deze dienst slechts hervormd. Sinds maart 2011 is het Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten bezig met verschillende onderzoeken omtrent dit schandaal. 

 

-In 2008 werd in een spectaculaire bevrijdingsmissie van het leger, voormalig presidentskandidaat Ingrid Betancourt (ontvoerd in 2002) bevrijd samen met drie Amerikaanse staatsburgers en een aantal politieagenten en soldaten die evenals de presidentskandidaat al jaren gegijzeld werden door de FARC. Hoewel dit in eerste instantie een opsteker leek voor het leger en voor Uribe, kwam er al gauw kritiek omdat het leger het embleem van het Internationale Rode Kruis had gebruikt en dit de neutraliteit van het Rode Kruis en de belangrijke positie (ze hebben toegang tot alle strijdende partijen) en het vertrouwen die zij hebben opgebouwd ernstig ondermijnt. Ook bleek dat de missie niet alleen gebaseerd was op zeer gedegen voorbereidingen en uitstekende legerintelligentie, maar dat er onderhandeld was met (voormalige) FARC strijders.

 

-Een groot deel van de politici die Uribe steunde, bleek nauwe banden te onderhouden met de paramilitairen. Dit schandaal is bekend geworden als de ‘parapolitica’ Ongeveer 1/3 van de congresswerd aan het eind van Uribe’s regeerperiode verdacht van zulke banden. Een behoorlijk aantal (waaronder een aantal van Uribe’s vertrouwelingen) zijn hier voor veroordeeld. Velen menen ook dat Uribe zelf nauwe banden had met de paramilitairen en zelfs door hen in het zadel is geholpen. Uribe ontkent dit stellig.

 

-Aan het eind van zijn regeringsperiode kwam een aantal grote fraude schandalen aan het licht. Hoewel niet al deze mensen directe banden hadden met de president, taste dit vertrouwen van veel Colombianen in de politiek aan.

 

6             Regeringsperiode Juan Manual Santos 2010-  

In augustus 2010 trad de huidige president Juan Manuel Santos aan. Onder hem werden de diplomatiek banden met de buurlanden sterk verbeterd. Dit heeft ertoe geleid dat Colombia en Venezuela beter samenwerken om de drugshandel te onderdrukken. Zo delen zij meer informatie en zijn ze bezig met projecten om de grenzen beter te bewaken. Santos boekte ook groot succes door bombardementen in het Meta district waarbij de militaire leider van de FARC ‘Mono Jojoy’ om het leven kwam.

 

In mei 2011 kondigde president Santos een nieuwe wet aan, de zogenaamde Slachtofferwet Deze nieuwe wet zorgt voor herstelbetaling aan de ongeveer vier miljoen slachtoffers van het geweld door de guerrillagroeperingen, de paramilitairen en de overheid en streeft verder ernaar om twee miljoen hectare land terug te geven aan hen die deze door het conflict zijn verloren. Hoewel deze wet positief gezien wordt, is er ook veel kritiek. De slachtoffers zelf zijn immers niet geraadpleegd. Daarnaast kan in vele gevallen de veiligheid van slachtoffers niet gegarandeerd worden en is de op toenemende macht van de ‘bacrim’ een grote bedreiging voor het proces.

De minister van Defensie, Rodrigo Rivera, kwam met een nieuw plan om criminele bendes op te breken, een eind te maken aan de guerrillagroeperingen en de drugshandel te onderdrukken tegen het einde van Santos regeringstermijn in 2014.

 

Huidige vredesbesprekingen.

 

In september 2012 werd er opnieuw over onderhandelingen tussen de overheid en de FARC gesproken. Hier gingen vele besprekingen aan vooraf. Uiteindelijk lukte het beide partijen tot een akkoord gekomen waarmee de besprekingen konden beginnen. In oktober werden de eerste besprekingen gehouden in Noorwegen. Op dit moment (jan 2013) zullen de besprekingen verder gehouden worden in Cuba. Veel Colombianen zijn voorzichtig optimistisch. Het land is meer dan vijftig jaar conflict meer dan moe en is toe aan vrede. Hoewel de militaristische aanpak van Santos’ voorganger Uribe de FARC wel heeft aangepakt en heeft verzwakt heeft tien jaar van groot militair offensief de FARC niet kunnen verslaan. Mede daarom is er nu weer meer politieke steun voor het beginnen van vredesonderhandelingen.

 

Echter, velen zijn ook sceptisch en geloven niet dat er daadwerkelijk vrede zal komen. Zoals eerder is voorgekomen is men bang dat de FARC deze periode zal gebruiken om zich te heroriënteren en versterken zodat ze straks sterker tegen de overheid kunnen optreden. Daarnaast is een groot gedeelte van het maatschappelijk middenveld het er over eens dat een einde aan het gewapende conflict tussen leger en FARC niet betekent dat er ook duurzame vrede heerst. Er zijn nog erg veel sociale en economische problemen die opgelost moeten worden. Als de overheid zich daar niet aan committeert en als de grote ongelijkheid zal blijven bestaan, zal voor velen de situatie niet daadwerkelijk veranderen. Daarnaast houdt een einde van geweldplegingen door de FARC nog niet in dat ook de andere kleinere guerrilla groeperingen (ELN en EPL) en de nieuwe paramilitaire groepen (Bacrim) de wapens neer zullen leggen. Ook zal de ‘gewone’ en drugsgerelateerde criminaliteit en geweld niet opgelost zijn met een vredesakkoord met de FARC.

 

Toch staan de kaarten er beter voor dan in voorgaande vredesbesprekingen. Op dit moment is de FARC nog één redelijk coherent geheel, hoewel dit wil niet zeggen dat er bij een mogelijk toekomstig vredesproces alle fracties mee doen. Net zoals dat in het verleden bij andere partijen is gebeurd kan het ook nu voorkomen dat een klein gedeelte zegt niet mee te willen doen en door blijft strijden. Dit is vooral een risico bij die fracties die op dit moment vol in de drugshandel zitten en hier veel aan verdienen. Zij zullen dit niet snel op willen geven. Toch is het makkelijker om één gesprekspartner te hebben dan wanneer de FARC bij nog verdere militaire acties de groeperingen versplinterd zou worden. Daarnaast is het voor sommige van de leiders van het eerste uur -of die van de  oudere garde-  wellicht één van de laatste mogelijkheden om nog tot een proces te komen waar ze ook nog een aantal van hun politieke idealen waar ze zolang voor hebben gestreden kunnen verzilveren en een zekere politieke legitimiteit te verkrijgen. Voor hen staat er dus veel op het spel. Echter het risico bestaat dat het machtsvacuüm wat on sommige gebieden zou ontstaan na een mogelijke demobilisatie van de FARC opgevuld wordt met andere illegale groeperingen.

Vele sociale maatschappelijke organisaties van slachtoffers, boeren, vrouwen, afro-colombianen of inheemse groepen hebben zich verenigd en geëist dat er ook naar hen wordt geluisterd en dat hun voorstellen voor vrede in Colombia worden meegenomen. Hoewel deze groeperingen niet aan de onderhandelingstafel mogen deelnemen is het wel de eerste keer in de geschiedenis dat er naar hen geluisterd wordt.  In december 2012 vond er een groot congres plaats waar deze organisaties met hun voorstellen voor vrede komen en deze zijn aangeboden aan de onderhandelende partijen. Ook zij zijn van mening dat het sociale conflict, de uitsluiting, ongelijkheid en armoede niet ophoudt als er een vredesakkoord tussen beide partijen komt en hebben veel voorstellen ingediend die pleiten voor een verregaande hervorming van de sociale en economische situatie in Colombia. Ook menen zij recht te hebben op een stem in het proces omdat zij de slachtoffers zijn van het conflict en een toekomstige vrede alle sectoren zou moeten betrekken.

 

 

Onderhandelingen met de ELN en ELP?

 

Met de ELN vinden op dit moment geen besprekingen plaats maar ook zij hebben aangegeven onder bepaalde voorwaarden open te staan voor onderhandelingen. Daarnaast is er nog een klein groepje EPL, zij zijn een afsplitsing van de groep die aan het begin van de jaren negentig ontwapende. Op dit moment tellen zij slechts een paar honderd leden en niet veel macht, maar de bevolking die leeft in de gebieden waar deze groepering nog actief is, heeft hier wel onder te lijden. De EPL heeft in een brief aangegeven ook te willen onderhandelen. Hoe serieus deze voorstellen zijn, en wat de reactie van de overheid hierop zal zijn, is echter moeilijk te voorspellen.

 

 

Edit
Delete
Betrokkenheid internationale gemeenschap
Voor de onderhandelingen die Andres Pastrana startte, beperkte de internationale instellingen, de EU en de V.S. zich tot de rol van handelspartner en toeschouwer. Dit was vooral omdat de internationale gemeenschap een lage prioriteit aan dit conflict gaf. 

Tijdens de koude oorlog lag Colombia in het invloedsgebied van de Verenigde Staten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij de Colombiaanse regering steunden in haar strijd tegen de communistische rebellen. In 1998 ondernam de VS zijn eerste diplomatieke inspanning om tot een vredesakkoord te komen. Nog voor de verkiezing van Pastrana kwamen er gesprekken tussen de Colombiaanse en de Amerikaanse overheid, hetgeen resulteerde in de uitwerking van Plan Colombia, die zoals al eerder gezegd vooral gericht was op drugsbestrijding en minder op duurzame vrede en sociale ontwikkeling. Onder president Uribe werd de samenwerking verder versterkt. Hij ondernam maatregelen om buitenlandse investeringen aan te trekken, spendeerde een belangrijk deel van het overheidsbudget aan militair materieel in de VS en ondertekende een vrijhandelsakkoord met de VS.    


Europa heeft zich langere tijd afzijdig gehouden in het Colombiaanse conflict. Pas toen de gesprekken tussen Pastrana en de FARC vastliepen, kwam Europa in actie. De reden hiervoor was Plan Colombia. De meeste Europese landen hadden toestemming en financiële steun gegeven voor het plan. Echter, toen bleek dat het plan hoofdzakelijk en eenzijdig militair was besloten zij zich van dit plan te distantiëren en de focus te leggen op vredesonderhandelingen. Verschillende topdiplomaten en leden van het Europees Parlement werden ingezet bij deze vredesonderhandelingen, echter zonder succes. Israel heeft vooral op het gebied van militaire trainingen steun gegeven aan het leger en paramilitairen.   


In de regio hebben vooral Cuba, Venezuela, Ecuador en Brazilië een rol gespeeld, ofwel door de opvang van vluchtelingen, steun aan rebellen, steun bij vredesonderhandelingen of bijv bij reddingsacties van door de guerrilla ontvoerde burgers. Toen het Colombiaanse conflict zich over de regio’s begon te verspreiden, voelden de Latijns-Amerikaanse buurlanden zich, mede om economische- en veiligheidsbelang van hun eigen land, genoodzaakt om zowel de vredesonderhandelingen als Plan Colombia te ondersteunen.     


Bij het huidige vredesproces zijn Noorwegen, Cuba, Venezuela en Chile betrokken.  

Edit
Delete
Banden met Nederland
Hieronder vind je op welke manier Nederland betrokken is bij het conflict in Colombia.


Tanja Nijmeijer (alias ‘Alejandra’) is een voormalige studente aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1998 reisde zij af naar Bogotá om Engelse les te geven. Aldaar raakte zij bevriend met een leraar die haar de ongelijkheid in Colombia heeft laten zien. Aanvankelijk kwam zij, na haar stage in Colombia, terug naar Nederland en is zij gaan werken als politiek activiste. Zij werd zich echter steeds meer van bewust dat de revolutie zich niet in Nederland zou gaan voordoen, maar in Colombia. Zij besloot terug te keren naar Colombia. In 2002 sloot zij zich aan bij de FARC.


Zij werd vooral bekend omdat er bij toeval delen van haar dagboek waren gevonden, die wereldwijd gepubliceerd werden. Hoewel ze zich hier af en toe kritisch uitlaat over sommige praktijken van de guerrilla (en hiervoor door de guerrilla vermoord had kunnen worden) heeft ze in latere interviews gezegd volledig achter de missie van de FARC te staan.


In 2010 werd bekend gemaakt dat Tanja Nijmeijer niet in Colombia zal worden vervolgd als zij besluit zich terug te trekken uit de FARC. Echter, na toe te hebben gegeven dat zij zelf in Colombia bommen heeft gelegd voor de FARC en bedrijfspanden en bussen in brand heeft gestoken, verklaarde de Colombiaanse ambassadeur in Nederland dat Tanja Nijmeijer met haar bekentenis de kans om amnestie heeft verspeeld. 


In 2010 werd het kampement van Tanja’s baas, Jojoy, gebombardeerd. Aanvankelijk werd gedacht dat Tanja bij dit bombardement om het leven zou zijn gekomen, maar forensisch onderzoek weersprak dat later. Hoewel er meerdere buitenlanders meevechten met de FARC is Tanja, mede dankzij haar dagboeken één van de beroemste buitenlandse strijdsters geworden. Helaas houdt dit ook in dat er in Nederland, als het over de FARC of Colombia gaat, altijd naar haar verwezen wordt en daardoor een groot deel van het verhaal onderbelicht blijft. In Nederland wordt de strijd vooral gezien als een strijd tussen de FARC en de overheid, waarbij de FARC voor de belangen van de boeren zou strijden. Dat er ook veel sociale bewegingen zijn in Colombia die het niet eens zijn met de economische en agrarische politiek van de overheid maar daar op een ongewapende manier tegen strijden en zelf ook pacifistische voorstellen hebben, wordt hier bijna niet bekend. De rol van paramilitairen en economische elites wordt ook vaak onderbelicht. 


De volgende Nederlandse organisaties zijn bezig met vredesopbouw in Colombia:

Peace Brigades International

Stichting Vluchteling

IKV PAX Christi

Mensen met een Missie

Cordaid

Warchild werkt in Colombia nauw samen met vier lokale partners:

 -Corporación Juan Bosco 

- Taller de Vida 

- Disparando Cámaras para la Paz 

- De Colombiaanse Coalitie tegen het gebruik van kindsoldaten

Save the Children 

Edit
Delete
Links en downloads
Hier vind je links naar artikelen en websites over dit conflict.


Websites

“Nijmeijer: Ik wil niet gered worden”, NOS Nieuws (3 november 2010)  
http://nos.nl/artikel/195709-wereldomroep-spreekt-tanja-nijmeijer.html

Leider Farc wil praten over vrede
http://organisaties.inhetnieuws.nl/FARC/personen/Alfonso_Cano  

http://www.warchild.nl/?paginaid=90&contentid=160 

http://www.amnesty.nl/landen_dossier/5689 

www.peacebrigades.nl 

www.amnesty.org 

www.icg.org 

www.cinep.org.co 

www.verdadabierta.com 



Rapporten

“Colombia Conflict History”, International Crisis Group (juni 2011) 

Colombia: Peace at Last? Latin american Report No 45 (International Crisis Group, sept 2012)

“Armed Conflict in Colombia: A Concession to Reality”, The Economist (26 mei 2011) 

“Revolutionary Armed Forces of Colombia. Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia – FARC” “FARC, ELN: Colombia’s Left-Wing Guerrillas”, Stephanie Hanson (19 augustus 2009) 

Dossier Colombia, Warchild   “Rekrutering van kindsoldaten in Colombia neemt toe”, de nieuwsgier (30 september 2009) 

“50 jaar burgeroorlog in Colombia treft vooral kinderen”, Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten (19 oktober 2009) 

“Plan Colombia: een Colombiaans plan”, Marijn van Grunsven (17 december 2009)  

“Paramilitarisme en demobilisatie in Colombia”, Amnesty International 

“Dossier Colombia”, Amnesty International “Colombia: vrede in zicht? Analyse van het gewapend conflict en mogelijke oplossingen”, Joris Van Der Linden