Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Rwanda

juli 2014 | Elise Landowski

Inleiding

Rwanda ligt in Centraal Afrika. Dit gedeelte wordt ook wel het Grote Merengebied genoemd. In 1994 heeft in Rwanda een genocide plaatsgevonden, waarbij de grootste bevolkingsgroep de Hutu’s de Tutsi minderheid heeft proberen uit te moorden. Meer dan 800.000 Tutsi’s zijn daarbij om het leven gekomen. Dat was ongeveer 20% van de hele bevolking. Ook zijn er toen ongeveer 2 miljoen mensen gevlucht naar buurlanden. Nog steeds kampen de inwoners van Rwanda met psychologische trauma’s als gevolg van de genocide. Hutu’s en Tutsi’s leven sindsdien wel weer samen in Rwanda, maar er heerst veel angst voor nieuw geweld.

Chronologie
1887 – 1916: Kolonisatie door Duitsland. 
1916 – 1962: Kolonisatie door België. 
1962: Rwanda wordt onafhankelijk van België. 
1 oktober 1990: Start Rwandese Burgeroorlog. 
4 augustus 1993: Ondertekening Akkoorden van Arusha. 
5 oktober 1993: Oprichting VN-vredesmissie UNAMIR. 
6 april 1994: Start Rwandese Genocide: Rwandese president Habyarimana en Burundese
president Ntaryamira verongelukken in een vliegtuigaanslag. Start Rwandese Genocide. 
15 april 1994: Einde Rwandese Genocide: RPF voert tegenoffensief uit. 
1994 – heden: Rwanda presidentiele republiek met president Paul Kagame. 
Het conflict

Rwanda is voor een lange tijd een koninkrijk geweest, wat bewoond werd door drie bevolkingsgroepen; de Hutu’s, de Tutsi’s en de Twa. Tussen deze bevolkingsgroepen bestonden er geen (etnische) verschillen. De Tutsi’s hadden wel door de eeuwen heen in de politieke en maatschappelijke structuur de meeste macht in handen.


In de 19e eeuw is Rwanda samen met wat nu Burundi is gekoloniseerd door Duitsland. Na de Eerste Wereldoorlog nam België het bewind van Duitsland (wat de oorlog verloren had) over. De Belgen lieten de politieke en maatschappelijke machtstructuren in stand en versterkte deze juist nog meer, zodat de Tutsi’s nog meer macht kregen ten opzichte van de andere twee bevolkingsgroepen en er een gevoel werd gecreëerd dat de drie bevolkingsgroepen wel van elkaar verschilden.

 

In 1959 overleed de laatste Tutsi koning. Kort daarna kwamen de Hutu bevolking in opstand tegen de Tutsi machthebbers. Het Belgische leger greep in, maar koos partij voor de Hutu’s. In 1960 besloot de Belgische machthebber om verkiezingen te houden in het gebied Rwanda-Burundi. Deze werden gewonnen door de Hutu meerderheid. Een poging om een onafhankelijk Rwanda-Burundi te creeëren wat bestuurd werd door zowel Hutu’s als Tutsi’s faalde door steeds verder escalerend geweld. Veel Tutsi’s vluchtten het land uit. In 1961 roept de nieuw gekozen Hutu regering de onafhankelijkheid van Rwanda uit, wat in 1962 definitief bevestigd wordt. Ook Burundi werd onafhankelijk. Na de onafhankelijkheid van Rwanda vonden er vaak geweldsuitbarstingen tussen Hutu’s en Tutsi’s plaats. In 1973 pleegde legerleider Junéval Habyarimana een staatsgreep en werd hij president. De regering die hij vervolgens samenstelde, was in feite een Hutu regime (hoewel er ook Tutsi’s aan deelnamen).

 

In 1990 viel de Tutsi rebellenbeweging RPF vanuit Oeganda het noorden van Rwanda binnen. In 1993 komt er door bemiddeling van de VN een vredesverdrag tussen de RPF en de Hutu regering. De VN stationeerde in de Rwandese hoofdstad een vredesmissie om het vredesproces te ondersteunen.

 

Op 6 april 1994 stortte het vliegtuig waar president Habyarimana aan boord was neer (hoewel er tot op vandaag de dag vermoedens zijn dat het een aanslag was). Na de dood van Habyarimana nam de legerleiding van Rwanda het bewind over. De volgende dag werden alle politieke tegenstanders van het Hutu

regime vermoord. Daarna begon het Rwandese leger samen met de extremistische Hutu milities Interahamwe en Impuzamugambi met de vermoorden van zoveel mogelijk leden van de Tutsi bevolking.

 

Niet alleen het leger en de extremistische Hutu milities waren actief, maar ook een zeer groot deel van de gewone Hutu bevolking hielp mee met de genocide. Vanaf de jaren ’90 hebben de Hutu leiders in Rwanda een extreme haatcampagne opgezet tegen de Tutsi bevolking. De Hutu leiders stelden dat de Tutsi’s tijdens het koloniale tijdperk onterecht voorgetrokken werden, terwijl de Hutu’s de grotere bevolkingsgroep vormde en moesten ‘lijden’ onder het Tutsi bewind. Via de radio, kranten en het geweld van de RPF werden de haatgevoelens onder de Hutu bevolking steeds verder aangewakkerd. Het gevoel dat Hutu’s en Tutsi’s twee verschillende bevolkingsgroepen waren nam steeds verder toe. Tutsi’s werden niet langer als mensen gezien, maar als ‘kakkerlakken’ die moesten worden uitgeroeid. Hierdoor gingen veel Hutu’s de Tutsi’s als iets onmenselijks zien, wat het psychologisch makkelijker maakt om iemand pijn te doen of te vermoorden wanneer men er toe opgeroepen wordt.

 

De VN vredesmissie kon niet ingrijpen, omdat de missie daar het volmacht niet voor had gekregen. Terwijl de VN soldaten niets konden doen, ging de RPF over tot de aanval. De RPF wist op te trekken naar de hoofdstad Kigali en deze toen de genocide al op zijn hoogtepunt was geweest in te nemen. Tegelijkertijd stuurde Frankrijk troepen naar Rwanda, met toestemming van de VN, om vluchtelingen en de burgerbevolking te beschermen. Als gevolg vluchtten vele Hutu’s, waaronder ook de leiders van het Hutu regime, weg uit Rwanda naar onder andere de DR Congo, omdat zij bang waren geworden dat de overlevende Tutsi’s en de RPF wraak zouden nemen. Meer dan twee miljoen Hutu’s kwamen in vluchtelingenkampen terecht, waar zij samen moesten leven naast Tutsi vluchtelingen. De genocide eindigde na 100 dagen, toen de RPF officieel heel Rwanda onder controle had.

 

In 1994 is door de VN het Rwanda Tribunaal opgericht, wat de schuldigen aan de genocide dient te veroordelen. Het tribunaal is nog steeds actief en heeft tot zover 29 mensen veroordeeld. Maar in Rwanda moesten na de genocide zowel daders als slachtoffers weer met elkaar leren leven en er waren na de genocide veel zaken waarbij rechtspraak aan te pas moest komen. Daarom zijn in 2001 de Gacaca rechtbanken opgericht, waarbij iedereen die aanwezig is zowel de rol van advocaat, als getuige en aanklager vervult. De Gacaca rechtbanken gaan uit van het idee van verzoening en het vinden van de waarheid door alle betrokken partijen.

 

De massale vluchtelingenkampen die door de uittocht van zowel Tutsi’s als Hutu’s tijdens de genocide zijn ontstaan, zijn grotendeels verantwoordelijk geweest voor een verdere destabilisering van de regio, bijvoorbeeld de Burgeroorlog in DR Congo in 1996.

 

De RPF heeft na de afloop van de genocide de nieuwe regering gevormd. In 2003 werd Paul Kagame, de voormalig leider van de RPF verkozen tot president van Rwanda. Kamage heeft een beleid ingevoerd, waarbij iedereen in Rwanda zich niet langer mag onderscheiden als Tutsi of Hutu, maar iedereen Rwandees is.




 

 

Stand van zaken mei 2010


In 2006 werd president Kamage door een Franse rechter beschuldigd bijgedragen te hebben aan de genocide, omdat er bewijs zou zijn dat het Kagame was die het bevel had gegeven het vliegtuig van voormalig president Habyarimana uit de lucht te schieten. In datzelfde jaar verbrak Rwanda alle politieke banden met Frankrijk. Kagame is in 2008 herkozen en nu nog steeds president. Aan de huidige regering en het parlement nemen zowel Hutu’s als Tutsi’s deel. Begin 2010 zijn de banden met Frankrijk weer redelijk hersteld.

 

In maart 2010 is de weduwe van de voormalige Rwandese president Habyarimana, wiens dood in 1994 het startschot betekende voor de genocide, Agathe Habyarimana, gearresteerd in Parijs. Zij zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen van de genocide. Er was een internationaal arrestatiebevel tegen haar uitgegeven.

 

In april 2010 werd bekend dat de voormalig Rwandanese majoor Pierre-Klaver K. die woonachtig is in Nederland door de mensenrechtenorganisaties Redress en African Rights ervan beschuldigd wordt verantwoordelijk te zijn voor het vermoorden van Tutsi’s tijdens de genocide. Het Nederlandse Openbare Ministerie heeft aangegeven de oud-majoor niet te zullen vervolgen.

 

Cijfers


Tijdens de genocide zijn tussen de 800.000 en één miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord, ongeveer 20 procent van de totale bevolking. Ongeveer twee miljoen Hutu’s die in meer of mindere mate hadden meegewerkt aan de genocide, waren na afloop samen met Tutsi overlevenden naar verschillende buurlanden gevlucht. Niet alle vluchtelingen zijn teruggekeerd. Voor de genocide woonden er zo’n 7.3 miljoen mensen in Rwanda, na de genocide waren dit er nog maar 5 miljoen.

 

Betrokkenheid internationale gemeenschap


De genocide in Rwanda staat er vooral bekend om dat de internationale gemeenschap niet ingreep, ondanks signalen die wezen op een mogelijke genocide. De commandant van de VN vredesmacht UNAMIR die in Rwanda actief was vanaf 1993, Roméo Dallaire, had meerdere keren bij de VN aangegeven dat er door de Hutu regering een mogelijke genocide werd voorbereid, maar met deze informatie werd niets gedaan. Ook vroeg Dallaire om een sterker mandaat voor zijn troepen, zodat de VN troepenmacht actief in een mogelijk conflict kon ingrijpen, maar ook dit werd geweigerd. Hierdoor kon, toen de genocide eenmaal aan de gang was, de UNAMIR missie niets doen.

 

Hoewel het op een gegeven moment duidelijk was dat wat er in Rwanda gebeurde verder ging dan een gewelddadig politiek conflict, weigerde de Verenigde Staten in de VN Veiligheidsraad te erkennen dat er in feite een genocide in Rwanda aan de gang was. Op het moment dat de VN dat erkent, moet zij actief ingrijpen, waar vooral de VS toentertijd erg huiverig voor was, omdat dit kort daarvoor bij het conflict in Somalië fout gegaan was. In plaats van extra troepen te sturen, haalde de VN juist troepen weg uit Rwanda. Ook Frankrijk was betrokken bij de genocide. Tegenwoordig wordt gesteld dat veel van de wapens die door de Hutu milities tijdens de genocide gebruikt zijn door Frankrijk zijn geleverd. Tijdens de genocide stuurde Frankrijk, onder mandaat van de VN, een troepenmacht onder de naam Operation Turquoise naar Rwanda, om vluchtelingen en de burgerbevolking te beschermen. Als gevolg kon een groot deel van de Hutu’s die betrokken waren geweest bij de genocide naar buurland Zaïre vluchten.

 

Na de genocide werden de overgebleven VN troepen opgedragen hun oorspronkelijke missie, het bijstaan van de regering in het creëren van stabiliteit in het land, weer voort te zetten. De nieuwe Rwandese regering onder leiding van Paul Kamage stelde echter dat de VN missie gefaald had op alle fronten, en niet lang daarna trok de VN in 1996 de missie terug uit Rwanda. In 2000 erkende de VN dat zij gefaald had in diens reactie op de gebeurtenissen in Rwanda tussen april en juni 1994.


Betrokken actoren

Bij een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen, rebellen groepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijvoorbeeld de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren die een rol speelden in het conflict in Rwanda en hun standpunten kort beschreven.


Nationaal niveau

De Rwandese bevolking

De inheemse bevolking van Rwanda bestaat uit drie bevolkingsgroepen. De grootste bevolkingsgroep is de Hutu’s (84%). De tweede bevolkingsgroep is de Tutsi’s, maar deze groep is veel kleiner (15%). De derde en kleinste bevolkingsgroep is de Twa’s (1%). Er bestaan geen (etnische) verschillen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. De genocide in Rwanda was een conflict tussen de Hutu bevolking en de Tutsi bevolking.


Koloniale machten: Duitsland en België

Doordat zowel de Duitse als de Belgische kolonisten vonden dat de Tutsi’s superieur waren aan de Hutu’s, creëerden en versterkten ze de politieke en maatschappelijke machtsstructuren waarbij er een sterk onderscheid werd gemaakt tussen de Hutu en de Tutsi bevolking.


De rebellenbeweging Rwandan Patriotic Front (RPF)

In 1987 werd de Tutsi rebellenbeweging RPF opgericht. De RPF had als doel om nationale eenheid, verzoening en democratie in Rwanda te krijgen. Ook wilde de RPF dat alle vluchtelingen zouden terugkeren naar Rwanda.

De toenmalige Hutu-regering

De toenmalige Hutu-regering, onder leiding van president Habyarimana, was erg gewelddadig tegenover de Tutsi’s. De regering eiste dat alle politieke macht in de hand van de Hutu bevolking lag en bleef. Om dit te bereiken waren ze zelfs bereid om tijdens de genocide de Tutsi minderheid te proberen uit te moorden. 


Interahamwe
De Interahamwe is de belangrijkste militie gevormd door de extremistische Hutu's tijdens de genocide. De Interahamwe wordt verantwoordelijk gehouden voor veel slachtpartijen. In samenwerking met de autoriteiten en de media hebben zij veel gewone Rwandezen aangezet tot moorden. Ze zweepten mensen op tot haat tegen de Tutsi's en de gematigde Hutu’s en moedigen hen aan om hun buren te vermoorden. 



Internationaal niveau

Romeo Dallaire

Hij was de commandant van de UNAMIR-vredesmissie die was opgericht voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in Rwanda. Dallaire merkte vroegtijdig dat er door de Hutu regering mogelijk grootschalige slachtpartijen werden voorbereid. Ook wist hij dat de UNAMIR een te zwak mandaat had gekregen om dit probleem aan te pakken. Dit betekent dat UNAMIR hier niet de volmacht, oftewel de bevoegdheid, voor had gekregen vanuit de VN. Dallaire meldde dit meerdere keren bij de het hoofdkantoor van de VN in New York, maar de VN greep niet in. Terwijl de VN soldaten niets konden doen omdat de missie daar het volmacht niet voor had gekregen, ging de genocide van start in Rwanda.


Internationale gemeenschap: De Verenigde Naties (VN)

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties richtte op 5 oktober 1993 de UNAMIR-vredesmissie voor Rwanda op om het vredesproces te ondersteunen. De genocide staat er echter vooral bekend om dat de internationale gemeenschap niet ingreep, ondanks signalen die er op wezen dat wat er in Rwanda gebeurde verder ging dan een gewelddadig politiek conflict. Later, toen duidelijk was dat er echt een genocide gaande was, werd er nog steeds niet ingegrepen. Men denkt dat een van de redenen hiervoor was dat de internationale gemeenschap er geen belang bij had om in te grijpen in Rwanda. 


De Verenigde Staten (vanuit de VN)

Hoewel het op een gegeven moment duidelijk was dat er een genocide aan de gang was in Rwanda, weigerde de Verenigde Staten dit te erkennen in de VN Veiligheidsraad. Op het moment dat de VN officieel erkent dat er sprake is van een genocide, is de internationale gemeenschap verplicht om actief in te grijpen. Vooral de VS was hier toentertijd erg huiverig voor, omdat dit kort daarvoor bij het conflict in Somalië fout gegaan was. De internationale gemeenschap kon het zich niet veroorloven om weer zo een fout te begaan. 


Ondertekenaars van het Genocideverdrag 

Het Verdrag inzake de Voorkoming en de Bestraffing van Genocide, kortweg het Genocideverdrag, werd op 9 december 1948 in Parijs getekend ter voorkoming van genocide. Alle staten die het Genocideverdrag hebben ondertekend, zijn wettelijk verplicht om genocide te voorkomen. Maar deze internationale afspraak uit 1948 wordt niet altijd gehandhaafd, vooral omdat er geen instantie bestaat die het mandaat heeft om dat te doen. 


Frankrijk

De rol van Frankrijk voor en tijdens de genocide was dubieus. Frankrijk was een bondgenoot van president Habyarimana en heeft geholpen zijn leger en militieleden e trainen.  Tijdens de genocide stuurde Frankrijk, onder mandaat van de VN, een troepenmacht onder de naam ‘Operation Turquoise’ naar Rwanda, om vluchtelingen en de burgerbevolking te beschermen. Als gevolg kon een groot deel van de Hutu’s die betrokken waren geweest bij de genocide naar buurland Zaïre (nu Democratische Republiek Congo, DRC) vluchten. Tegenwoordig wordt echter gesteld dat veel van de wapens die door de Hutu milities tijdens de genocide gebruikt zijn door Frankrijk zijn geleverd. Frankrijk wordt er dus van verdacht om de VN te hebben geholpen enkel om hun eigen belangen te behartigen.



Regionaal

Vluchtelingen

Als gevolg van de genocide vluchtten ongeveer 2 miljoen Hutu’s en Tutsi’s, waaronder ook de leiders van het Hutu regime, weg uit Rwanda naar omliggende landen. Ook waren de Hutu’s bang dat de overlevende Tutsi’s en de RPF wraak op hen zouden nemen. Velen kwamen in die kampen om ten gevolge van uitputting, watergebrek, cholera, en andere ziektes. Ook onder deze ongewapende vluchtelingen heeft de RPF grote slachtpartijen uitgevoerd, waardoor veel mensen op drift raakten. De meeste vluchtelingen vluchtten naar buurland Zaïre (nu Democratische Republiek Congo, DRC). De massale vluchtelingenkampen die door deze vluchtelingenstroom zijn ontstaan, hebben in sterke mate bijgedragen aan verdere destabilisering van de regio, zoals bijvoorbeeld de burgeroorlog in de DRC in 1996.

Onderliggende Structuren

De onderliggende structuren zijn de economische, politieke, sociale en religieuze oorzaken van een conflict. Hieronder wordt beschreven hoe deze verschillende oorzaken een rol spelen bij het conflict in Rwanda. Deze factoren sluiten elkaar uiteraard niet uit, vaak zijn deze factoren afhankelijk van elkaar en beïnvloeden ze elkaar.


Sociaal

Tussen 1887 tot 1916 was Rwanda gekolonialiseerd door Duitsland. Omdat Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloren had, nam België het koloniale bewind van Duitsland over van 1916 tot 1962. Tot dan bestonden er geen (etnische) verschillen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. Door de eeuwen heen hadden de Tutsi’s al wel in de politieke en maatschappelijke structuren de meeste macht in handen. De macht was in handen van een Tutsi elite met aan het hoofd een Tutsi koning en hofhouding. Hutu’s voelden zich in toenemende mate onderworpen aan en afhankelijk van deze overwegend Tutsi autoriteiten.  Desondanks leefden de Hutu en de Tutsi bevolking relatief vreedzaam samen in Rwanda. Er bestond dus al een  ongelijke maatschappelijke structuur maar deze werd versterkt doordat de Belgische kolonialisten, en later ook de Duitse kolonialisten, zo duidelijk de kant van de Tutsi’s kozen. Eerder kon een Hutu zich nog opwerken tot Tutsi en kon een Tutsi door het verliezen van rijkdom en dus macht degraderen tot Hutu. De Belgen besloten echter dat de Tutsi’s een superieure bevolkingsgroep waren en daardoor een hogere sociale status verdienden. Ze voerden in 1913 een identiteitskaart in en bepaalden daarmee voorgoed of iemand Hutu of Tutsi was. Tijdens de koloniale periode werd dus op een kunstmatige manier een ongelijke maatschappelijk structuur gecreëerd waarbij duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. Hierdoor kregen de Hutu’s en de Tutsi’s het gevoel dat ze wel heel erg van elkaar verschilden en werden ze op sociaal gebied vijanden. 


Politiek
Doordat de Duitse als de Belgische kolonisten vonden dat de Tutsi’s superieur waren aan de Hutu’s, creëerden ze een politieke machtsstructuur in Rwanda waarbij de meerderheid van de politieke macht in de handen van de Tutsi’s werd gelegd. Als gevolg hiervan begonnen de Tutsi’s hun politieke macht uit te buiten ten koste van de Hutu’s. In 1957 werd de PARMEHUTU (Partij voor de Emancipatie van de Hutu's) partij opgericht door Kayibanda. Deze politieke partij bestond uit gematigde Hutu-nationalisten. Het doel was om te strijden tegen de Tutsi machthebbers voor de emancipatie van de onderdrukte Hutu-meerderheid. In 1961 wierp Kayibanda de Tutsi-monarchie omver. Hij installeerde een regering van gematigde Hutu's. Op 1 juli 1962 werd Rwanda onafhankelijk van België. Tijdens de eerste verkiezingen werd Kayibanda gekozen als de eerste staatspresident van Rwanda. De Hutu-regering van Kayibanda werd steeds gewelddadiger. Veel Tutsi’s vluchtten het land uit. In 1973 pleegde Hutu-legerleider Habyarimana een staatsgreep en werd hij president. Habyarimana verbood alle politieke activiteit in het land. In Rwanda was er dus een oneerlijke en ondemocratische verdeling van de politieke macht tussen de Hutu’s en Tutsi’s, waarover conflict ontstond.  


Economisch
Voorafgaand aan de genocide verkeerde Rwanda in een economische crisis. De Rwandese economie was ingestort, voornamelijk door dalende koffieprijzen terwijl koffie een van de  belangrijkste exportproducten voor de Rwandese economie was. Deze economische crisis werd verergerd door de structurele hervormingsprogramma’s die de Wereldbanks en het IMF aan Rwanda oplegde, waardoor de prijs van voedsel explosief steeg. Deze situatie verslechterde de leefomstandigheden van de bevolking waardoor mensen ontvankelijk waren voor de propaganda tegen Tutsi’s. 


Religieus
Rwanda was/is een gelovig land waarin voornamelijk de Katholieke Kerk een grote rol speelde, maar de genocide niet heeft kunnen stoppen. Veel mensen zochten bescherming in kerken en zijn daar uitgemoord. Een aantal priesters en nonnen is er zelfs van beschuldigd de moordenaars te hebben geholpen.


Dynamiek

Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen. Wanneer het conflict heviger wordt spreken we van escalatie. Zwakt het conflict af? Dan is er sprake van de-escalatie.


Escalerend

  • Op 1 oktober 1990 viel de RPF vanuit Oeganda het noorden van Rwanda binnen. Dit markeerde het begin van de Rwandese Burgeroorlog.
  • Maanden voordat de genocide in Rwanda was begonnen, had Roméo Dallaire al meerdere keren bij de het hoofdkantoor van de VN in New York aangegeven dat er door de Hutu regering mogelijke slachtpartijen werd voorbereid. Met deze informatie werd echter helemaal niets gedaan. Ook vroeg Dallaire om een sterker mandaat voor zijn troepen, zodat UNAMIR actief in een mogelijk conflict kon ingrijpen. Dit verzoek werd ook geweigerd. De waarschuwing van Dallaire werden genegeerd In plaats van extra troepen te sturen, haalde de VN juist troepen weg uit Rwanda. Hierdoor kon UNAMIR, toen de genocide eenmaal aan de gang was, niets doen. De internationale gemeenschap greep dus niet in. Na de genocide werden de overgebleven UNAMIR troepen opgedragen hun oorspronkelijke missie weer voort te zetten. De nieuwe Rwandese regering onder leiding van president Paul Kamage stelde echter dat de VN missie gefaald had op alle fronten, en niet lang daarna trok de VN in 1996 de missie terug uit Rwanda. In 2000 erkende de VN dat zij gefaald had in diens reactie op de gebeurtenissen in Rwanda tussen april en juni 1994. 
  • Vanaf de jaren ’90 hebben de toenmalige Hutu-regeringsleiders in Rwanda een extreme haatcampagne opgezet tegen de Tutsi bevolking. De Hutu leiders stelden dat de Tutsi’s tijdens het koloniale tijdperk onterecht voorgetrokken werden, terwijl de Hutu’s de grotere bevolkingsgroep vormde en moesten ‘lijden’ onder het Tutsi bewind. Via de radio, kranten en het geweld van de RPF werden de haatgevoelens onder de Hutu bevolking steeds verder aangewakkerd. Het gevoel dat Hutu’s en Tutsi’s twee verschillende bevolkingsgroepen waren nam steeds verder toe. Tutsi’s werden niet langer als mensen gezien, maar als ‘kakkerlakken’ die moesten worden uitgeroeid. Hierdoor gingen veel Hutu’s de Tutsi’s als iets onmenselijks zien, wat het psychologisch makkelijker maakt om iemand pijn te doen of te vermoorden wanneer men er toe opgeroepen wordt.
  • Als gevolg van een vliegtuigaanslag, stortte op 6 april 1994 het vliegtuig neer waarin de Rwandese president Habyarimana en de Burundese president Ntaryamira zaten. Beide presidenten. De werkelijke daders zijn niet bekend. Na de dood van Habyarimana nam de legerleiding van Rwanda het bewind over. Vlak daarna begon het Rwandese leger, samen met extremistische Hutu milities, zoveel mogelijk leden van de Tutsi bevolking te vermoorden: het begin van de Rwandese Genocide. Niet alleen het leger en de extremistische Hutu milities waren actief, maar ook een groot deel van de gewone Hutu bevolking hielp mee met de genocide. 
  • Op 7 april 1994 gaf Roméo Dallaire, de leider van UNAMIR, opdracht aan tien Belgische VN-soldaten om de nieuwe president en voormalig minister-president, Agathe Uwilingiyimana, te beschermen. De soldaten werden echter onderschept, gegijzeld en vermoord door Hutu-extremisten.


De-escalerend

  • De verwoestende Rwandese Burgeroorlog duurde al bijna 2,5 jaar voordat de vredesonderhandelingen begonnen. Dit gebeurde onder begeleiding van de Verenigde Staten, Frankrijk en de Afrikaanse Unie. Op 4 augustus 1993 werd de Akkoorden van Arusha getekend tussen de HUTU regering en de rebellenbeweging RPF. Volgens deze vredesakkoorden moest er in Rwanda een wapenstilstand komen en moest de politieke macht verdeeld worden tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. De Akkoorden van Arusha bleken helaas een mislukking, omdat de regering de afspraken niet nakwam.  
  • Op 5 oktober 1993 richtte de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de UNAMIR-vredesmissie voor Rwanda op. Het doel van de UNAMIR-vredesmissie was om te controleren of de wapenstilstand en de andere afspraken die waren gemaakt in de Akkoorden van Arusha werden nagekomen. 
  • Na 100 dagen, in juli 1994, eindigde de genocide, toen de RPF officieel heel Rwanda, inclusief de hoofdstad Kigali, onder controle had en een tegenoffensief hadden uitgevoerd. De RPF deed dit onder leiding van Paul Kagame. De RPF heeft na de afloop van de genocide de nieuwe regering gevormd. 
  • In 2003 werd Paul Kagame, de voormalig leider van de RPF, verkozen tot president van presidentiële republiek Rwanda. President Kagame heeft een beleid ingevoerd, waarbij iedereen in Rwanda zich niet langer mag onderscheiden als Tutsi of Hutu, maar iedereen Rwandees is. Paul Kagame is nu nog steeds de president van Rwanda. Hoewel aan de huidige regering en het parlement zowel Hutu’s als Tutsi’s deelnemen, zijn inmiddels vooral de nieuwe Tutsi elite de machthebbers. Zij hebben de belangrijkste posten in regering en leger. In 2006 werd president Kagame door een Franse rechter beschuldigd indirect bijgedragen te hebben aan de genocide, omdat er bewijs zou zijn dat president Kagame het bevel had gegeven het vliegtuig van voormalig president Habyarimana uit de lucht te schieten. Hierdoor waren de politieke banden tussen Frankrijk en Rwanda tijdelijk erg slecht. 
  • In 1994 is door de VN het Rwanda Tribunaal opgericht, wat de schuldigen aan de genocide dient te veroordelen. Het tribunaal is nog steeds actief, maar wel erg langzaam en heeft tot zover 29 mensen veroordeeld. 
  • Na de genocide in Rwanda moesten zowel daders als slachtoffers opnieuw leren om vreedzaam met elkaar samen te leven. In 2001 zijn daarom de Gacaca rechtbanken opgericht, waarbij iedereen die aanwezig is zowel de rol van advocaat, getuige en aanklager vervult. De Gacaca rechtbanken gaan uit van het idee van verzoening en het vinden van de waarheid door alle betrokken partijen. Niet enkel kleine zaken   waarbij rechtspraak aan te pas moest komen worden hier afgehandeld, maar ook moordenaars, verkrachters, en plunderaars komen hier aan bod.
Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
Vredesonderhandelingen kunnen door verschillende actoren worden opgezet zoals bijvoorbeeld de Verenigde Naties (VN) of de Afrikaanse Unie (AU). Hieronder lees je welke actoren betrokken zijn bij vredesinitiatieven.


In 1992 is in Rwanda de NURC (Nationale Eenheid en Verzoening Commissie) opgericht. De NURC organiseert programma’s waarbij Rwandezen in bijeenkomsten samenkomen om te werken aan nationale eenheid en verzoening. Zo promoot de NURC vrede in het land en probeert het de negatieve consequenties van de genocide  te verminderen.

Links met Nederland
Nederland probeert op verschillende manieren bij te dragen aan vrede in de wereld. Zo ook in Rwanda. Onder dit kopje vind je meer informatie over de belangrijke rol die Nederland heeft gespeeld in het conflict in Rwanda.

  • In 2001 werd Rwanda toegevoegd aan de lijst van partnerlanden waarmee Nederland samenwerkt op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. In juli 2012 stopte Nederland echter een deel van de ontwikkelingshulp aan Rwanda. Er was toen in de Tweede Kamer veel kritiek op Rwanda omdat het land hulp geeft aan de rebellenbeweging M23 in Oost-Congo. President Kagame ontkende deze steun.
  • In april 2010 werd bekend dat de voormalig Rwandanese majoor Pierre-Klaver K. die woonachtig is in Nederland door de mensenrechtenorganisaties Redress en African Rights ervan beschuldigd wordt verantwoordelijk te zijn voor het vermoorden van Tutsi’s tijdens de genocide. Het Nederlandse Openbare Ministerie heeft echter aangegeven de oud-majoor niet te zullen vervolgen. Er zijn in Nederland wel twee anderen, Yvonne B. en Joseph M. veroordeeld. Daarnaast wordt Jean-Claude I. misschien uitgeleverd aan Rwanda om daar berecht te worden. Nederland zou dan voor het eerst een Rwandees uitleveren om voor genocide berecht te worden.
Cijfers
Hoe zou je het conflict kunnen weergeven in cijfers? Soms kunnen cijfers de hevigheid van een conflict heel goed weergeven. In dit stuk vind je de belangrijkste cijfers over het conflict in Rwanda.

  • Tijdens de Rwandese genocide zijn tussen de 800.000 en één miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord in slechts 100 dagen tijd. Dit is ongeveer 20% van de totale bevolking.
  • Ongeveer 2 miljoen Hutu’s en Tutsi’s zijn na afloop van de genocide verschillende buurlanden gevlucht. Niet alle vluchtelingen zijn teruggekeerd. Voor de genocide woonden er ongeveer 7.3 miljoen mensen in Rwanda, na de genocide waren dit er nog maar 5 miljoen.
  • Seksueel geweld tegen vrouwen werd tijdens de genocide grootschalig gebruikt als oorlogswapen. Tijdens de genocide zijn er tussen de 250.000 en 500.000 vrouwen en meisjes verkracht. Van alle overlevende vrouwen en meisjes die in aanraking zijn gekomen met seksueel geweld tijdens de genocide, heeft 70% de seksueel overdraagbare aandoening HIV/aids opgelopen. 
  • Door de genocide leven er in Rwanda meer vrouwen dan mannen. Na de genocide heeft de regering van Rwanda gewerkt aan een betere positie van de vrouw. De regering heeft veel maatregelen genomen om de participatie van vrouwen in de politiek te vergroten. Sinds de verkiezingen van 2008 hebben vrouwen zelfs de meerderheid in het parlement: 55% van de huidige parlementsleden is vrouw. 
  • Ook veel Tutsi kinderen zijn tijdens de genocide vermoord en in totaal hebben 1.2 miljoen kinderen hun ouders verloren tijdens de genocide.
Bronnen
Hieronder vind je interessante links naar media en websites.


Films
Er zijn meerdere speelfilms over de gebeurtenissen in Rwanda gemaakt. De bekendste twee zijn:

  • ‘Hotel Rwanda’ uit 2004. ‘Hotel Rwanda’ gaat over het waargebeurde verhaal van een hotelmanager in de Rwandese hoofdstad Kigali, die tijdens de genocide meer dan duizend Tutsi’s wist te beschermen in zijn hotel. Bekijk hier de trailer: http://youtu.be/qZzfxL90100.
  • ‘Shooting Dogs’ uit 2005. ‘Shooting Dogs’ is gebaseerd op de ervaringen van een Britse journalist die ten tijde van de genocide in Rwanda aanwezig was.  Bekijk hier de trailer: http://youtu.be/k9w5RCI8PEc.

Boeken
Er zijn meerdere boeken geschreven over de gebeurtenissen in Rwanda gemaakt. De bekendste twee zijn:

  • ‘Shake hands with the devil – the failure of humanity in Rwanda’ door de voormalig commandant van de UNAMIR-vredesmissie, Roméo Dallaire, Hij heeft een boek geschreven over zijn ervaringen tijdens de genocide.
  • ‘We wish to inform you that tomorrow we will be killed with our families’ door de journalist Philip Gourevitch. Gourevitch heeft geschreven over zijn reizen door Rwanda na de genocide. Hij beschrijft de interviews die hij hield met overlevenden.

Media