Rwanda
juni 2010
Inleiding
In Rwanda heeft in 1994 een genocide plaatsgevonden, waarbij de grootste bevolkingsgroep de Hutu’s de Tutsi minderheid heeft proberen uit te moorden. Meer dan 800.000 Tutsi’s zijn daarbij om het leven gekomen. Hutu’s en Tutsi’s leven sindsdien wel weer samen in Rwanda, maar er heerst veel angst voor nieuw geweld.
- Betrokken partijen
- De bevolking van Rwanda, met opzet verdeeld in Hutu’s en Tutsi’s
- De toenmalige Hutu regering
- De extremistische Hutu milities Interahamwe en Impuzamugambi
- De rebellenbeweging Rwandese Patriotic Front (RPF)
- De Verenigde Naties
- De Verenigde Staten (vanuit de VN)
- Frankrijk
- Het conflict
Rwanda is voor een lange tijd een koninkrijk geweest, wat bewoond werd door drie bevolkingsgroepen; de Hutu’s, de Tutsi’s en de Twa. Tussen deze bevolkingsgroepen bestonden er geen (etnische) verschillen. De Tutsi’s hadden wel door de eeuwen heen in de politieke en maatschappelijke structuur de meeste macht in handen.
In de 19e eeuw is Rwanda samen met wat nu Burundi is gekoloniseerd door Duitsland. Na de Eerste Wereldoorlog nam België het bewind van Duitsland (wat de oorlog verloren had) over. De Belgen lieten de politieke en maatschappelijke machtstructuren in stand en versterkte deze juist nog meer, zodat de Tutsi’s nog meer macht kregen ten opzichte van de andere twee bevolkingsgroepen en er een gevoel werd gecreëerd dat de drie bevolkingsgroepen wel van elkaar verschilden.
In 1959 overleed de laatste Tutsi koning. Kort daarna kwamen de Hutu bevolking in opstand tegen de Tutsi machthebbers. Het Belgische leger greep in, maar koos partij voor de Hutu’s. In 1960 besloot de Belgische machthebber om verkiezingen te houden in het gebied Rwanda-Burundi. Deze werden gewonnen door de Hutu meerderheid. Een poging om een onafhankelijk Rwanda-Burundi te creeëren wat bestuurd werd door zowel Hutu’s als Tutsi’s faalde door steeds verder escalerend geweld. Veel Tutsi’s vluchtten het land uit. In 1961 roept de nieuw gekozen Hutu regering de onafhankelijkheid van Rwanda uit, wat in 1962 definitief bevestigd wordt. Ook Burundi werd onafhankelijk. Na de onafhankelijkheid van Rwanda vonden er vaak geweldsuitbarstingen tussen Hutu’s en Tutsi’s plaats. In 1973 pleegde legerleider Junéval Habyarimana een staatsgreep en werd hij president. De regering die hij vervolgens samenstelde, was in feite een Hutu regime (hoewel er ook Tutsi’s aan deelnamen).
In 1990 viel de Tutsi rebellenbeweging RPF vanuit Oeganda het noorden van Rwanda binnen. In 1993 komt er door bemiddeling van de VN een vredesverdrag tussen de RPF en de Hutu regering. De VN stationeerde in de Rwandese hoofdstad een vredesmissie om het vredesproces te ondersteunen.
Op 6 april 1994 stortte het vliegtuig waar president Habyarimana aan boord was neer (hoewel er tot op vandaag de dag vermoedens zijn dat het een aanslag was). Na de dood van Habyarimana nam de legerleiding van Rwanda het bewind over. De volgende dag werden alle politieke tegenstanders van het Hutu
regime vermoord. Daarna begon het Rwandese leger samen met de extremistische Hutu milities Interahamwe en Impuzamugambi met de vermoorden van zoveel mogelijk leden van de Tutsi bevolking.
Niet alleen het leger en de extremistische Hutu milities waren actief, maar ook een zeer groot deel van de gewone Hutu bevolking hielp mee met de genocide. Vanaf de jaren ’90 hebben de Hutu leiders in Rwanda een extreme haatcampagne opgezet tegen de Tutsi bevolking. De Hutu leiders stelden dat de Tutsi’s tijdens het koloniale tijdperk onterecht voorgetrokken werden, terwijl de Hutu’s de grotere bevolkingsgroep vormde en moesten ‘lijden’ onder het Tutsi bewind. Via de radio, kranten en het geweld van de RPF werden de haatgevoelens onder de Hutu bevolking steeds verder aangewakkerd. Het gevoel dat Hutu’s en Tutsi’s twee verschillende bevolkingsgroepen waren nam steeds verder toe. Tutsi’s werden niet langer als mensen gezien, maar als ‘kakkerlakken’ die moesten worden uitgeroeid. Hierdoor gingen veel Hutu’s de Tutsi’s als iets onmenselijks zien, wat het psychologisch makkelijker maakt om iemand pijn te doen of te vermoorden wanneer men er toe opgeroepen wordt.
De VN vredesmissie kon niet ingrijpen, omdat de missie daar het volmacht niet voor had gekregen. Terwijl de VN soldaten niets konden doen, ging de RPF over tot de aanval. De RPF wist op te trekken naar de hoofdstad Kigali en deze toen de genocide al op zijn hoogtepunt was geweest in te nemen. Tegelijkertijd stuurde Frankrijk troepen naar Rwanda, met toestemming van de VN, om vluchtelingen en de burgerbevolking te beschermen. Als gevolg vluchtten vele Hutu’s, waaronder ook de leiders van het Hutu regime, weg uit Rwanda naar onder andere de DR Congo, omdat zij bang waren geworden dat de overlevende Tutsi’s en de RPF wraak zouden nemen. Meer dan twee miljoen Hutu’s kwamen in vluchtelingenkampen terecht, waar zij samen moesten leven naast Tutsi vluchtelingen. De genocide eindigde na 100 dagen, toen de RPF officieel heel Rwanda onder controle had.
In 1994 is door de VN het Rwanda Tribunaal opgericht, wat de schuldigen aan de genocide dient te veroordelen. Het tribunaal is nog steeds actief en heeft tot zover 29 mensen veroordeeld. Maar in Rwanda moesten na de genocide zowel daders als slachtoffers weer met elkaar leren leven en er waren na de genocide veel zaken waarbij rechtspraak aan te pas moest komen. Daarom zijn in 2001 de Gacaca rechtbanken opgericht, waarbij iedereen die aanwezig is zowel de rol van advocaat, als getuige en aanklager vervult. De Gacaca rechtbanken gaan uit van het idee van verzoening en het vinden van de waarheid door alle betrokken partijen.
De massale vluchtelingenkampen die door de uittocht van zowel Tutsi’s als Hutu’s tijdens de genocide zijn ontstaan, zijn grotendeels verantwoordelijk geweest voor een verdere destabilisering van de regio, bijvoorbeeld de Burgeroorlog in DR Congo in 1996.
De RPF heeft na de afloop van de genocide de nieuwe regering gevormd. In 2003 werd Paul Kagame, de voormalig leider van de RPF verkozen tot president van Rwanda. Kamage heeft een beleid ingevoerd, waarbij iedereen in Rwanda zich niet langer mag onderscheiden als Tutsi of Hutu, maar iedereen Rwandees is.

Stand van zaken mei 2010
In 2006 werd president Kamage door een Franse rechter beschuldigd bijgedragen te hebben aan de genocide, omdat er bewijs zou zijn dat het Kagame was die het bevel had gegeven het vliegtuig van voormalig president Habyarimana uit de lucht te schieten. In datzelfde jaar verbrak Rwanda alle politieke banden met Frankrijk. Kagame is in 2008 herkozen en nu nog steeds president. Aan de huidige regering en het parlement nemen zowel Hutu’s als Tutsi’s deel. Begin 2010 zijn de banden met Frankrijk weer redelijk hersteld.
In maart 2010 is de weduwe van de voormalige Rwandese president Habyarimana, wiens dood in 1994 het startschot betekende voor de genocide, Agathe Habyarimana, gearresteerd in Parijs. Zij zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen van de genocide. Er was een internationaal arrestatiebevel tegen haar uitgegeven.
In april 2010 werd bekend dat de voormalig Rwandanese majoor Pierre-Klaver K. die woonachtig is in Nederland door de mensenrechtenorganisaties Redress en African Rights ervan beschuldigd wordt verantwoordelijk te zijn voor het vermoorden van Tutsi’s tijdens de genocide. Het Nederlandse Openbare Ministerie heeft aangegeven de oud-majoor niet te zullen vervolgen.
Cijfers
Tijdens de genocide zijn tussen de 800.000 en één miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s vermoord, ongeveer 20 procent van de totale bevolking. Ongeveer twee miljoen Hutu’s die in meer of mindere mate hadden meegewerkt aan de genocide, waren na afloop samen met Tutsi overlevenden naar verschillende buurlanden gevlucht. Niet alle vluchtelingen zijn teruggekeerd. Voor de genocide woonden er zo’n 7.3 miljoen mensen in Rwanda, na de genocide waren dit er nog maar 5 miljoen.
Betrokkenheid internationale gemeenschap
De genocide in Rwanda staat er vooral bekend om dat de internationale gemeenschap niet ingreep, ondanks signalen die wezen op een mogelijke genocide. De commandant van de VN vredesmacht UNAMIR die in Rwanda actief was vanaf 1993, Roméo Dallaire, had meerdere keren bij de VN aangegeven dat er door de Hutu regering een mogelijke genocide werd voorbereid, maar met deze informatie werd niets gedaan. Ook vroeg Dallaire om een sterker mandaat voor zijn troepen, zodat de VN troepenmacht actief in een mogelijk conflict kon ingrijpen, maar ook dit werd geweigerd. Hierdoor kon, toen de genocide eenmaal aan de gang was, de UNAMIR missie niets doen.
Hoewel het op een gegeven moment duidelijk was dat wat er in Rwanda gebeurde verder ging dan een gewelddadig politiek conflict, weigerde de Verenigde Staten in de VN Veiligheidsraad te erkennen dat er in feite een genocide in Rwanda aan de gang was. Op het moment dat de VN dat erkent, moet zij actief ingrijpen, waar vooral de VS toentertijd erg huiverig voor was, omdat dit kort daarvoor bij het conflict in Somalië fout gegaan was. In plaats van extra troepen te sturen, haalde de VN juist troepen weg uit Rwanda. Ook Frankrijk was betrokken bij de genocide. Tegenwoordig wordt gesteld dat veel van de wapens die door de Hutu milities tijdens de genocide gebruikt zijn door Frankrijk zijn geleverd. Tijdens de genocide stuurde Frankrijk, onder mandaat van de VN, een troepenmacht onder de naam Operation Turquoise naar Rwanda, om vluchtelingen en de burgerbevolking te beschermen. Als gevolg kon een groot deel van de Hutu’s die betrokken waren geweest bij de genocide naar buurland Zaïre vluchten.
Na de genocide werden de overgebleven VN troepen opgedragen hun oorspronkelijke missie, het bijstaan van de regering in het creëren van stabiliteit in het land, weer voort te zetten. De nieuwe Rwandese regering onder leiding van Paul Kamage stelde echter dat de VN missie gefaald had op alle fronten, en niet lang daarna trok de VN in 1996 de missie terug uit Rwanda. In 2000 erkende de VN dat zij gefaald had in diens reactie op de gebeurtenissen in Rwanda tussen april en juni 1994.
- Vredesproces en wederopbouw
Nederlandse NGO’s actief
Cordaid
- Betrokkenheid vrouwen bij het conflict
Tijdens de genocide zijn er tussen de 250.000 en 500.000 vrouwen en meisjes verkracht en zijn ook zeer veel vrouwen vermoord. 70 procent van de overlevende vrouwen en meisjes die te maken hebben gehad met seksueel geweld tijdens de genocide hebben HIV/Aids opgelopen.
Er is nu wel veel veranderd in Rwanda. Door de genocide leven er tegenwoordig meer vrouwen dan mannen in Rwanda. Na de genocide heeft de nieuwe regering van Rwanda gewerkt aan de verbetering van de positie van de vrouw. Verkrachting is nu een van de zwaarste misdrijven in het land. Ook heeft de regering veel maatregelen genomen om de participatie van vrouwen in de politiek te vergroten. Sinds de verkiezingen van 2008 hebben vrouwen zelfs de meerderheid in het parlement, 55 procent van de huidige parlementsleden is vrouw.
- Betrokkenheid kinderen bij het conflict
Veel Tutsi kinderen zijn vermoord en in totaal hebben 1.2 miljoen kinderen hun ouders verloren tijdens de genocide. Veel Hutu kinderen hebben meegeholpen met het vermoorden van de Tutsi’s, zonder het besef te hebben waar ze eigenlijk mee bezig waren en waarom. Ook deze kinderen zijn slachtoffer van wat er gebeurd is.
Tegenwoordig hebben veel kinderen psychologische problemen aan de genocide overgehouden, zowel kinderen van slachtoffers als van daders. Ook de nieuwe generaties kinderen, geboren na de genocide in 1994, ondergaan de gevolgen van de genocide, door heftige lessen over het verleden op school, herbegravenissen, de Gacaca rechtbanken en andere manieren waarop ze elke dag met de genocide geconfronteerd worden. Er wordt veel gedaan om kinderen en jongeren in Rwanda te helpen met het verwerken van het verleden. Zo reist de Nationale Commissie voor de Strijd tegen Genocide door heel Rwanda om met leerlingen te praten.
- Links en downloads
- Hier vind je links naar interessante websites en artikelen over dit conflict.
Media
NRC Handelsblad
15 jaar na de genocide in Rwanda (meerdere artikelen uit o.a. 1994):
http://www.nrc.nl/achtergrond/article2205254.ece/15_jaar_na_de_genocide_in_Rwanda
NRC Handelsblad
‘Fout in Rwanda is ook fout in Nederland’ (2008):
http://www.nrc.nl/binnenland/article2022443.ece/Fout_in_Rwanda_is_ook_fout_in_Holland_
Andere tijden – Rwanda (video en bijbehorende artikelen):
http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/17015788/
Er zijn meerdere speelfilms over de gebeurtenissen in Rwanda gemaakt. De bekendste twee zijn ‘Hotel Rwanda’ uit 2004 en ‘Shooting dogs’ uit 2005. ‘Hotel Rwanda’ gaat over het waargebeurde verhaal van een hotelmanager in de Rwandese hoofdstad Kigali, die tijdens de genocide meer dan duizend Tutsi’s wist te beschermen in zijn hotel. ‘Shooting dogs’ is gebaseerd op de ervaringen van een Britse journalist die ten tijde van de genocide in Rwanda aanwezig was.
Roméo Dallaire, de voormalige commandant van de UNAMIR missie, heeft een boek geschreven over zijn ervaringen tijdens de genocide; ‘Shake hands with the Devil – the failure of humanity in Rwanda’. Een ander bekend boek over de genocide is ‘We wish to inform you that tomorrow we will be killed with our families’ van de journalist Philip Gourevitch.


















Bekijk de "persoonlijke verhalen" achter het conflict.