Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Thailand

2012 | Alicia Langedijk

Inleiding

Het conflict in de drie meest zuidelijke provincies van Thailand haalt niet vaak de Westerse kranten, maar is al wel heel lang aan de gang en heeft inmiddels al duizenden levens geëist. Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw strijden opstandelingen in deze provincies voor onafhankelijkheid van de Thaise staat. Sinds 2003 is het conflict weer geëscaleerd. De opstandelingen maken vooral gebruik van bom- en moordaanslagen en gaan niet direct de confrontatie aan met het Thaise leger. Hoewel er tot op de dag van vandaag aanslagen gepleegd worden, heeft het conflict een lage intensiteit. Er vallen ieder jaar een paar honderd doden, maar het conflict wordt aangeduid als een opstand en niet als oorlog.

Edit
Delete
Inleiding

In Thailand ligt aan de grens met Maleisië de regio Pattani. Pattani was tot het einde van de 18e eeuw een zelfstandig koninkrijk. In 1902 werd het grootste gedeelte door Thailand ingenomen en behoort tegenwoordig een kleiner deel tot Maleisië. Meer dan 70 procent van de Pattaanse bevolking is moslim en heeft het Maleisisch als eerste taal.

Het conflict in de drie meest zuidelijke provincies van Thailand haalt niet vaak de Westerse kranten, maar is al wel heel lang aan de gang en heeft inmiddels al duizenden levens geëist. Sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw strijden opstandelingen in deze provincies voor onafhankelijkheid van de Thaise staat. Sinds 2003 is het conflict weer geëscaleerd. De opstandelingen maken vooral gebruik van bom- en moordaanslagen en gaan niet direct de confrontatie aan met het Thaise leger. Hoewel er tot op de dag van vandaag aanslagen gepleegd worden, heeft het conflict een lage intensiteit. Er vallen ieder jaar een paar honderd doden, maar het conflict wordt aangeduid als een opstand en niet als oorlog. 

Edit
Delete
Chronologie van het conflict


1902: Narathiwat, Yala en Pattani worden onderdeel van Siam, het huidige Thailand
1960: ontstaan van groepen opstandelingen die strijden voor onafhankelijkheid
1980:
Prem Tinsulanond wordt regeringsleider. Geweld neemt af
2001: Thaksin aan de macht. Intensivering van aanslagen
2003: Burgers worden bewust als doelwit van aanslagen gekozen
2004: Tak Bai incident
2006: Thaksin afgezet

Edit
Delete
Betrokken actoren

Er zijn vier verschillende partijen, of actoren, betrokken bij het conflict in Zuid Thailand. De twee belangrijkste partijen zijn opstandelingen van Maleisisch islamitische afkomst en de Thaise regering.


De Maleisische moslims zijn de grootste minderheid in Thailand en wonen in de drie meest zuidelijke provincies van Thailand, namelijk Narathiwat, Pattani en Yala. Zij zijn vaak Maleisisch en weinig tot geen Thais. Zij voelen zich hierdoor niet onderdeel van de Thaise bevolking. Het is echter niet helemaal juist om over één conflictpartij te spreken. Deze actor bestaat namelijk uit verschillende groepen die het vaak met elkaar oneens zijn. Zo willen sommige opstandelingen vooral meer zelfstandigheid voor de provincies, terwijl andere groepen strijden voor volledige onafhankelijkheid en niet langer bij Thailand willen horen. De Maleisische moslims die strijden tegen de regering hebben geen leger, maar maken vooral gebruik van bom- en moordaanslagen.  Het is niet precies bekend hoeveel gewapende opstandelingen er zijn, maar het aantal wordt op een paar honderd tot een paar duizend geschat. 
           

De Thaise regering vindt juist dat de drie provincies bij Thailand horen en wil proberen om ze zoveel mogelijk te betrekken bij de rest van het land. De Thaise regering bestaat vooral uit mensen uit Midden en Noord Thailand, die vaak boeddhist zijn en Thais spreken. De overheid wil voorkomen dat zij macht verliest in het zuiden of dat de drie provincies zich afscheiden van de rest van het land.
             

De internationale gemeenschap is amper betrokken bij het conflict. De staat probeert de internationale gemeenschap zoveel mogelijk buiten het conflict te houden. Ze willen namelijk niet dat internationale organisaties of andere landen gaan bepalen hoe Thailand om moet gaan met het conflict in het zuiden. Er zijn vermoedens dat islamitische extremisten uit andere landen invloed hebben op het conflict, maar dit is niet zeker. 

Dieperliggende oorzaken

Er zijn meerdere oorzaken aan te wijzen voor het conflict. 

Economisch

De eerste reden is sociaal-economisch. Het zuiden van Thailand is namelijk een van de armste regio’s van het land. De meeste mensen met macht en rijkdom die er wonen zijn Thaise boeddhisten of Thaise Chinezen, beide minderheden in de regio. De Maleisische moslims zijn de meerderheid, maar zij zijn ook vaak het armst en werken vaak voor de bovengenoemde minderheden. Veel van hen vinden dit oneerlijk. Sommige Maleisische moslims denken dat de Thaise overheid de opbrengsten van bijvoorbeeld de rubberteelt in het zuiden alleen investeert in de rest van het land. De enige manier voor het zuiden om zich economisch te ontwikkelen is volgens hen onafhankelijkheid. Dan zou het zuiden wel de opbrengst van de rubberteelt kunnen gebruiken voor economische groei en dus rijker kunnen worden.


Politiek

 

De Thaise minderheid is niet alleen economisch veel succesvoller, ook in de politiek zijn zij sterk aanwezig. Er zijn maar weinig Maleisische moslims die overheidsfuncties bekleden in het zuiden. De meeste van deze posities worden bekleed door etnische Thai, die in de regio juist in de minderheid zijn.  De Thaise regering probeert op deze manier meer grip te krijgen in het zuiden, want de centrale overheid is daar niet populair. Veel Maleisische moslims hebben hierdoor het gevoel dat de regionale overheid niet voor hun belangen opkomt.  Aangezien zij de meerderheid zijn in de regio, vinden zij dit oneerlijk. Veel Maleisische moslims willen dan ook meer invloed in de regionale overheid en sommigen willen zelfs dat de drie provincies zich volledig afscheiden van Thailand, zodat zij volledig zelfstandig zijn.

 

Sociaal/religieus


Een andere veelgenoemde oorzaak heeft te maken met identiteit. Het grootste deel van de Thaise bevolking is boeddhistisch, spreekt Thais en is ook van Thaise afkomst. Yala, Narathiwat en Pattani horen pas sinds 1902 bij Thailand. Hiervoor hoorden zij bij een koninkrijk dat verwant was aan Maleisië. De meerderheid van de bevolking in deze drie provincies is dan ook van Maleisische afkomst, spreekt Maleisisch en is moslim en voelt zich niet verbonden met de Thaise staat en de Thaise bevolking. Zij voelen zich dan ook vooral verbonden met Maleisië, dat in het zuiden aan Thailand grenst. De centrale overheid heeft hierdoor minder invloed in het zuiden dan in de rest van het land.  De Thaise regering heeft in de afgelopen decennia geprobeerd om de bevolking van de drie provincies zoveel mogelijk te laten integreren met de rest van de Thaise bevolking. Zo stimuleerde de regering Thaise mensen uit andere delen van het land om zich te vestigen in de provincies. Ook werd het onderwijs in het zuiden aangepast. Kinderen in de drie provincies kregen eerst les in het Maleisisch. Ook speelden de islam en de Maleisische cultuur een belangrijke rol in het onderwijs. De Thaise regering vond dit een groot probleem, omdat dit onderwijs ervoor zorgde dat Maleisische moslims van kinds af aan weinig binding hadden met de Thaise staat. Ook zouden de traditionele scholen een plek zijn waar extremistische moslims veel invloed hadden. Daarom moesten de kinderen voortaan zoveel mogelijk seculier onderwijs in het Thais volgen, waar ze meer zouden leren over de Thaise cultuur en het boeddhisme. Ook zou het ervoor zorgen dat de kinderen later makkelijker een baan konden vinden in andere delen van Thailand. Hoewel veel Maleisische moslims hier wel de voordelen van zagen, waren ze ook bang dat hun kinderen hun islamitische en Maleisische identiteit zouden verliezen en dat ze te Thais zouden worden.  Sommigen beschuldigen de Thaise staat ervan dat ze kinderen proberen te hersenspoelen, zodat zij zich niet langer Maleisische moslims zullen voelen.  Deze scholen, en de leraren die er les geven, worden door sommige Maleisische moslims dan ook gezien als een gevaar voor hun manier van leven, en als een symbool van de Thaise onderdrukking. Dit heeft ertoe geleid dat leraren op deze scholen vaak doelwit zijn van aanslagen.

 

Verloop van het conflict

Het conflict in Zuid Thailand bestaat al heel lang. In de jaren zestig van de twintigste eeuw begonnen de eerste opstandelingen met het plegen van aanslagen. De opstandelingen waren niet verenigd, maar bestonden uit allemaal verschillende groepen. Wel streefden ze allemaal naar onafhankelijkheid voor de drie zuidelijkste provincies. Om dit te bereiken pleegden ze bomaanslagen en schietpartijen.  Het meeste geweld vond plaats in de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig. Hierna nam het geweld af. Dit kwam vooral door de invloed van regeringsleider Prem Tinsulanond, die aan het hoofd van de regering stond van 1980 tot 1988. Hij deed zijn best om een zo goed mogelijke relatie op te bouwen met de drie provincies. Dit deed hij bijvoorbeeld door de elite in de regio meer te betrekken bij zijn regering en bij het maken van beslissingen over de regio. Om te zorgen dat zoveel mogelijk rebellen zich over zouden geven, sprak hij af dat zij niet vervolgd zouden worden. Ook stuurde hij het leger naar de drie provincies, die daar de vrede moesten bewaren. Dit ging bijna twintig jaar redelijk goed. Er was nog wel sprake van geweld, maar op een veel minder grote schaal dan eerst.
           

Dit veranderde in 2001, toen Thaksin Shinawatra regeringsleider werd. Hij besloot de noodtoestand uit te roepen in de regio om de opstand te stoppen. Dit was een zeer onpopulaire maatregel bij de bevolking, omdat het de centrale regering en het leger nog meer macht gaf in het gebied. Ook werd de vrijheid van de bevolking zo beperkt. Dit leidde tot meer geweld. Aanvankelijk eiste dit niet zoveel slachtoffers, omdat de opstandelingen vooral infrastructuur tot doelwit hadden. In 2003 kwam hier verandering in. Sinds dat jaar begonnen de opstandelingen burgers als doelwit te kiezen. Vooral boeddhistische monniken, agenten, medewerkers van de overheid en leraren van Thaise afkomst zijn sinds dat jaar doelwit van aanslagen. Net zoals twintig jaar geleden maken de opstandelingen vooral gebruik van bomaanslagen en moordaanslagen.  Door de aanslagen vluchtten veel Thaise inwoners uit de regio en bleven de toeristen ook steeds meer weg. Dit heeft ertoe geleid dat de regio steeds armer wordt, wat weer voor meer onvrede zorgt bij de gewone bevolking.
           

De regering zette het leger en de politie in als reactie op het geweld. Dit heeft bij de bevolking tot nog meer onvrede geleid, omdat zij vinden dat het leger soms te veel geweld gebruikt. Het incident in 2004 in Tak Bai, Narathiwat, wordt hierbij vaak genoemd. Op een dag in oktober van dat jaar vonden er demonstraties plaats in deze stad. Hierbij werden uiteindelijk honderden mannen gearresteerd. Zij werden vastgebonden bij de handen boven op elkaar gestapeld in trucks, zodat zij naar een nabijgelegen legerkamp gebracht konden worden. Die dag stierven 78 mannen door verstikking in de vrachtwagens. Dit incident leidde niet alleen tot veel boosheid in het zuiden, ook de rest van de Thaise bevolking was erdoor geschokt. Het vertrouwen in de Thaise staat nam nog meer af toen bleek dat de verantwoordelijke militairen slechts een berisping kregen en niet zwaar werden gestraft.
           

Toen Thaksin in 2006 afgezet werd, kwam er een nieuwe regering aan de macht. Deze probeerde aanvankelijk om een betere relatie tot stand te brengen met de opstandelingen. Dit had echter niet veel succes, want de aanslagen stopten niet. Dit leidde er uiteindelijk toe dat de regering weer een hardere aanpak ging gebruiken. Er zijn nog altijd veel legertroepen en paramilitairen aanwezig om het geweld te stoppen. Dit zijn groepen die in dienst zijn van de overheid en militaire taken uitvoeren, maar die niet direct verbonden zijn met het leger. Sommige van deze paramilitaire groepen zijn criminele bendes, die het conflict gebruiken om geld te verdienen en geweld plegen tegen de bevolking. Dit heeft ervoor gezorgd dat de bevolking in het zuiden de overheid nog meer is gaan wantrouwen. Tot op heden heeft het optreden van het leger en de paramilitairen echter weinig effect. De opstandelingen gaan namelijk nooit direct de strijd aan met overheidstroepen, maar maken nog steeds vooral gebruik van onverwachte aanslagen. Vrijwel iedere maand vinden er wel meerdere van deze aanslagen plaats, die vaak ook enkele dodelijke slachtoffers eisen.  Ook worden Thaise soldaten beschuldigd dat ze vermeende opstandelingen martelen en dat ze wreedheden plegen jegens de lokale bevolking. 

Actoren betrokken bij vredesinitiatieven

Er is bijna geen sprake van vredesinitiatieven bij dit conflict. De internationale gemeenschap is er vrijwel niet bij betrokken, dus vredesinitiatieven vinden vooral plaats op nationaal niveau. Van beide kanten zijn pogingen tot onderhandelen gedaan. Deze liepen echter steeds op niets uit. Hier zijn verschillende redenen voor. Allereerst is het moeilijk om uit te vinden met wie de overheid precies moet onderhandelen. De opstandelingen willen namelijk anoniem blijven, omdat zij bang zijn voor vervolging door de regering.  De Thaise overheid weet dus niet met wie zij moeten onderhandelen om tot een oplossing voor het conflict te komen. Eventuele onderhandelingen worden ook bemoeilijkt doordat geen van beide partijen echt bereid is om van zijn standpunten af te wijken. De meeste opstandelingen willen alleen een oplossing accepteren waarbij de drie provincies grotendeels of volledig onafhankelijk worden van Thailand. De Thaise overheid is hier echter niet toe bereid. Ook wil zij de regionale overheid niet meer zelfstandigheid geven en zij zijn ook niet bereid om te onderhandelen over deze standpunten. Dit zorgt ervoor dat vredesinitiatieven nooit echt van de grond zijn gekomen. 

Cijfers


4800: geschatte aantal dodelijke slachtoffers sinds 2004
52: aantal jaar dat het conflict al bestaat

Links en downloads

http://www.parool.nl/parool/nl/225/BUITENLAND/article/detail/3234114/2012/03/31/Doden-door-bomaanslagen-in-Zuid-Thailand.dhtml

 

http://ipsnouvelles.be/news.php?idnews=4893