Niger
Februari 2013 | Agnes Koppelman
Inleiding
In 2009 is er een vredesakkoord gesloten tussen Toeareg rebellen en de regering van Niger, dat een einde maakte aan de derde Toeareg opstand die in 2007 was begonnen. In februari 2010 vond er echter een staatsgreep plaats omdat president Tandja zijn politieke termijn wilde verlengen door de grondwet aan te passen. Het leger heeft toen het bestuur van Niger overgenomen tot de verkiezingen in 2011, die volgens de internationale gemeenschap eerlijk zijn verlopen. De huidige president Issoufou is een voorstander van de militaire interventie onder leiding van Frankrijk in Mali, waar sinds 2011 meer fundamentalistische groeperingen een nieuwe Toeareg-opstand hebben overgenomen. De Toeareg gemeenschap in Niger heeft de president gewaarschuwd dat dit kan leiden tot een nieuwe opstand in Niger, wat de politieke stabiliteit in Niger kan ondermijnen.
- Chronologie
Onder dit kopje vind je data die belangrijk zijn in het conflict. Je kan zo bijvoorbeeld snel zien in welk jaar opstanden plaats vonden of juist vredesverdragen werden ondertekend.
Februari 1990: Politie opent vuur op een vreedzaam studentenprotest. Mei 1990 Toeareg aanval in Tchin Tabaradene. Overheid reageert door het leger honderden Toearegs te laten arresteren, martelen en doden.
Vanaf 1990: Oprichting twee gewapende Toeareg groepen: Front pour la Libération de l'Air et de l’Azawagh (FLAA, Front voor de Bevrijding van Air en Azawak) en Front pour la Libération de Tamoust (FLT, Front voor de Bevrijding van Tamoust). Incidentele gevechten en ontvoeringen vinden plaats in het Air gebergte.Juni 1994: Principeovereenkomst tussen de overheid van Niger en de Toeareg rebellen over ‘homogene’ autonome gebieden voor de Toearegs.Oktober 1994: De Toeareg rebellen en de overheid van Niger tekenen een overeenkomst om het conflict binnen 6 maanden te beëindigen.April 1995: Overheid van Niger en de Toeareg rebellen tekenen vredesovereenkomst: ‘Ouagadougou Vredesakkoord’.2007-2009: Derde Toeareg opstand Februari 2007 Mouvement des Nigériens pour la justice (MNJ, Niger Beweging voor Gerechtigheid) valt buitenposten van de Nigerese strijdkrachten aan.Juni 2007: MNJ rebellen vallen vliegveld Agadez en legerpost in Tezirzait aan.Augustus 2007: President Mamadou Tandja roept een staat van paraatheid voor het leger uit in de Agadez regio, en geeft strijdkrachten meer bevoegdheden.April 2008: Nieuwe anti-terreur wet doorgevoerd, die grotere macht gaf aan de politie en het leger om mensen te arresteren.Juni 2008: Ontvoering werknemers van Areva (uranium mijnbouwbedrijf).April 2009: Overheid en de belangrijkste Toeareg rebellen accepteren een door Libië gesteund vredesoverleg.
- Betrokken actoren
- In een conflict zijn altijd meerdere actoren betrokken. Dit kunnen organisaties zijn zoals politieke partijen, regeringen van betrokken landen, rebellengroepen, of internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. In sommige gevallen zelfs individuele personen, bijv. de president van een land of een rebellenleider. Hieronder staan de verschillende actoren en hun standpunten kort beschreven.
- Actoren 1990-1995 op nationaal niveau
- Overheid Niger - President Seibou probeerde de controle te houden over politieke hervormingen maar slaagde er niet om de eisen van de bevolking voor een meerpartijendemocratie (voornamelijk van de vakbond en studenten) bij te benen. Seibou moest uiteindelijk toegeven en werd vanaf 1991 tijdelijk opgevolgd door Prof. André Salifou. In 1993 werd de nieuwe ‘Derde Republiek’ uitgeroepen onder leiding van President Ousmane, die democratisch gekozen was. De economie ging achteruit, maar er kwam een nieuwe grondwet die voor meer democratisering zorgde.
- Toearegs actief in het noorden van Niger, voornamelijk het Air gebergte.
- FLAA Front de la Libération de l’Air et l’Azaouad (Front voor de Bevrijding van Air en Azawad). Opmerking: Azawad is de naam van de Toearegs voor hun land, voornamelijk gelegen in Mali. Belangrijkste rebellengroep, geleid door Rhissa Boula. Bereikte een vredesakkoord in 1993, maar versplinterde daarna in verschillende groepen die zich groepeerden onder de CRA (die de strijd voortzette, zie onder).
- FLT - Front de Libération Temust (Front voor de Bevrijding van Tamoust). Geleid door Mano Dayak, ontstaan in augustus 1993 uit de FLAA.
- FPLS - Front Patriotique de Libération du Sahara (Nationalistisch Front voor de Bevrijding van de Sahara). Ontstaan in januari 1994 uit de FLAA.
- CRA - Coordination de la Résistance Armée en Air et Azaouad (Coordinatie voor het gewapend verzet in Air en Azawad). Overkoepelende organisatie die de verschillende rebellengroepen representeerde in de onderhandelingen met de overheid. Bereikte akkoord met de overheid in 1994.
- ORA - Organisation de la résistance armée (Organisatie van het Gewapende Verzet). Opvolger van CRA.Bereikte akkoord met de overheid in 1995.
Burkina Faso, Frankrijk en Algerije hebben bij het ‘Ouagadougou Vredesakkoord’ bemiddeld.
Actoren 2007-2009 op nationaal niveau- Overheid Niger, onder leiding van President Mamadou Tandja. Zette de MNJ af als ‘bandieten’ en weigerde te spreken van een opstand.
- MNJ - Mouvement Nigérien pour la Justice (Nigerese Beweging voor de Rechtvaardigheid). Toearegs actief in het noorden van Niger, voornamelijk in het Air gebergte. Andere etnische groepen sloten zich later ook bij de MNJ aan, zoals de Fulani nomaden en de Toubou. Afsplitsing in 2008 onder leiding van Rhissa Ag Boula (een van de leiders van de Tweede Toeareg opstand). Afsplitsing in 2009 van de meeste MNJ leiders.
- FFR - Front des Forces de redressement (Beweging van de Troepen voor het Herstel) ontstaan na afsplitsing in 2008 onder leiding van Rhissa Ag Boula en Mohamoud Aoutchiki Kriska (voormalig woordvoerder CRA).
- FPN - Front Patriotique Nigérien (Nigerese Patriottistische Beweging). Ontstaan in maart 2009 na een afsplitsing van de meerderheid van het MNJ leiderschap. Leiding: Aklou Sidi Sidi, Kindo Zada en Boutali Tchiwerin.
- Al-Qa’eda in de Maghreb (AQIM) - De ontvoering van twee Canadese diplomaten en vier Europese toeristen in 2008 in Niger werd in eerste instantie toegewezen door de Nigerese overheid aan de MNJ, en vice versa. Later werd door verschillende Westerse media gezegd dat de ontvoeringen gepleegd waren door Toeareg smokkelaars die banden zouden hebben met AQIM.
- Verenigde Naties, Canada, Algerije en Mali - Eerste onderhandelaars met de Nigerese overheid en de rebellengroepen Libië. Werd door de overheid van Niger en de rebellengroepen geaccepteerd als bemiddelaar voor een vredesakkoord. Muammar al-Gadaffi trad op als gezant tijdens de vredesbesprekingen.
- Areva - Frans mijnbouwbedrijf dat twee mijnen bezit in het noorden van Niger, die goed zijn voor 32% van de Nigerese export. Frankrijk heeft het uranium nodig om zijn kernreactors te laten draaien en zijn kernwapen in stand te houden. Betrokken bij het conflict omdat de Toearegs claimden dat de uraniumwinst gebruikt zou moeten worden voor ontwikkeling van de regio.
- Dieperliggende oorzaken
Waarom hebben deze Toeareg opstanden plaatsgevonden? Om goed antwoord te kunnen geven op deze vraag moet er een onderscheid gemaakt worden tussen directe aanleidingen die ‘de druppel waren die de emmer deed overlopen’ en de onderliggende structurele oorzaken.
- Directe kwesties
De gebeurtenis die het conflict in 1990 aanwakkerde was de aanval op een politiebureau door een groep Toeareg in mei. Veel Toeareg waren gevlucht naar Libië en Algerije door de hevige droogte van de jaren ‘80 en keerden terug. De Nigerese overheid beloofde hulp voor deze groep, maar kwam de beloftes niet na. In 2007 verklaarde de MNJ dat het de opstand begon omdat de Nigerese overheid de beloftes van het vredesakkoord van 1995 niet was nagekomen. Een tweede directe reden is uranium. Uranium zorgt voor ongeveer 30% van de Nigerese export en wordt gevonden in het noorden van Niger. Tot 2006 bracht het uranium echter niet veel op, ongeveer 5% van het totale BNP. In 2006 steeg de waarde van uranium op de wereldmarkt met meer dan 46%, waardoor Niger de omzet kon verdrievoudigen. De MNJ haakte hierop in door te verklaren dat het uranium uit Toeareg grond werd gehaald zonder toestemming, en zonder dat de opbrengsten ervan met hen gedeeld werden. Ze zagen er niets van terug en begonnen een opstand om een groter aandeel van de uranium opbrengst te claimen.Structurele oorzakenNiger is een voormalige kolonie van Frankrijk. De belangrijkste bevolkingsgroep die in het noorden van Niger verbleef was de Toeareg, een nomadenvolk. In de tijd dat Niger nog een kolonie van Frankrijk was werd het noorden, en daarmee de Toeareg, benadeeld door de overheerser. Ze raakten daardoor achtergesteld op de rest van het land en bleven onderontwikkeld. Daarnaast waren de Toeareg het niet eens met de grenzen tussen Mali en Niger die de Fransen hadden opgesteld, omdat het leefgebied van de Toeareg daardoor verdeeld werd over meerdere landen.
Na de onafhankelijkheid van Niger in 1960 bleef het Toeareg gebied economisch en politiek achtergesteld. De droogtes die in de jaren ‘70 en ‘80 plaatsvonden troffen de Toeareg hard en zorgden voor een grote vluchtelingenstroom. De Toeareg konden niet rekenen op hulp van de Nigerese overheid en gingen daarom naar Libië en Algerije, waar ze in vluchtelingenkampen terechtkwamen. In deze kampen ontstond de wens voor onafhankelijkheid; het federale systeem moest veranderd worden zodat de Toeareg meer autonomie zouden krijgen. Vooral de jonge Toeareg waren het hierover eens, en begonnen zich te groeperen binnen de vluchtelingenkampen. Deze groepen vormden de basis voor de latere rebellenbewegingen. Een combinatie van economische achterstand door politieke keuzes, een gebrek aan erkenning, droogte en de daaropvolgende vluchtelingenstroom, en de autoritaire Nigerese overheid leidden tot leed en verwijten bij de Toeareg. Dit is de onderliggende basis geweest voor het uitbreken van de gewapende conflicten.
- Verloop van het conflict
- De FLAA lanceerde in 1991 een guerrilla oorlog tegen de regering van Niger.
De FLAA viel voornamelijk Nigerese legertroepen aan, maar richtte ook schade
aan bij de uraniumindustrie. De Toeareg vonden op dat moment nog dat het de
landbouwgronden vernielde. Het leger trad hard op tegen de rebellen, en er
vielen veel burgerslachtoffers. Het exacte aantal daarvan is echter onbekend.
Vanaf de start van het conflict zijn er onderhandelingen geweest tussen de
Nigerese regering en de Toeareg om het conflict op te lossen. In 1993 werd een
eerste akkoord gesloten, maar dit hield niet
lang stand en zorgde voor een versplintering van de FLAA. De verschillende
gewapende groeperingen verzamelden zich weer onder een nieuwe organisatie, de
CRA. De CRA wilde, in tegenstelling tot de FLAA, geen grotere autonomie maar
volledige onafhankelijkheid van de Toeareg. In 1995 werd er een vredesakkoord
gesloten tussen de CRA en de regering van Niger, waarin werd afgesproken dat de
politieke macht meer over de verschillende regio’s in het land verdeeld zou
worden en de lokale gemeenschappen meer zeggenschap zouden krijgen over
economische, sociale en culturele zaken.
Het nieuwe akkoord betekende een einde aan de meeste gevechten, maar in
1996 werd een nieuwe beweging gevormd, de Union des Forces de Résistance Armées
(UFRA, Unie van gewapend verzettroepen).
Zij sloten in 1997 een akkoord met de regering, waarbij werd afgesproken
dat de UFRA strijders in het leger zouden worden opgenomen en dat de leiders
posities in de regering van Niger kregen.
In 2007 brak opnieuw een gewapend conflict uit in Niger. In februari 2007
begonnen de strijders van de MNJ aan een opstand, geleid door Aghaly ag Alambo,
een voormalig lid van FLAA. De overheid van Niger verklaarde dat de aanvallen
die uitgevoerd werden het werk waren van ‘gewapende bandieten’ en
‘drugssmokkelaars’. Ze suggereerden ook dat Areva, het Franse mijnbouwbedrijf, de
rebellen financieerde. Er waren al langer spanningen tussen Areva en de
overheid van Niger, maar deze spanningen liepen in 2007 zo op dat het hoofd van
Areva in Niger het land moest verlaten. Toch is het werk van Areva gedurende
het conflict gewoon doorgegaan.
Op 24 augustus 2007 kondigde President Tandja een staat van alertheid aan
in de Agadez regio, wat betekende dat de veiligheidstroepen extra bevoegdheden
kregen om tegen de rebellen te vechten. Daarnaast werd in april 2008 een
anti-terreur wet doorgevoerd waardoor de politie en het leger meer bevoegdheden
voor arrestatie kregen.
De gevechten bleven aanhouden en het leger kon hard op de rebellen ingaan
omdat de overheid bleef verklaren dat het vocht tegen criminelen. In januari
2008 sloten andere etnische groepen zich bij de strijd van de MNJ aan, zoals de
Toubou en de Fulani. Aan de ene kant werd de MNJ dus groter, maar aan de andere
kant vond er een afsplitsing plaats onder leiding van Ag Boula, in mei 2008.
Hij vormde de FFR. In juni 2008 ontvoerden de rebellen vier Fransen die voor
Areva werkten. Ze werden binnen een paar dagen weer vrijgelaten.
Begin 2009 kwam er steeds meer internationale druk om tot vrede te komen in
Niger. Een gebeurtenis die daaraan bijdroeg was de ontvoering van de Canadese
diplomaat Robert Fowler, waarschijnlijk door Al Qa’eda in de Maghreb. Omdat
deze groep hoog in de prioriteitenlijst van de internationale gemeenschap stond
kwam er internationale inmenging om het conflict tot een einde te brengen, door
onder andere de Verenigde Naties, Canada, Algerije, Mali en later ook Libië.
Voordat er vredesakkoorden gesloten werden vond er echter nog een afsplitsing
van de MNJ plaats. Het grootste deel van MNJ leiderschap vormde een nieuwe
groep, de FPN, en verklaarde te willen onderhandelen. Uiteindelijk werd Libië
geaccepteerd als bemiddelaar voor het vredesakkoord dat in oktober 2009 tot
stand kwam.
Op hetzelfde moment heeft er een soortgelijke Toeareg opstand
plaatsgevonden in buurland Mali.
In 2009 heeft President Tandja geprobeerd zijn aflopende politieke termijn
te verlengen door de grondwet aan te passen. Er ontstond grote onrust die
uitmondde in een militaire staatsgreep. Het leger heeft toen het bestuur van
Niger overgenomen tot de verkiezingen in 2011, die volgens de internationale
gemeenschap eerlijk zijn verlopen. De huidige president Issoufou is een
voorstander van de militaire interventie onder leiding van Frankrijk in Mali, waar sinds 2011 meer
fundamentalistische groeperingen een nieuwe Toeareg-opstand hebben overgenomen.
De Toeareg gemeenschap in Niger heeft de president gewaarschuwd dat dit kan
leiden tot een nieuwe opstand in Niger , wat de politieke stabiliteit in Niger
kan ondermijnen.Aan de andere kant kan niets doen ook leiden tot uitbreiding
van het conflict naar Niger. De situatie in het noorden van Niger is er op dit moment
dus een van zeer fragiele vrede.
- Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
- Los van de vredesonderhandelingen zijn er vaak ook burgerorganisaties actief om de vrede te bevorderen.
Synergies Africa
Een Non-gouvermentele organisatie (NGO) die pleit voor Afrikaanse vredesinitiatieven. Steunde in de jaren ‘90 de traditionele ‘chiefs’ in het noorden van Niger, die een belangrijke rol speelden in het tot stand brengen van de vrede. Steunde ook vrouwenorganisaties die een verzoenende rol speelden, en muzikanten die vredesconcerten geven.Tchinaghen
NGO collectief van Nigerese organisaties. Leverde een bijdrage aan het beeindigen van het geweld in 2009.
- Nederlandse betrokkenheid
Regering
De Nederlandse regering heeft geen bijzondere wederzijdse afspraken met Niger gemaakt, maar steunde in 2009 wel de beslissing van de Europese Unie om de ontwikkelingssamenwerking projecten in Niger op te schorten tot er een acceptabele oplossing was gevonden voor de voortgang van het democratiseringsproces.NGO’s
Oxfam Novib· Steunt AREN. “De veehoudersbond Association pour la Redynamisation de l’Elevage au Niger (AREN) maakt goede afspraken voor de nomaden. Bijvoorbeeld over de hoogte van de prijs van water. Of over mogelijke weideplaatsen in buurland Nigeria. Zo zijn conflicten voorkomen. Ook leert AREN veehouders voor hun eigen belangen op te komen door hen de handelstaal Haussa bij te brengen”.
- Cijfers
· Er leven ongeveer 1 miljoen Toeareg in Niger, wat zo’n 9,3% van de hele bevolking is.
- Er is weinig duidelijkheid over het aantal slachtoffers dat de conflicten geëist hebben. Volgens onderzoeker Bram Posthumus vielen er bij het Tchin Tabaradene bloedbad alleen al tussen de 650-1500 doden, terwijl de Universiteit van Sherbrooke spreekt van 1000 Toeareg doden tussen 1990-1997. Schattingen van het aantal doden tussen 2007-2009 liggen op ongeveer 200 bij de MNJ en tussen de 70-160 bij de overheid.
- Links en downloads
· Media
BBC News
Vraag & Antwoord Toeareg conflict (Engelstalig):
http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/6982266.stm
Website
Uppsala Universiteit
Uppsala Conflict Database - Niger (Engelstalig):
http://www.pcr.uu.se/gpdatabase/gpcountry.php?id=118&value=4http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/6982266.stm
· http://www.state.gov/r/pa/ei/bgn/5474.htm
· http://www.unhcr.org/refworld/country,,,CHRON,NER,456d621e2,469f38c2104,0.html
· http://strausscenter.org/scad-keyword-search/Page-13.html


















Bekijk de "persoonlijke verhalen" achter het conflict.