Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Rusland – Tsjetsjenië

November 2014 | Aart Murray

Inleiding

Tsjetsjenië is een regio in de Noordelijke Kaukasus. De Noordelijke Kaukasus is deel van Rusland. In de 19e eeuw werd de regio veroverd door de Russen. Tsjetsjenië is één van de 83 regio’s van de Russische Federatie. Andere regio’s in de Noordelijke Kaukasus zijn Adygea, Karatsjai-Tsjerkessië, Kabardino-Balkarië, Noord-Ossetië, Ingoesjetië en Dagestan. In de 20e eeuw was Tsjetsjenië deel van de Russische Sovjetrepubliek, één van de 15 republieken binnen de Sovjet-Unie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Tsjetsjenen naar het Centraal-Aziatische deel van de Sovjet-Unie gedeporteerd. Stalin, toen de leider van de Sovjet-Unie, beschuldigde de Tsjetsjenen er ten onrechte van dat ze samenwerkten met de Nazi’s. Toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel in 1991 wilden veel Tsjetsjenen van Tsjetsjenië een onafhankelijke staat maken, maar de Russische overheid was het hier niet mee eens. Sindsdien vechten verschillende groepen Tsjetsjenen tegen het Russische leger, maar soms ook tegen elkaar. Er waren twee gewapende conflicten (1994-1996 en 1999-2002). Er vielen tienduizenden doden en gewonden en honderdduizenden mensen sloegen op de vlucht. Na 1996 zijn radicaal Islamitische ideeën belangrijker geworden in de strijd. Een groep Tsjetsjeense strijders vecht niet meer voor een onafhankelijk Tsjetsjenië, maar voor een Islamitisch Emiraat in de Noordelijke Kaukasus. Officieel is het geen oorlog meer in Tsjetsjenië sinds 2002, maar radicaal Islamitische strijders, van wie velen uit Tsjetsjenië komen, plegen regelmatig aanslagen in Rusland. Ook vindt er nog veel geweld plaats, waaronder door de politie en de veiligheidsdiensten. In de afgelopen tien jaar heeft het geweld zich verspreid over de Noordelijke Kaukasus. In Ingoesjetië en Dagestan vallen tegenwoordig meer doden als gevolg van het conflict dan in Tsjetsjenië. Tsjetsjenië wordt geleid door Ramzan Kadyrov. Hij is benoemd door de Russische president Poetin. De regio ontvangt veel geld vanuit Moskou, maar er is nog steeds veel armoede.

Edit
Delete
Chronologie

1859        Het woongebied van de Tsjetsjenen wordt veroverd door het Russische Rijk 

1920           Tsjetsjenië wordt opgenomen in de Sovjet-Unie

1944               400.000 Tsjetsjenen worden naar Centraal Azië gedeporteerd

1957               Veel gedeporteerde Tsjetsjenen keren vanaf dit jaar terug naar Tsjetsjenië

1991              De Sovjet-Unie valt uit elkaar en Tsjetsjenië verklaart zich onafhankelijk

1994, dec.  Het Russische leger valt Tsjetsjenië binnen

1996, aug.  Er wordt een vredesakkoord getekend en het Russische leger trekt zich terug uit Tsjetsjenië

1999, sep.  Bomaanslagen in Moskou met 300 doden. Tsjetsjeense terroristen worden hiervan beschuldigd

1999, okt.  Het Russische leger valt Tsjetsjenië weer binnen

2002, okt.   Gijzeling in een theater in Moskou 

2004, sept.  Gijzeling in een school in Beslan in Noord-Ossetië

2007                Oprichting Islamitisch Emiraat in de Noordelijke Kaukasus 

2010, maart    Bomaanslagen in de Moskouse metro

2011, jan.  Bomaanslagen op het vliegveld van Moskou

2013, okt/dec Zelfmoordaanslagen in Volgograd


Edit
Delete
Betrokken Actoren

In een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen,  rebellengroepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijv. de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren en hun standpunten kort beschreven.


Dzjochar Doedajev

Doedajev was een Tsjetsjeen en een generaal in het Sovjet-leger. Hij werd gekozen tot leider van Tsjetsjenië. Hij riep de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië uit in 1991. Hij zegde een seculier Tsjetsjenië te willen, zonder de Islam als staatsreligie. Doedajev werd gedood door Russische raketten in 1996. 

 

Boris Jeltsin 

President van Rusland van 1991 tot 1999. Hij was tegen afscheiding van Tsjetsjenië. 

 

Tsjetsjeense strijders voor onafhankelijkheid (1994-1996)
Tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog lieten de meeste Tsjetsjeense strijders zich leiden door nationalisme: zij wilden onafhankelijk worden. Toen het Russische leger Tsjetsjenië binnen viel in 1994 vochten zij tegen de Russen, tegen Tsjetsjenenen die onderdeel wilden blijven maken van de Russische Federatie, en tegen radicaal-Islamitische strijders.

 

Tsjetsjeense strijders voor een Islamitische staat (1996 – heden)

Sinds de Eerste Tsjetsjeense Oorlog hebben sommige opstandelingen zich aangesloten bij radicaal Islamitische strijders. Zij vechten niet voor een onafhankelijk Tsjetsjenië, maar voor een Islamitische staat in de Noordelijke Kaukasus. 

 

Sjamil Basajev

Tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog was Sjamil Basajev de leider van een groep Tsjetsjeense opstandelingen. Na de Eerste Tsjetsjeense Oorlog bekeerde hij zich tot de radicale Islam en werd hij de leider van de radicale Islamitische strijders. Hij eiste de verantwoordelijk op voor de gijzeling van een school in de stad Beslan, waarbij 334 mensen, voornamelijk kinderen, om het leven kwamen. In juli 2006 is hij vermoord door de Russische veiligheidsdienst.

 

Buitenlandse strijders

Honderden buitenlandse islamitische strijders kwamen na 1995 naar Tsjetsjenië. Zij kwamen bijvoorbeeld uit Afghanistan, Bosnië en het Midden-Oosten. Zij streden niet voor de  onafhankelijkheid van Tsjetsjenië, maar voor het stichten van een Islamitische staat in de hele Noordelijke Kaukasus.

 

Aslan Maschadov

Maschadov werd in 1997 gekozen tot president van Tsjetsjenië. Maschadov moest de compleet verwoeste regio opbouwen na de Eerste Tsjetsjeense Oorlog. Dat lukte niet. Omdat Tsjetsjenië heel arm is was hij afhankelijk van het geld van radicale Moslims in het Midden-Oosten. In 1997 maakte hij de Islam tot staatsreligie. In 2000 erkende Rusland de regering van Maschadov niet meer. Met steun van de Russen werd Achmat Kadyrov de nieuwe President in 2003. Maschadov vocht ook tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog tegen de Russen. In 2005 werd hij gedood door een Russisch bombardement op zijn bunker. 

 

Vladimir Poetin 

Poetin is sinds 2000 de President van Rusland. Hij werd populair onder gewone Russen doordat hij de Tweede Tsjetsjeense Oorlog startte. Hij pakte de Islamitische opstandelingen hard aan. 

 

Achmat Kadyrov

Achmat Kadyrov vocht tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog tegen het Russische leger. In 2000 liep hij over naar Rusland. Met steun van de Russen werd hij de nieuwe President van Tsjetsjenië. Ramzam Kadyrov, de zoon van Achmat Kadyrov, was de leider van een militie die Achmat Kadyrov en het Russische leger hielp. Toen President Achmat Kadyrov in 2004 omkwam bij een bomaanslag, werd Ramzan Kadyrov de belangrijkste leider van Tsjetsjenië. 

 

Ramzan Kadyrov

Ramzan Kadyrov is de zoon van Achmat Kadyrov. Tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog was Ramzan Kadyrov de leider van een gevreesde militie die met de Russen tegen de opstandelingen vocht. Deze knokploeg werd ‘Kadyrovtsy’ genoemd. De Kadyrovtsy kidnapten gewone burgers en familieleden van opstandelingen om ze te ondervragen, soms met marteling. Sinds 2007 is Ramzan Kadyrov de President van Tsjetsjenië. Hij heeft goede betrekking met de Russische leiders in Moskou. 

 

Dokoe Oemarov

Dokoe Oemarov was een van de leiders van de Tsjetsjeense opstandelingen. Sinds 2007 was hij de leider van de radicale Islamitische strijders. Hij pleegde terroristische aanslagen door heel Rusland. Hij is gedood door de Russische geheime dienst in 2014.

 

Zwarte Weduwen

Zo worden de vrouwen en meisjes genoemd, die meevechten met de Tsjetsjeense opstandelingen. Ze worden Zwarte Weduwen genoemd omdat hun man, vader of broer is omgekomen in de oorlog. Uit wraak vechten ze nu tegen de Russen.

Edit
Delete
Onderliggende structuren

De onderliggende structuren zijn de economische, politieke, sociale en religieuze oorzaken van een conflict. Hieronder wordt beschreven hoe deze verschillende oorzaken een rol spelen bij het conflict in Tsjetsjenië. Deze factoren sluiten elkaar uiteraard niet uit, vaak zijn deze factoren afhankelijk van elkaar en beïnvloeden ze elkaar.


Sinds de Russen het woongebied van de Tsjetsjenen hebben ingelijfd in de negentiende eeuw hebben veroverd waren er altijd Tsjetsjenen die weer onafhankelijk wilden worden. Soms vochten Tsjetsjeense opstandelingen terug. Tijdens de Sovjet-Unie werden bijna een half miljoen Tsjetsjenen gedeporteerd naar Centraal-Azië. De leider van de Sovjet-Unie, Stalin, hoopte dat de Tsjetsjenen nooit meer in opstand zouden komen. Zo ver van huis was het heel moeilijk om hun taal, religie en gewoonten te onthouden. Pas vanaf 1957 mochten sommige Tsjetsjenen terug naar Tsjetsjenië. Vaak werden hun oude huizen nu bewoond door Russen. 


Toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan in 1991 dachten veel Tsjetsjenen dat dit een mooi moment was om onafhankelijk te worden. De deelrepublieken van de Sovjet-Unie, zoals Estland, Georgië en Turkmenistan werden nu immers ook onafhankelijk. Tsjetsjenië was geen deelrepubliek van de Sovjet-Unie, maar een autonome republiek van de Russische Federatie. De nieuwe President van Rusland, Boris Jeltsin, was bang dat niet alleen de Sovjet-Unie, maar ook de Russische Federatie uit elkaar zou vallen. Eerst probeerde hij Tsjetsjenië economisch en politiek te isoleren, door geen handel met de Tsjetsjenen te voeren en door niet met hun leiders te praten. In 1994 stuurde hij het Russische leger naar Tsjetsjenië om het gebied weer onder controle van Rusland te brengen. Jeltsin en zijn generaals dachten dat het leger maar een paar dagen nodig zou hebben, maar na twee jaar trok het leger zich terug. Tsjetsjenië was nu niet meer onder controle van de Russen. Officieel was het gebied nog steeds onderdeel van Rusland. Er werd afgesproken dat in 2001 zou worden gekenen naar wat de status van Tsjetsjenië zou gaan zijn. 


Er waren veel verschillende oorzaken voor de oorlogen. Veel Tsjetsjenen voelden zich gediscrimineerd door de Russische overheid. Dit werd versterkt doordat veel lokale ambtenaren corrupt zijn. Sommige opstandelingen lieten zich leiden door wraak, bijvoorbeeld omdat hun broer of vader is omgekomen. Erg veel Tsjetsjenen hebben iemand verloren in het conflict. Veel mensen zijn zonder reden opgepakt, gemarteld, vermoord of ‘verdwenen’ (dat betekent meestal dat ze dood zijn). Er zijn veel Tsjetsjenen die weten hoe je moet vechten. Sommige Tsjetsjenen vochten voor Rusland of voor lokale leiders die deel uit wilden blijven maken van Rusland. Dit deden zij bijvoorbeeld omdat zij hen beter betaalden, maar soms ook omdat ze het niet eens waren met de Tsjetsjeense opstandelingen. Tsjetsjenen die nu nog vechten tegen Rusland laten zich meestal leiden door religie. Zij vinden dat de Christelijke Russen niet thuis horen in de Islamitische Kaukasus. De meesten van hen zijn voorstander van een Islamitische staat in de Noordelijke Kaukasus. 


Na de Eerste Tsjetsjeense Oorlog werd Aslan Maschadov President van Tsjetsjenië. Hij kreeg  maar weinig steun van andere landen. Na de oorlog was het gebied nog armer dan eerst en bijna alle huizen waren kapot gebombardeerd. De hoofdstad Grozniy was bijna totaal verwoest. Bijna een half miljoen Tsjetsjenen waren gevlucht. De meesten naar Ingoesjetië, maar sommigen ook naar andere regio’s van Rusland, of Europa. Alleen sommige rijke olie-sjeiks uit het Midden-Oosten gaven geld aan de nieuwe Tsjetsjeense regering. Zij wilden dat Tsjetsjenië islamitischer werd. Na de oorlog was er veel armoede en werkloosheid. Veel mannen die tegen de Russen hadden gevochten hadden hun wapens bewaard. Sommige mannen sloten zich aan bij criminelen, anderen werden onderdeel van radicaal Islamitische groepen. President Maschadov had geen controle over de criminelen en radicaal Islamitische strijders. Tsjetsjenië werd een grote chaos. 


De Tweede Tsjetsjeense Oorlog begon nadat er in 1999 in tien dagen vijf ontploffingen in Moskou hadden plaatsgevonden. Driehonderd mensen kwamen om. Op hetzelfde moment viel Sjamil Basajev met een groep radical Islamitische strijders Dagestan, de buurrepubliek van Tsjetsjenië, binnen. Hij wilde een Islamitische staat stichten. Om te voorkomen dat het conflict in Tsjetsjenië zich verder uitbreidde, naar Moskou en naar Dagestan, besloot President Poetin een nieuwe oorlog te starten. 

 

Vanaf de onafhankelijkheidsverklaring in 1991 tot en met het einde van de Eerste Tsjetsjeense Oorlog ging de strijd vooral over de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië. Door verschillende redenen ging de Islam een grotere rol spelen. Doordat de Tsjetsjeense leiders niet in staat waren een goed werkende staat te stichten verloren veel Tsjetsjenen hun vertrouwen in de Tsjetsjeense overheid. Ook kwamen er steeds meer buitenlandse radicale Islamitische strijders naar Tsjetsjenië. Zij brachten geld voor de wederopbouw en strengere ideeën over de Islam mee. Veel Tsjetsjeense opstandelingen die teleurgesteld waren in de onsuccesvolle regering van Maschadov sloten zich bij de radicale Islamitische strijders aan. President Poetin presenteerde de oorlog in Tsjetsjenië daarom in de Russische media en tegen buitenlandse leiders als een strijd tegen Islamitische terroristen. Doordat sommige Tsjetsjeense opstandelingen, zoals Sjamil Basajev en Dokoe Oemarov, terroristische aanslagen gingen plegen, en door de terroristische aanslagen op 11 september in New York, waren veel buitenlandse leiders het met de presentatie van President Poetin eens. 


Veel burgers in Tsjetsjenië leven in armoede. Veel scholen en ziekenhuizen zijn nog steeds niet herbouwd. Er is veel criminaliteit. Vanwege deze slechte omstandigheden verlaten sommige mensen Tsjetsjenië. Met geld van de Russische regering zijn sommige delen van de regio herbouwd, zoals de hoofdstad Grozniy. In de stad hangen op veel plekken foto’s van de Russische President Poetin, van de vorige Tsjetsjeense President Achmat Kadyrov en van zijn zoon en de huidige President, Ramzan Kadyrov. Tsjetsjenië is nu een dictatuur, waarin Ramzan Kadyrov alles bepaalt.

Edit
Delete
Verloop van het conflict

Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen. 

In 1991 begon de aanloop naar de 1e oorlog. Terwijl Jeltsin de regio (economisch) isoleerde, mobiliseerde president Dudaev de bevolking voor een naderend conflict met Rusland.  De Tsjetsjeense leiders hielden vast aan hun onafhankelijkheidsverklaring. Op 11 december 1994 trok op Jeltsin’s bevel het Russische leger met 40.000 soldaten Tsjetsjenië binnen. Jeltsin wilde binnen een paar dagen het gebied terugbrengen onder Russisch regime. In plaats daarvan brak er een bloedige, verwoestende oorlog uit die 2 jaar duurde. Pas in augustus 1996 kwam er een einde aan.

De periode 1994-1996 heet nu de ‘1e Tsjetsjeense oorlog’. Het land bleef in een enorme ravage achter. De hoofdstad Grozny werd totaal verwoest. Door het Russische leger is extreem wreed opgetreden tegen strijders en burgers. Ongeveer 400.000 mensen vluchtten, velen naar kampen in Ingushetië, anderen naar Moskou of Europa. Voor internationale hulpverleners was het erg gevaarlijk omdat zij de kans liepen ontvoerd te worden. Het Russische leger verloor de oorlog.

Op 12 mei 1997 werd een vredesovereenkomst ondertekend door Jeltsin en Maskhadov. Het land zou de facto onafhankelijk zijn. Een definitieve beslissing over de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië werd uitgesteld tot uiterlijk 31 december 2001.

Tussen 1996 en 1999 waren er veel gijzelingen, geweld, armoede, economische problemen en trauma’s. De criminaliteit groeide. Jonge mensen sloten zich bij de islamitische strijders aan.

Aan de periode van de facto onafhankelijkheid kwam een einde in de zomer van 1999. Met enkele duizenden radicale strijders viel Basaev Dagestan binnen, om van Tsjetsjenië en Dagestan een Islamitische staat te maken.  In september 1999 vonden explosies plaats in drie appartementencomplexen in Moskou, waarbij 300 mensen omkwamen. Deze explosies zijn volgens de Russische regering door Tsjetsjeense terroristen gepleegd. Sommigen twijfelen daaraan en denken dat de Russische veiligheidsdienst erachter zat. Na de inval en de ontploffingen stuurde de Russische president Poetin op 1 oktober 1999 93.000 troepen naar Tsjetsjenië om tegen de terroristen te vechten en de ‘rebelse’ staat weer bij Rusland te halen. Dit is het begin van de ‘2e Tsjetsjeense oorlog’.

 

Verschillende groepen Tsjetsjeense strijders vochten met het Russische leger. De positie van Maskhadov wankelde. Ook deze oorlog trof de burgerbevolking hard. Wederom werd Grozny gebombardeerd. Het Russische leger richtte zogenaamde filtration camps op, waar mannen en vrouwen ondervraagd werden en martelingen en executies plaatsvonden. ‘Kadyrovtsy’ hielden razzia’s om (voormalige) strijders te vinden. Naar schatting zijn sinds 1999 tussen de 3000 en 5000 mensen ‘verdwenen’ en later dood, of helemaal niet, teruggevonden. Het geweld en de verdwijningen bracht weer nieuwe strijders op de been, die wraak wilden nemen op de Russische soldaten.

 

Poetin erkende in 2000 de regering van Maskhadov niet meer en benoemde een pro-Moskou Tsjetsjeense regering met aan het hoofd Akhmad Kadyrov. Zo wilde de Russische regering controle over Tsjetsjenië krijgen.

 

 

Na de oorlogen

Er zijn naar schatting nog 500 strijders in Tsjetsjenië en de omliggende regio. Hun leider is Dokoe Oemarov. In de afgelopen jaren vonden er veel aanslagen in Tsjetsjenië en Dagestan plaats, bijvoorbeeld op politieposten. Hier zijn veel burgerslachtoffers bij gevallen. Er zijn ook aanslagen in Rusland gepleegd.

 

In oktober 2002 gijzelden veertig Tsjetsjeense rebellen (met een aantal ‘Zwarte Weduwen’) 850 mensen in het Dubrovka theater in Moskou. De gijzeling duurde drie dagen. Het Russische leger spoot toen een gas het theater in, bestormde het gebouw en schoot de terroristen dood. Door het gas stierven ook 139 van de (Russische) gegijzelden. Het doel van de Tsjetsjenen was aandacht vragen voor het leed in hun land, en het terugtrekken van het Russische leger.

 

In september 2004 gijzelden terroristen (waaronder Tsjetsjenen) 1100 leerlingen op een school in Beslan. Op de derde dag bestormde de Russische veiligheidsdienst de school. Er vielen 334 doden en honderden gewonden. 

 

In 2004 kwam Akhmad Kadyrov om door een aanslag. Zijn zoon Ramzan Kadyrov werd in 2006 premier, en in 2007 president. Hij staat in nauw contact met Poetin treedt hard op tegen de overgebleven strijders.

 

In oktober 2007 heeft Dokoe Oemarov de Noordelijke Kaukasus Emiraat in het leven geroepen en zichzelf tot emir benoemd. Het doel is een onafhankelijk islamitisch Kaukasus Emiraat waar ook Tsjetsjenië onderdeel van uitmaakt. Ze strijden voor erkenning.

 

In maart 2010 bliezen twee Dagestaanse vrouwen (‘Zwarte Weduwen’) zich op in de metro in Moskou. Er kwamen 37 mensen om. De aanslag is opgeëist door Oemarov.

 

In januari 2012 vond een aanslag plaats op het vliegveld Domodedovo in Moskou. Er vallen 36 doden en 180 gewonden. Oemarov eist de aanslag op.

 

Situatie nu

Veel burgers in Tsjetsjenië leven in armoede. Velen zijn nog steeds dakloos en er is veel werkeloosheid. Veel publieke instellingen, zoals scholen en ziekenhuizen, zijn nog niet herbouwd, net als veel wegen en elektriciteitsnetwerken. Het criminaliteitscijfer is hoog. Vanwege deze slechte omstandigheden verlaten mensen de regio. Met geld van de Russische regering zijn delen van het land herbouwd, zoals Grozny. In de stad hangen op veel plekken foto’s van de vorige Russische president Medvedev, van Akhmad Kadyrov en van zijn zoon Ramzan.

 

Veranderende rol van de Islam in de strijd

In de tijd tot en van de 1e oorlog ging de strijd vooral om onafhankelijkheid om een (seculiere) staat te stichten. Maar de Islam ging door een aantal redenen een grotere rol spelen in de loop van de strijd. Ten eerste had het extreme geweld van het Russische leger een radicaliserend effect op veel Tsjetsjenen: zij wilden vechten voor hun Tsjetsjeense en dus islamitische cultuur. Ook Shamil Basaev speelde een grote rol. Hij werkte steeds meer samen met de buitenlandse radicale Islamitische strijders. Zij brachten geld en materiaal mee. Zeker in de periode tussen 1996 en 1999 was dit belangrijk, want de Tsjetsjeense regering had hiervan te weinig voor de wederopbouw.

 

Basaev had intussen enkele terroristische aanslagen gepland en uitgevoerd. Deze versterkten het beeld voor buitenstaanders dat het conflict in Tsjetsjenië ging om radicale islamitische terroristen die bestreden moesten worden (en dus niet om onafhankelijkheid). President Poetin benadrukte juist dit beeld in toespraken en via de Russische media. De aanslagen van Oemarov, leider van de islamitische rebellen, bevestigen dit beeld ook.

 

Edit
Delete
Dynamiek

Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen. Wanneer het conflict heviger wordt spreken we van escalatie. Zwakt het conflict af? Dan is er sprake van de-escalatie.

De Eerste Tsjetsjeense Oorlog duurde van 1994 tot 1996. In deze oorlog werd de hoofdstad Grozniy door Russische bombardementen met de grond gelijkgemaakt. De meeste opstandelingen vluchtten naar het platteland. In 1996 werd er vrede gesloten tussen Rusland en Tsjetsjenië. In feite was Tsjetsjenië tussen 1996 en 2000 onafhankelijk. 


De Tweede Tsjetsjeense Oorlog brak uit in 1999. De Tsjetsjeense regering had geen controle over allerlei gewapende groepen die in de Eerste Tsjetsjeense Oorlog hadden gevochten. Een groep opstandelingen onder leiding van Sjamil Basajev viel Dagestan binnen. Dagestan is een gebied dat naast Tsjetsjenië ligt. In Moskou vonden er aanslagen plaats op drie flats. Op hetzelfde moment werd Vladimir Poetin de nieuwe President van Rusland. Hij wilde indruk maken als een sterke leider. Daarom viel het Russische leger Tsjetsjenië weer binnen. In 2000 werd Grozniy ingenomen door het Russische leger. De Russische regering zei in 2002 dat de oorlog over was. Het Russische leger trok zich toen terug. De Russische geheime dienst FSB ging door met een ‘anti-terroristische operatie’. Deze was officieel afgelopen in 2009. Toch wordt er nog steeds af en toe gevochten. Ook buiten Tsjetsjenië, bijvoorbeeld in de gebieden Dagestan, Noord-Ossetië en Ingoesjetië. Tussen de vijfhonderd en tweeduizend strijders hebben zich verscholen in de hoge bergen van de Kaukasus. Zij plegen terroristische aanslagen en soms overvallen ze Russische legerkampen en politieposten. 


De islamitische strijder in Tsjetsjenië hebben het moeilijk door de grote aanwezigheid van het Russische leger en de geheime dienst. Daarom vinden er steeds meer aanvallen buiten Tsjetsjenië plaats. In de rest van de Noordelijke Kaukasus zijn er veel dezelfde problemen als in Tsjetsjenië, zoals corruptie, armoede en werkloosheid. Radicale islamitische strijders uit de hele Noordelijke Kaukausus sluiten zich bij de Tsjetsjeense opstandelingen aan. 


In 2002 werden er bijna duizend mensen gegijzeld in een theater in Moskou. Bij de bevrijdingsactie door het Russische leger kwamen er meer dan honderd mensen om. In 2004 werden er elfhonderd schoolkinderen en hun leraren gegijzeld in Beslan, in Noord Ossetië. Bij de Russische bevrijdingsactie kwamen meer dan driehonderd mensen om. In 2007 en 2009 wisten radicaal Islamitische strijders de hogesnelheidstrein tussen Moskou en Sint Petersburg te laten ontsporen. 28 mensen kwamen om bij de tweede poging. In 2010 vonden er zelfmoordaanslagen plaats in de Moskouse metro. Hierbij kwamen er veertig mensen om. In 2011 kwamen er 37 mensen om bij een aanslag op het vliegveld van Moskou. In oktober en december 2013 bliezen zelfmoordterroristen zichzelf op in Volgograd, een grote Russische stad vlakbij de Noordelijke Kaukasus. 


De Tsjetsjeense opstandelingenleider Dokoe Oemarov riep in 2007 het Kaukasus Emiraat uit. Oemarov had in de Eerste en de Tweede Oorlog aan de kant van de Tsjetsjeense onafhankelijkheidsstrijders gevochten. Tsjetsjenië is ook onderdeel van deze Islamitische staat. Er zijn maar weinig mensen die het Islamitische Emiraat in de Noordelijke Kaukasus steunen. De aanslagen tijdens de marathon van Boston in 2013, waarvan de daders oorspronkelijk uit Tsjetsjenië kwamen, werden veroordeeld door het Kaukasus Emiraat, dat zegt alleen tegen Rusland te vechten. De contacten tussen al-Kaida en radicaal Islamitische strijders in de Noordelijke Kaukasus zijn zwak. Oemarov dreigde met aanslagen tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji, maar deze vonden niet plaats. 


In 2013 waren er 986 doden als gevolg van het conflict in de hele Noordelijke Kaukasus. In Tsjetsjenië lukt het President Ramzan Kadyrov en zijn veiligheidsdiensten om de meeste aanslagen te voorkomen. Om dit te bereiken maken ze gebruik van willekeurige arrestaties, marteling en ontvoeringen. De oorzaken van het conflict in de Noordelijke Kaukasus worden echter niet aangepakt. Daardoor zijn er nog steeds mensen die zich bij de gewapende strijders aansluiten. Officieel is het geen oorlog meer, maar door de hele Noordelijke Kaukasus vinden er regelmatig aanslagen en aanvallen plaats.

Edit
Delete
Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
Vredesonderhandelingen kunnen door verschillende actoren worden opgezet zoals bijvoorbeeld de Verenigde Naties (VN) of de Afrikaanse Unie (AU). Hieronder lees je welke actoren betrokken zijn bij vredesinitiatieven.


Doordat het Russische parlement in 2005 een wet heeft aangenomen die de controle op buitenlandse NGO’s versterkt, zijn er nog maar weinig internationale NGO’s in Tsjetsjenië actief. 


Een van de belangrijkste Russische mensenrechtenorganisaties is ‘Memorial’. Zij verzamelen informatie over de mensenrechtensituatie. Tijdens en na de oorlogen in Tsjetsjenië schreven zij over het verdwijnen van Russische militairen en Tsjetsjeense burgers. Deze informatie geven zij door aan internationale organisaties, politici en de media. Memorial maakt zich ook sterk voor de bescherming van vluchtelingen en slachtoffers van discriminatie en politieke vervolging. Medewerkers van Memorial bezoeken de regio regelmatig. 


Unicef is ook actief in het gebied. UNICEF heeft in samenwerking met de Nederlandse overheid programma’s opgezet om Tsjetsjeense kinderen te helpen. Zo verzorgden zij onderwijs aan tienduizend kinderen die in Ingoesjetië leven als vluchtelingen, en herbouwen ze scholen in Tsjetsjenië. Ook geven zij voorlichting aan kinderen over de gevaren van landmijnen en bieden zij medische en psychologische hulp aan slachtoffers van mijnexplosies en oorlogstrauma’s. 


War Child is in Tsjetsjenië actief door de lokale partnerorganisatie Serlo (‘Licht’) te ondersteunen. Op vijf scholen verspreid door het land biedt een team van Serlo hulp aan kinderen door creatieve workshops, gesprekken en een telefonische hulplijn. Zo leren kinderen om te gaan met hun oorlogstrauma’s.


World Vision is via de lokale partner CMC (Community Mobilization Centre) aanwezig in de regio Urus Martan. Zij krijgen financiële steun van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. In Urus Martan is een ontmoetingscentrum met sport – en spelactiviteiten, Engelse les, gezondheidszorg, en psychologische hulp.


IKV Pax Christi is sinds de jaren negentig actief in de bevordering van vrede in de Kaukasus. Pax Christi is verbonden met de organisatie Russian Justice Initiative. Deze organisatie stelt mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië aan de kaak. Hiervoor spannen zij onder andere rechtzaken aan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, Frankrijk.

Edit
Delete
Cijfers
Hoe zou je het conflict kunnen weergeven in cijfers? Soms kunnen cijfers de hevigheid van een conflict heel goed weergeven. In dit stuk vind je de belangrijkste cijfers over het conflict in Egypte


Tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog vochten ongeveer zeventigduizend Russische soldaten tegen ongeveer vijftienduizend Tsjetsjeense opstandelingen. Tussen de vijfduizend en achtduizend Russische soldaten werden gedood. Drieduizend Tsjetsjeense opstandelingen sneuvelden. Naar schatting tussen de vijftigduizend en honderdduizend Tsjetsjeense burgers werden gedood.


Tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog vochten ongeveer tachtigduizend Russische soldaten tegen ongeveer twintigduizend Tsjetsjeense opstandelingen. Vijfendertigduizend Russische soldaten werden waarschijnlijk gedood. Vijftienduizend Tsjetsjeense opstandelingen kwamen om. Vijftigduizend Tsjetsjeense burgers werden gedood. 


Tijdens de Eerste Tsjetsjeense Oorlog kwamen er 161 Russische burgers om door terroristische aanslagen van Tsjetsjenen. Tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog waren dit er veel meer: misschien wel zeshonderd. 


Tijdens de Tweede Tsjetsjeense Oorlog werden er veel mensen gegijzeld. Soms werden mensen gekidnapt om ze te verhoren of te martelen, maar soms ook alleen voor losgeld. Sinds 1999 zijn er tussen de drieduizend en vijfduizend mensen ‘verdwenen’. Omdat ze nooit zijn teruggevonden zijn ze waarschijnlijk dood.


Bronnen
Hieronder vind je interessante links naar media en websites.

‘3 Kameraden’ van VPRO Tegenlicht is een tweedelige documentaire over drie Tsjetsjeense vrienden, waarvan één cameraman, tijdens en na de Eerste Tsjetsjeense Oorlog.


‘De wankelende reus – deel 3: De Berg’ van VPRO Tegenlicht is een documentaire over de idealen achter het radicale Islamitische fundamentalisme. Hiervoor zijn Tsjetsjeense strijders in de bergen bezocht.



BBC News – ‘Foreign NGOs banned near Chechnya’ 17 januari 2006,

BBC News Europe ‘What happened in the Maskhadov raid?’ (15 maart 2005),

RIA Novosti ‘Chechen leader calls for 15 percent unemployment drop in 2011’

Elke Tsjetsjeen gevaarlijk? Stereotypering van Tsjetsjenen in Moskou. N.a.v. de aanslagen in de Moskouse metro. Fragment Pauw en Witteman 29 maart 2011.  

Ruud Gullit trainer bij Terek Grozny. Fragment RTL Nieuws.