Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Noord-Ierland

Januari 2014 | Evelien Thieme Groen

Inleiding

Het conflict in Noord-Ierland heeft een lange voorgeschiedenis. Ierland behoorde aanvankelijk tot het Britse rijk. Vanaf de 17e eeuw vestigden protestanten uit Engeland en Schotland zich op het overwegend katholieke eiland. In het begin van de 20e eeuw leidde een kortstondige bevrijdingsstrijd tot de stichting van de onafhankelijke Ierse Republiek (1921); het deel waar een meerderheid protestants was – de provincie Ulster oftewel Noord-Ierland – bleef echter onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Spanningen veroorzaakt door de achterstelling van katholieken in Noord-Ierland leidden begin jaren 1960 tot geweldddadige confrontaties, beide gemeenschappen verdedigden zich gewapenderhand en het Britse leger greep in. Deze Troubles hebben tientallen jaren geduurd en ruim 3.500 slachtoffers geëist. Pas in 1998 bracht een vredesakkoord enige rust, maar er is nog steeds sprake van sterk gescheiden gemeenschappen en sporadisch geweld.

Edit
Delete
Chronologie

Onder dit kopje vind je data die belangrijk zijn in het conflict. Je kan zo  bijvoorbeeld snel zien in welk jaar opstanden plaats vonden of juist vredesverdragen werden ondertekend.


1916 – 1921  -  Ierse Opstand tegen Britse overheersing 


1920  -  Stichting van de onafhankelijke Republiek Ierland; Noord-Ierland blijft onderdeel van het Verenigd Koninkrijk   


1966 mei  -  Oorlogsverklaring van de UVF tegen de IRA   


1969 aug  -  Battle of the Bogside in (London)Derry   


1969 dec  -  Splitsing IRA en PIRA   


1972 jan  -  Bloody Sunday, 14 katholieke demonstranten door het Britse leger doodgeschoten in Derry  


1972 mei  -  Official IRA kondigt staakt-het-vuren af   


1972 juli  -  Bloody Friday, IRA-bomaanslagen in Belfast maken 11 slachtoffers
   

1980 okt  -  RA-gevangenen beginnen hongerstakingen in de Maze gevangenis; in mei 1981 sterft hongerstaker Bobby Sands  
 

1985 nov  -  Engels-Iers Verdrag   


1987 nov  -  Bomaanslag door de IRA in Enniskillen op Remembrance Day (Britse dodenherdenking)  
 

1993  -  Downing Street Declaration, begin van nieuw vredesproces   


1994 aug  -  IRA kondigt wapenstilstand af (duurt minder dan twee jaar)   


1997 juli  -  IRA hernieuwt bestand   


1998 april  -  Na twee jaar onderhandelen wordt het Belfast Akkoord of Goede Vrijdag Akkoord gesloten, vaak gezien als het einde van de Troubles, echter kleinschalig geweld blijft

Edit
Delete
Betrokken actoren


In een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen, rebellengroepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijv. de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren en hun standpunten kort beschreven.


Bij dit conflict waren en zijn veel partijen betrokken, waaronder regeringen, paramilitaire groeperingen en politieke partijen:   

Gouvernementeel:

  • De opeenvolgende Britse en Ierse regeringen, het Britse leger en de Royal Ulster Constabulary, de Noordierse politie (beide laatste vaak beschuldigd van nauwe samenwerking met protestantse paramilitairen)

 

Politieke partijen, o.a.: 


  • Ulster Unionist Party (UUP)

Oudste en meest gevestigde unionistische partij (protestanten), die lange tijd vrijwel alleen de dienst uitmaakte in Noord-Ierland  


  • Democratic Unionist Party (DUP)

Meer radicale unionistische partij, in de jaren ’70 groot geworden onder leiding van dominee Ian Paisley; oorspronkelijk tegenstander van het Goede Vrijdag akkoord van 1998 met Sinn Féin/IRA, maar tegenwoordig deel van de gezamenlijke regering in Noord-Ierland (waar een regeringscoalitie van alle partijen verplicht is)


  • Social Democratic Labour Party (SDLP)
Gematigd nationalistisch of republikeins (= voorstander van vereniging met de Republiek Ierland), lange tijd de grootse partij onder katholieken in Noord-Ierland, later overvleugeld door Sinn Féin 


  • Sinn Féin

Meeste radicale republikeinse partij, ten tijde van de Troubles gezien als de politieke tak van de IRA en steunpilaar van de gewapende strijd van de katholieke minderheid in Noord-Ierland; heeft sinds 1992 afstand genomen van deze gedachte en maakt tegenwoordig deel uit van de gezamenlijke regering.

   

Paramilitaire groeperingen, o.a.: 


  • Ulster Volunteer Force (UVF)

Ook bekend onder de naam Ulster Defence Association (UDA) – grootste loyalistische gewapende groepering (loyalistisch = loyaal aan het Verenigd Koninkrijk), opgericht in 1966 naar het voorbeeld van een protestantse militie uit het begin van de 20e eeuw en op het hoogtepunt van zijn macht in de jaren ’70 zo’n 40.000 leden tellend.


  • Ulster Defence Force (UDF)

Loyalistische gewapende groep   


  • (Official) Irish Republican Army (IRA)

Oorspronkelijk de gewapende groep die de Ierse opstand (1916-21) tegen de Britse overheersing ontketende, uitmondend in de Ierse afscheiding van Groot-Brittannië. Verschillende groeperingen hebben zich nadien van de IRA afgescheiden maar wel de naam gehouden. Die groepen worden dus ook vaak IRA genoemd, meestal wordt dan de PIRA bedoeld 


  • Provisional IRA (PIRA)

Militante afsplitsing van de IRA, soms ook wel provos genoemd, ter onderscheid van de Official IRA. Deze IRA had oorspronkelijk als doel de katholieke minderheid in Noord-Ierland te beschermen en hun burgerrechten te vergroten. Ze streefde ernaar de Britten uit Noord-Ierland te verdrijven en een vereniging met de Ierse Republiek tot stand te brengen. Lange tijd stond de IRA bekend als de best georganiseerde en meest gevreesde terroristische organisatie ter wereld 


  • Real IRA (RIRA)

In 1997, toen de IRA steeds meer de dialoog met haar tegenstanders zocht, splitste een aantal hardliners zich af en vormde de RIRA


 




Edit
Delete
Dieperliggende oorzaken
De dieperliggende oorzaken zijn oorzaken die op economisch, sociaal, en religieus vlak spelen in een land. Hieronder wordt beschreven hoe deze oorzaken een rol spelen in het conflict in Noord-Ierland.

Noord-Ierland vormt samen met Engeland, Schotland en Wales het Verenigd Koninkrijk. Noord-Ierland is het enige van de landen dat niet op het eiland Groot-Brittannië ligt, maar op het eiland Ierland, grenzend aan de Republiek Ierland. Noord-Ierland kent wel een eigen wetgeving en binnenlands bestuur, maar het is niet een soevereine staat, zoals de Republiek Ierland.


Het conflict in Noord-Ierland, ook wel de Troubles genoemd, is vooral een lokaal conflict geweest. De partijen komen merendeels uit Noord-Ierland, met natuurlijk Groot-Brittannië en ook de Ierse Republiek als externe partijen. De gewelddadigheden hebben veelal plaatsgevonden in Noord-Ierland, maar ook wel in de rest van het Verenigd Koninkrijk en op het vasteland van Europa. Het conflict beslaat veel verschillende issues. Het heeft vooral te maken met politieke, economische en religieus-etnische problematiek, en met burgerrechten. Deze problemen zijn eeuwen oud en hebben gedurende tientallen jaren geleid tot verdeeldheid tussen de bevolkingsgroepen en tot geweld.


Religie

Brits beleid leidde al in de 17de eeuw tot uitsluiting en onderdrukking van de katholieke meerderheid in Ierland, dat toen een vanuit Engeland bestuurde kolonie was. Aan het eind van de 19de eeuw begon het Iers nationalisme steeds meer te groeien, de Ieren vochten voor hervormingen en rechten. Het Ierse verzet tegen de Britten en voor zelfbestuur (Home Rule) maakte naast geweld ook gebruik van politieke middelen. Er ontstonden ook nationalistische groepen die streefden naar volledige onafhankelijkheid van Groot-Brittannië, zoals de partij Sinn Féin. In deze tijd werden ook veel radicale groepen opgericht die beschikking hadden over wapens. De protestantse kolonisten vreesden Ierse onafhankelijkheid, met mogelijke katholieke overheersing en economische achteruitgang. De Ulster Volunteer Force (UVF) is een voorbeeld van een protestantse gewapende groep die streed tegen Home Rule. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 onderdrukte de onrust voorlopig.


Politiek

In 1916 werd Sinn Féin bij verkiezingen de grootste partij in Ierland. Ze richtte een eigen parlement op en benoemde zichzelf tot wettige overheid van Ierland. Onder het Ministerie van Defensie werd ook het Irish Republican Army (IRA) in het leven geroepen als leger dat trouw was aan het Ierse parlement.


In 1919 begon de Ierse Opstand of onafhankelijkheidsoorlog, een guerrillaoorlog waarbij veel aanslagen zijn gepleegd. Sinn Féin riep alle radicalen op om te strijden voor een onafhankelijk Ierland, vanaf toen waren zij aan de IRA verbonden. De acties van de IRA waren erg schadelijk voor de Britten en er vielen aan beide kanten veel doden. In 1920 nam het Britse parlement de vierde Home Rule Bill aan. Ierland werd in twee stukken gedeeld, elk met een eigen regering en parlement. De noordelijke counties, overwegend protestants, bleven onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, zoals de bevolking dat zelf wilde (Noord-Ierland of Ulster: ‘een protestantse staat voor een protestants volk’). De zuidelijke, overwegend katholieke counties vormden de Republiek Ierland. Veel Ieren accepteerden de tweedeling niet. Ierland was nog steeds niet een onafhankelijke land. De verdeeldheid binnen het Ierse parlement, Sinn Féin en de IRA leidde tot een burgeroorlog. Duizenden mensen verloren het leven voor er in 1923 een einde kwam aan het geweld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de decennia daarop bleef het relatief rustig, totdat in de jaren 1960 het sectarische geweld in Noord-Ierland opnieuw de kop op stak en wat de Ieren The Troubles noemen een aanvang namen.


De geschiedenis van Ierland en Groot-Brittannië laat zien hoe diep geworteld de ‘oorzaken’ van een conflict kunnen zijn. De tweedeling van het eiland is in principe de oorzaak van het conflict, tezamen met de marginalisering van de katholieke minderheid in Noord-Ierland. Het gaat hierbij om de vraag of Noord-Ierland hoort bij het Verenigd Koninkrijk of bij de Ierse Republiek. Veel katholieken zien zichzelf als Ieren en vinden dat het hele eiland onafhankelijk moet zijn van het Verenigd Koninkrijk en bestuurd moet worden als één land (zij worden ook Republikeinen genoemd). De meeste protestanten beschouwen zichzelf als Britten en zien graag dat Noord-Ierland onderdeel blijft van het Verenigd Koninkrijk (Loyalisten of Unionisten). De culturele, religieuze en politieke oorzaken zijn allemaal terug te voeren op  de vroege geschiedenis van Ierland en Engeland. Religie speelt niet per se de belangrijkste rol maar is vanaf de oorsprong van het conflict een manier geweest om onderscheid te maken tussen de twee bevolkingsgroepen of gemeenschappen. 

Edit
Delete
Verloop van het conflict
Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen.

 

Er is veel discussie over de directe aanleiding tot het conflict in Noord-Ierland. In de jaren 1950 was de situatie in Noord-Ierland relatief stabiel, ondanks grote maatschappelijke en politieke ongelijkheid. De katholieke minderheid werd gemarginaliseerd, met beperkte kiesrechten, verminderde sociale voorzieningen, discriminatie en uitsluiting bij werk en scholing.


In de jaren 1960 zocht de premier van Ulster contact met de Ierse Republiek en met de nationalistische partijen in eigen land, ter ondersteuning van zijn beleid van economische modernisering. Deze toenaderingen leidden echter tot veel onrust onder de unionisten en tot gewelddadig acties. In mei en juni 1966 werden twee katholieken en een protestant vermoord door de pas heropgerichte Ulster Volunteer Force (UVF). Zij waren de eerste slachtoffers van de Troubles.


In de jaren daarop mondden demonstraties van de katholieke minderheid voor gelijke rechten steeds vaker uit in gewelddadige confrontaties. Een mars in Londonderry van de protestantse Apprentice Boys, ter herdenking van een overwinning op de katholieken zo’n 400 jaar geleden, leidde in 1969  tot meerdaagse rellen tussen de Noordierse politie en katholieke bewoners (Battle of the Bogside). Honderden mensen raakten gewond. Uiteindelijk moest de Britse regering troepen sturen om het geweld te stoppen en de katholieke minderheid te beschermen. Het politieke antwoord was de Downing Street Declaration van de Ierse en Britse regeringsleiders, waarin werd opgeroepen tot gelijkheid en vrijheid voor iedereen in Noord-Ierland. Maar de spanningen bleven en het straatgeweld escaleerde.


Tot 1969 was de IRA (Irish Republican Army) nog niet zo actief, maar na de rellen in Derry en het verschijnen van Britse troepen op straat, intensiveerde zij de strijd tegen de loyalistische paramilitairen van de UVF en de UDF (Ulster Defense Force). Het Britse leger probeerde in deze fase nog tussen de strijdende partijen in te staan.


Een belangrijk keerpunt was Bloody Sunday (30 januari 1972). Bij een vreedzame maar verboden demonstratie in Derry schoot het Britse leger 14 ongewapende jongens en mannen dood. De herinnering aan en de nasleep van Bloody Sunday, met een reeks onderzoekscommissies en processen waarmee de Britse regering de zaak in de doofpot probeerde te stoppen, overschaduwt nog altijd de verzoeningspogingen.


Voor het Britse leger werd het steeds moeilijker om het geweld te bedwingen. Hoe meer ernstige voorvallen er plaatsvonden, ook vanuit het Britse leger, hoe makkelijker het was voor de paramilitairen om steun te krijgen en leden te werven. Het politieke antwoord was in 1972 de herinvoering van direct bestuur vanuit Londen. De woede in Noord-Ierland was groot, vooral van republikeinse zijde, en het geweld werd steeds erger – het dodental was dat jaar het hoogst. Bloody Friday is de dag waarop de IRA – als vergelding voor het afbreken van onderhandelingen door de Britse regering – in Belfast 26 bommen vrijwel tegelijk liet ontploffen, met elfdoden en 130 gewonden tot gevolg. Het leidde alleen maar tot verdere polarisatie. Het beeld van de IRA werd steeds meer dat van een groep moordenaars en terroristen.


De Britse regering probeerde het geweld een halt toe te roepen, door een meer evenwichtige verdeling van de macht in een nieuwe Noordierse regering en de instelling van een grensoverschrijdende Ierland Raad, met vertegenwoordigers van zowel Noord-Ierland als de Republiek. Deze pogingen werden om zeep geholpen door stakingen en geweld van de zijde van de unionisten, die er een bedreiging in zagen voor hun positie.         


Een belangrijke gebeurtenis was de verandering van de rechten van gevangen paramilitaire strijders. Waar ze eerst als krijgsgevangenen waren behandeld, verklaarde de Britse overheid ze vanaf 1974 tot gewone criminelen. De protesten namen de vorm aan van hongerstakingen en in 1981 stierf Bobby Sands als IRA-martelaar na 66 dagen zonder eten. Zijn dood riep een nieuwe golf van geweld op die tientallen mensen het leven kostte.


In 1983, toen Sinn Féin de verkiezingen won in de Republiek Ierland besloot de Britse premier Margaret Thatcher de onderhandelingen over Noord-Ierland te heropenen. Het Engels-Ierse Verdrag dat eind 1985 werd ondertekend benadrukte de rol van de Ierse Republiek in Noord-Ierse aangelegenheden en de erkenning van Noord-Ierland als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Weer waren de unionisten niet blij met het verdrag, dat in hun ogen een opstap was naar een verenigd Ierland en dus een overwinning voor Sinn Féin/IRA. Dit leidde opnieuw tot grootschalige protesten en gewelddadigheden.


Door een bomaanslag van de IRA tijdens een herdenkingsceremonie in Enniskillen in 1987 verspeelden de republikeinen veel internationale steun en sympathie. De aanslag, die 11 doden, waaronder kinderen, en vele gewonden tot gevolg had, schokte de wereld, en ook de nationalisten en de unionisten in Noord-Ierland zelf. Veel katholieken namen afstand van de IRA. Men begon te beseffen dat geweld niet de oplossing was voor het langslepende conflict. Zo markeerde de Remembrance Day Bombing opnieuw een belangrijk omslagpunt in de Troubles.

Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
Los van de officiële vredesonderhandelingen zijn er vaak ook burgerorganisaties actief om de vrede te bevorderen.

In 1993 tekenden de premiers van Ierland en Goot-Brittannië een nieuw akkoord, de Downing Street Declaration. Zij hoopten dat de verklaring een politiek proces in gang zou zetten waaraan ook de paramilitaire groeperingen zouden deelnemen. De unionisten waren eveneens bereid om aan der onderhandelingstafel plaats te nemen.

In 1994 kondigde de IRA een wapenstilstand af, de loyalistische paramilitairen deden hetzelfde onder voorwaarde dat nationalistisch geweld uit zou blijven. De wapenstilstand duurde anderhalf jaar, waarna de IRA een zware bom tot ontploffing bracht in Londen, uit frustratie dat er geen vooruitgang in de onderhandelingen zat. Er vielen twee doden en er was voor miljoenen aan schade. De onderhandelingen konden zo echter niet doorgaan, er was geen vertrouwen meer. Pas in 1997 werd deze impasse doorbroken door de komst van nieuwe regeringsleiders in de beide landen. Na nieuwe onderhandelingen werd een jaar later het Belfast Akkoord getekend, ook wel Goede Vrijdag Akkoord genoemd (10 april 1998). Aan de onderhandelingen hadden de Britse en Ierse regeringen en de verschillende nationalistische en unionistische partijen van Noord-Ierland deelgenomen. Alleen de Democratic Unionist Party van dominee Ian Paisley was aanvankelijk tegen het akkoord, maar later heeft ook zij zich aangesloten. De Amerikaanse President Bill Clinton was een belangrijke aanjager van het vredesproces. Het Belfast Akkoord stelt o.a. dat de toekomst van Noord-Ierland bepaald zal worden door de meerderheid van de bevolking van het land. Ook eerdere voorstellen, zoals een eigen Noordiers parlement en grensoverschrijdende instituties komen terug. Alle paramilitaire wapens moeten binnen twee jaar onder internationaal toezicht worden vernietigd. Het grootschalige geweld is na dit politieke akkoord van 1998 en de volksraadplegingen in 1999 afgenomen.    

Er waren en zijn ook veel maatschappelijke organisaties actief op het gebied van vredesopbouw en verzoening. Deze niet-gouvernementele organisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in het vredesproces, met name op ‘micro’ niveau, door het aanpakken van de diepgewortelde oorzaken van het conflict middels discussie, dialoog en andere initiatieven die de rivaliserende groepen nader tot elkaar brengen. Ook richten zij zich op wederopbouw en verandering van de samenleving, de politiek en de economie, en het voorkomen van een terugval op geweld. In een aantal gevallen hebben voormalige paramilitairen een voortrekkersrol gespeeld bij deze initiatieven.

Ondanks deze jarenlange inspanningen en het gezamenlijk bestuur is er in Noord-Ierland nog steeds sprake van sterk gescheiden bevolkingsgroepen, van wantrouwen en vooroordelen tussen de unionistische (loyalistische, protestantse) en nationalistische (republikeinse, katholieke) gemeenschappen. Zo houdt de z.g. Peace Wall nog steeds enkele protestantse en katholieke wijken van Belfast uit elkaar; braken er in december 2012 in Belfast rellen uit nadat het gemengde stadsbestuur had besloten om niet meer elke dag de Britse vlag op het stadhuis te laten wapperen; muurschilderingen, vlaggen en beschilderde trottoirbanden zijn nog steeds belangrijke symbolische uitdrukkingen van exclusieve groepsidentiteiten. Splintergroepen aan beide zijden plegen nog af en toe een aanslag en de traditionele marsen waarvan er elk jaar honderden worden gehouden leiden soms tot confrontaties. Ondanks dit alles lijken de Troubles toch definitief voorbij.

           

Links en downloads
Hier vind je links naar artikelen en websites over dit conflict.

Video


Verschillende reportages over Noord-Ierland


http://nos.nl/archief/2004/nieuws/index.html#@http://nos.nl/archief/2004/nieuws/dossiers/noord_ierland/2001/algemeen/conflict_uitleg.html

 

http://www.geschiedenis24.nl/andere-tijden/afleveringen/2004-2005/Oorlog-en-vrede-in-Noord-Ierland.html

 

http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/geschiedenis-van-het-noord-ierse-conflict/


http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Troubles

 

Engelstalige website met een  schat aan informatie en veel originele documenten: 

http://www.cain.ulst.ac.uk/