Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Libië

Ester van den Berg

Inleiding

Op 15 februari 2011 ging het Libische volk de straat op met de eis dat de Libische president Qaddafi moest aftreden. Deze opstand gebeurde nadat de Arabische Lente Revoluties in volle gang uitbraken in Tunesië en Egypte. Ondanks dat deze revolutie geïnspireerd is op het revolutionaire verzet van zijn buurland, is het resultaat in Libië compleet anders. In Libië ontstond een burgeroorlog. Na de dood van Qaddafi op 20 oktober moeten Libiërs nu hun land opnieuw opbouwen.

Edit
Delete
Betrokken partijen

• Libische Leider Qaddafi, gesteund door zijn veiligheidstroepen en aanhangers.

• Libische Overgangsraad (NTC) en militaire tak, het Nationale Vrijheidsleger

• National Conferentie voor Libische Oppositie (NCLO): een overkoepelende organisatie van zeven kleinere oppositiegroepen, o.a. de Libische League voor Mensenrechten (LLHR).

• Nationale Bevrijdingsfront voor Libië (NFSL), die zich in 2008 terugtrok uit NCLO.

• Libische Islamitische Vechtgroep (LIFG) die door de Verenigde Naties 1267 Comité als geaffilieerd aan Al-Qaeda werd beschouwd, maar dit zelf ontkent.

• Verenigde Naties en NAVO troepen.

Edit
Delete
Het conflict
Libië kent een lange geschiedenis vol conflict. De onrustige geschiedenis zorgt ervoor dat er veel strijd is tussen verschillende bevolkingsgroepen.


Historische conflicten

Libië heeft een lange geschiedenis vol met conflict, politieke onderdrukking en autoritaire overheersing. In de 3e en 2e eeuw voor Christus werden de Punische Oorlogen uitgevochten tussen Carthago en de Romeinse Republiek. Als gevolg daarvan kwamen verschillende provincies in Noord Afrika, Tripolitanië, Cyrenaica, and Fezzan, met verscheidene Berber stammen onder Romeinse overheersing. Het Byzantijnse Rijk heerste tot de 7e eeuw tot Arabische troepen het gebied veroverden en onderworpen aan een nieuwe monotheïstische religie, Islam. Gedurende de 16e eeuw waren het Habsburgse Spanje en het Ottomaanse Rijk in conflict over deze Mediterrane gebieden. Uiteindelijk kwamen de gebieden onder Ottomaanse controle en werden het Turkse provincies. Begin 20e eeuw vochten het Ottomaanse Rijk en Italië over deze provincies. Italië zag Libië als een compensatie voor Tunesië, toen dat een Frans protectoraat was geworden. Omdat Turkije onrust zag rijzen in de Balkan gebieden zag het geen andere optie dan vrede te sluiten met Italië. In 1912 te Lausanne, tekende de Turkse sultan voor de onafhankelijkheid over dit gebied, terwijl Italië het meteen formeel inlijfde. De Ottomaanse sultan, als Islamitische leider, behield de religieuze rechtsbevoegdheid en daardoor ook de invloed op zijn vorige onderdanen. Dit leidde tot een ondermijnde Italiaanse autoriteit en een twintig jaar lange koloniale oorlog in Libië. In deze tijd braken er twee oorlogen uit tussen Italië en Sanusi in Cyrenaica onder leiding van politiek leider Idris, terwijl de inwoners van Tripolitanië nooit als een echte bedreiging werden gezien.

De voormalige Ottomaanse provincies werden door Italië verenigd tot één natie, Libië. Toen Italië onder leiding van Mussolini aan de kant van Duitsland stond tijdens de Tweede Wereld Oorlog, koos de Cyrenaicische bevolking meteen de kant van de Geallieerden, terwijl de leiders van Tripolitanië twijfelden. In 1943 vielen de twee gebieden in Britse handen, maar werden apart geregeerd onder Italiaanse wet. De derde provincie, Fezzan werd bestuurd door de Fransen. Libië bleef dus officieel eigendom van Italië, maar werd geregeerd door de Britten en de Fransen. In februari 1947 werd er een vredesverdrag ondertekend waarin Italië afstand nam van al zijn Afrikaanse bezettingen. Er werd besloten dat Libië nog niet klaar was om het land zelf te regeren en de zaak kwam daardoor op de agenda van de Verenigde Naties. Het Bevin-Sforza plan werd naar voren gebracht met het idee dat Libië onder voogdijschap van de Verenigde Naties geplaatst zou worden met de Fransen, Britten en Italianen verantwoordelijk voor de administratie over de drie gebieden. Na 10 jaar zou Libië onafhankelijk worden. Het plan werd aangenomen in 1949, maar de voorbereidingen voor onafhankelijkheid ondervond vele problemen. Het land stond stil qua politieke, economische en sociale ontwikkeling en had geen inkomen waardoor het afhankelijk werd van buitenlandse hulp. Bovendien was er geen consensus onder de bevolking over de regering. Tripolitanië had een geavanceerde economie in vergelijking met de twee ander provincies terwijl Cyrenaica weer van cohesie onder de bevolking genoot vanwege de Sanusi groep, een religieuze groepering en later ook een politieke macht. Een federaal systeem werd opgezet in 1950 met een monarch aan het hoofd. Deze positie werd aan Idris aangeboden, de Sanusi leider. Op 24 december 1951, kondigde koning Idris de onafhankelijkheid aan van het Verenigde Koninkrijk van Libië met Banghazi en Tripoli afwisselend als hoofdsteden.

Moderne geschiedenis

De politieke ontwikkelingen in het nieuwe onafhankelijke Libië leidden tot drie problemen; na de eerste verkiezingen in 1952 werden politieke partijen verboden, provinciale banden waren sterker dan de nationale banden en de troonopvolging stond niet duidelijk vast. Dit leidde tot frustraties onder Libische inwoners. In 1959 werden er grote oliereserves ontdekt, wat een ommekeer betekende voor het land. Waar het eerst afhankelijk was van ontwikkelingshulp, kon het zich nu transformeren tot een onafhankelijke, vermogende staat. Maar door verkeerde beslissingen in het staatsbeleid realiseerde de bevolking dat de staat inefficiënt was. Bovendien zorgde regionale ontwikkelingen, zoals de 1967 Oorlog tussen Israël en de Arabische landen, voor spanningen in Libië. De koning was voornamelijk pro-westers en regeerde het land op conservatieve wijze en ten gunste van Cyrenaica. De rijkdom die het land bezat zonder dat het volk ervan genoot, zorgde voor ontevredenheid en dit had een grote invloed op jonge officieren die de Arabische nationalistische ideologie van Egyptische president Nasser aanhingen. Op 1 september 1969 pleegden 70 militaire officieren een coup d'état om de regering over te nemen en de monarchie op te heffen. Een van deze militairen was Kolonel Muammar Qaddafi.

 

Qaddafi tijdperk

Qaddafi was een van de leden van de Revolutionaire Commando Raad, die het land regeerde op basis van collegiale besluitvorming. Hij werd geleidelijk beschouwd als groepsleider vanwege zijn personaliteit en charisma. Langzamerhand werden Qaddafi’s ideeën radicaler, geïnspireerd op een nationalistische en pan-Arabische dictatuur met een islamitische inslag waarin hij de rol van revolutionaire leider speelde. Hij staat nu bekend als een excentriekeling die lange, onduidelijke en radicale speeches houdt. In de jaren ’70 startte hij een “culturele revolutie” met als doel om het volk te betrekken tot regeringszaken. Bovendien kondigde hij af dat de onderdrukking van communisme, atheïsme, kapitalisme, conservatisme en de Moslim Broederschap de hoofddoelen werden van de revolutie. Daarnaast bepaalde hij dat de bestaande wetten vervangen zouden worden door de Sharia (Islamitische wet). In 1976 schreef hij het driedelig Groene Boek, waarin hij liberale democratie en kapitalisme verwerpt. In plaats daarvan stelde hij een directe democratie voor door middel van volks comités in het hele land die verantwoordelijk waren voor de lokale en regionale administratie onder leiding van revolutionaire comités. Eind jaren ’70 werd de Revolutionaire Commando Raad werd vervangen door de Algemene Volkscongres en benoemde Qaddafi zichzelf de Leider van de Revolutie.

In 1977 creëerde hij officieel de Grote Libisch-Arabische Socialistische Volksjamahiriyah (massastaat). Gedurende de eerste decennia van zijn heerschappij wees hij nadrukkelijk imperialisme en zionisme af en legde hij meer nadruk op buitenlandse politiek in plaats van nationale zaken. Verscheidene militaire campagnes werden in Tsjaad uitgevoerd tijdens de burgeroorlog, hij onderhield vriendelijke relaties met Sovjet Unie en voerde diverse terroristische aanslagen uit in de jaren ’70 en ’80. Internationale spanningen liepen hoog op, met als hoogtepunt het bombardement op Tripoli door de Amerikaanse marine in opdracht van president Reagan in 1986. In 1988 ontplofte een Boeing 747 boven Lockerbie wat leidde tot economische sancties vastgesteld door de Verenigde Naties in 1992. Pas in 2003 werden deze sancties beëindigd nadat Libië zijn verantwoordelijkheid in de Lockerbie zaak toegaf en de nabestaanden 2,7 miljoen dollar betaalde.

Oppositie groeide langzaam, nadat de economie aangepast werd volgens het Groene Boek en alles in handen kwam van de staat. Ook al leidde deze maatregelen tot een beter bestaan voor de armen, frustratie groeide onder de middenklasse en rijken, vooral studenten, intellectuelen en de krijgsmacht. Bovendien vond de religieuze gemeenschap zijn ideeën onorthodox. Ook al was er veel onderscheid tussen aanhangers en tegenstander van het nieuwe regime, de meest duidelijke oppositie kwam van studenten. In 1967 protesteerden studenten van de Universiteit van Benghazi toen de regering zich inmengde in de verkiezingen van studentenverenigingen wat leidde tot een gewelddadige botsing. Geleidelijk radicaliseerde de oppositie en met name leden van het leger die verschillende keren een staatsgreep probeerden te plegen. De religieuze leiders verwelkomden in eerste instantie zijn beslissingen om de Sharia vast te leggen, maar voelden zich spoedig achtergesteld omdat Qaddafi macht aan hen onttrok en meer nadruk legde op interpretatie van religieuze bronnen in plaats van religieuze autoriteit. Rond 1978 werden bepaalde imams vervangen door aanhangers van Qaddafi. Er bestaan meer dan 20 oppositiegroepen buiten Libisch grondgebied. Ook al waren de groepen niet verenigd en niet krachtdadig, ze hadden allemaal een gemeenschappelijk doel en dat was het omverwerpen van het Qaddafi regime.

 

Burgeroorlog:

Ondanks een moordpoging op Qaddafi in 1993, begon de eerste echte bedreiging op zijn autocratisch bewind in februari 2011. Het startte met protesten tegen het dictatoriale regime en leidde tot een bloedig gevecht tussen de regering en opstandelingen in het oosten van het land. De revoluties in Egypte en Tunesië leken redelijk rustig plaats te vinden, maar de situatie in Libië transformeerde als snel tot een burgeroorlog. Dit heeft te maken met hun respectievelijke geschiedenis en met het feit dat zowel Egypte als Tunesië al duidelijk gevestigde staten waren voordat Mubarak en Ben Ali aan de macht kwamen. In Libië was het omgekeerde waar. Qaddafi creëerde zijn eigen politiek systeem waarin politieke partijen en representatie als verraad werden beschouwd. In zijn Groene Boek vermeldt hij dat er “[g]een democratie [is] zonder volksvergaderingen”. Volgens Qaddafi is er geen nood voor politieke partijen omdat het volk zichzelf kan vertegenwoordigen. Zijn methode van volks comités en revolutionaire comités leidde tot een vertrouwen op de loyaliteit van stammen. Vanwege deze gebrekkige institutionalisering plaatste Qaddafi familieleden en stamleden op belangrijke posities en zorgde ervoor dat de nationale strijdkrachten zwak werden gehouden. De speciale veiligheidstroepen daarentegen waren zeer sterk en in handen van de Qaddafi familie.

Decennia vol met autoritarianisme, politieke onderdrukking en corruptie in combinatie met de revoluties in de buurlanden, motiveerde de massa om te protesteren. Bovendien groeide de frustratie vanwege het feit dat de ontwikkeling van het land gebaseerd is op de visie en personaliteit van een persoon, Qaddafi. Libiërs zien dat de economische situatie in Libië slecht is, ondanks de grote olievoorraad. In de jaren ‘70 creëerde Qaddafi een goed zorgsysteem en gaf Libiërs huizen die werden gesponsord door olie-inkomsten. Deze worden echter langzamer van minder kwaliteit vanwege slecht onderhoud, terwijl Qaddafi’s familie het grootste deel van de rijkdom bezit. In februari begon de oppositie anti-Qaddafi slogans te roepen, zoals “No God but Allah, Muammar is the enemy of Allah” en “Down, down to corruption and to the corrupt”; en droegen vlaggen met de teksten “Go Away” en “Go to Hell Qaddafi”. Er werden driekleurige vlaggen van Koning Idris van voor de 1969 revolutie gedragen door anti-Qaddafi opstandelingen als verzet tegen Qaddafi’s groene vlag. Deze vlag is nu het embleem van de Nationale Vrijheidsleger, de militaire tak van de nieuwe Libische Overgangsraad.


Dag van Woede

Op 17 februari werd de “Dag van Woede” gedeeltelijk georganiseerd door de National Conferentie voor Libische Oppositie (NCLO) en aangekondigd op internet en Facebook. Qaddafi reageerde hierop door aan te geven dat hij zou meedoen. Dit deed hij om te voorkomen dat het uiteindelijk een protest werd tegen het regime. In plaats daarvan hoopte hij dat het protest gericht zou worden tegen de regeringsambtenarij. Er werden verder maatregelen getroffen zoals preventieve arrestaties van potentiele protesteerders, zoals advocaat en mensenrechten activist Fathi Terbil. Bovendien werden er extra maatregelen genomen in het westen van het land. Men kon niet verwachten wat er in het oosten zou plaatsvinden. Geïnspireerd door de val van Mubarak in buurland Egypte, begonnen deze protesten in het oosten van het land en in het bijzonder in Benghazi wat later spreidde naar Derna, Tobruk and Al-Baida. Qaddafi toonde een volharding om de macht in handen te houden. Zijn positie als “Leider van de Revolutie” gaf hem de gelegenheid om zich te distantiëren van de officiële staatsorganen waardoor hij, volgens zijn ideologie, geen verantwoordelijkheid draagt. Zijn hervormingsgezinde zoon en gedoodverfde opvolger, Saif al-Islam, die eerder pleitte voor een open markt economie, liberalisering, transparantie, democratie en een nieuwe grondwet, gaf op 20 februari op nationale televisie zelfs aan dat “we zullen blijven vechten tot de laatste man of zelfs de laatste vrouw…Als iedereen gewapend is, is het burgeroorlog, we zullen elkaar doden”.

Bij het conflict tussen het regeringsleger en de verschillende gewapende partijen vielen aan beide zijden slachtoffers. Daarnaast was er geen cohesie tussen de verschillende belangrijkste oppositie groeperingen zoals de National Conferentie voor Libische Oppositie, het Nationale Bevrijdingsfront voor Libië en de Libische Islamitische Vechtgroep. Hoewel enkele leden van Qaddfi’s regime zelfs hun steun hadden betuigd voor de oppositie, zoals de minister voor buitenlandse zaken Moussa Koussa die naar de Verenigde Koninkrijk vluchtte, steunden de grootste stammen nog steeds Qaddafi. Kort nadat de protesten begonnen, voorzag Qaddafi leden van zijn eigen stam Qadadfa en ander loyale stammen zoals Ferjan en Medaan van wapens. Hierdoor veranderde het regime zijn traditionele politiek om alleen een beperkt aantal stamleden te bewapenen tot een massale bewapeningscampagne. Aan de kant van de oppositie begonnen de opstandelingen zich meer te organiseren en startten met het bieden van basis behoeften aan de bevolking in het oosten. Op 27 februari 2011 werd een Libische Overgangsraad (NTC) gevormd om verschillende oppositie groepen te verenigen zoals de Libische Islamitische Vechtgroep (LIFG). NTC is verantwoordelijk voor de Libische transitie naar een moderne liberale democratie. Via het document “Visie van een Democratische Libië,” uitgegeven op 29 maart beschrijft de Raad haar ambities voor "een modern, vrij en verenigde staat" die kracht trekt “uit onze sterke religieuze overtuigingen in vrede, waarheid, gerechtigheid en gelijkheid." Bovendien eisen ze een nationale grondwet die juridische, politieke, burgerlijke, wetgevende, uitvoerende en rechterlijke instellingen vaststelt. Nederland, België en Luxemburg beschouwen de Nationale Overgangsraad van de Libische opstandelingen voorlopig als de wettige vertegenwoordiger van het Libische volk. Frankrijk was overigens het eerste land dat openlijk de Overgangsraad als wettige vertegenwoordiger van het Libische volk erkende, naast de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Bovendien gaf het aan dat Qaddafi in Frankrijk mocht verblijven als hij zich terugtrekt als Libische leider.

 

VN Resolutie en NAVO missie

De gevechten tussen de pro-Qaddafi aanhangers en de Nationale Vrijheidsleger, onder leiding van recentelijk gedode Abdel Fattah Younes, liepen zo uit de hand in kuststeden Brega, Ras Lanuf en Bin Jawad en de Westerse steden Misrata, Zintan en Zawiya dat de VN veiligheidsraad op 17 maart resolutie 1973 aannam dat een no-fly zone boven Libië machtigt om de burgers te beschermen tegen luchtaanvallen. De Libische oppositie werd gesteund door Franse, Amerikaanse en Britse militaire troepen en de NAVO. Ondanks dat deze NAVO missie vastgesteld was voor 90 dagen tot eind juni, werd het op 1 juni verlengd voor nog eens 90 dagen. De NAVO probeerde verschillende keren regeringsgebouwen te bombarderen in verschillende steden, onder andere Benghazi, Tipoli, Misrata. Als reactie op de bombardementen werden onder leiding van Qaddafi bombardementen uitgevoerd op de steden in handen van de oppositie. Nadat in maart de NAVO alle militaire operaties in Libië overnam van de internationale coalitie, moedigde het NAVO leden aan om een grotere rol te spelen. Ook al wilde de NAVO dat Nederland actiever werd in de militaire missie in Libië, besloot Kabinet Rutte in juni om de missie te verlengen maar niet uit te breiden.

De verwachting dat de NAVO-operaties gelijk het einde van Qaddafi zou betekenen, onderschatte de veerkracht van het regime. De NAVO kon met lucht- en raketaanvallen Qaddafi aanhangers tijdelijk terug te dringen uit het oosten, maar moest ook tegenslagen incasseren. Ook bleek de hoop dat Libiërs in het westen massaal zouden opstaan tegen het regime niet gegrond. De internationale interventie leek de gematigde Qaddafi loyalisten te verharden. Zij hadden nu het idee niet alleen te vechten tegen de oppositie, maar ook tegen “westerse imperialisten” en Al-Qaeda. Op 4 mei vroeg de officier van justitie het Internationaal Strafhof (ICC) om arrestatie bevelen uit te vaardigen voor Qaddafi, zijn zoon Saif al-Islam en hoofd van de intelligentiedienst Abdullah Al Senussi voor misdaden tegen de mensheid sinds februari 2011. Deze werden officieel uitgevaardigd op 16 mei.

Eind augustus werd Tripoli overgenomen door de Nationale Overgangsraad. Qaddafi’s hoofdkantoor en huizen werden geplunderd en verwoest, maar Qaddafi zelf was nergens te vinden. Zijn vrouw en drie van zijn kinderen vluchtten onmiddellijk daarna naar Algerije. Een derde zoon vluchtte naar Niger. Terwijl de interim regering ondertussen gesprekken hieldt met de Verenigde Naties en de internationale gemeenschap over bevroren goederen, zochten ze naar een verdwenen Qaddafi. Nederland ontdooide in september twee miljard dollar van de tegoeden van het regime van Moammar Qaddafi die op Nederlandse bankrekeningen staan en dit werd ter beschikking gesteld aan de Nationale Overgangsraad.

Het Libische conflict duurde meer dan acht maanden. Op 8 september schreef Tripoli Post dat het Libische conflict meer dan 30.000 mensen het leven heeft gekost en rond de 50.000 heeft verwond. Libië is nu in handen van de Nationale Overgangsraad die een interim-uitvoerend comité of overgangsregering heeft samengesteld om het land te regeren.. Na hevige gevechten de laatste weken bij het laatste Qaddafi bolwerk, Sirte, is er op 20 oktober beeldmateriaal vrij gekomen met het dode lichaam van Qaddafi. De Nationale Overgangsraad bevestigde zijn dood.

Qadaffi’s zoon Saif al-Islam is nog op de vlucht, maar zoekt nu naar mogelijkheden om zich aan te geven bij het Internationaal Strafhof in Den Haag, dat hem wilde berechten voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Saif al-Islam vreest voor zijn leven in Libië sinds de dood van zijn vader.

Edit
Delete
Vredesproces en Wederopbouw

Libië bevond zich lange tijd in een burgeroorlog en daardoor kwam een echt vredesproces maar moeizaam op gang. Nu Qaddafi gedood is en Libië officieel bevrijd is verklaard op 23 oktober, is er meer ruimte om het vredeproces te starten.


NAVO’s missie in Libië is officieel geëindigd op 31 oktober en is bestempelt als een van de succesvolste operaties door NAVO Secretaris-Generaal Rasmussen. Bovendien is NAVO bereid om Libië verder te helpen bij de wederopbouw, zoals bij het opzetten van een ministerie van defensie. De nieuw verkozen Libische premier Abdurrahim Al-Keib beloofde meteen bij zijn verkiezing op 31 oktober om mensenrechten op de Libische agenda te plaatsen. Bovendien bezocht Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon het land en beloofde dat de Verenigde Naties er alles aan zal doen om de nucleaire en chemische wapens uit de verkeerde handen te houden. Het Centre for Humanitarian Dialogue (CHD) is nu ook actief in Libië. CHD is een internationale organisatie die in samenwerking met de Nationale Overgangsraad een aantal discussiebijeenkomsten organiseert waarop uiteenlopende bevolkingsgroepen met elkaar van gedachten kunnen wisselen over het politiek proces dat Libië naar een stabiele en democratische rechtsstaat moet leiden. De uitkomsten van deze bijeenkomsten worden onder meer gebruikt als input voor het grondwettelijk proces.

De wederopbouw een uitdaging zijn, vanwege het ontbreken van de privé sector, corruptie en het logge bureaucratisch systeem. Libië heeft wel veel natuurlijke rijkdom tot haar beschikking en slechts een kleine populatie.

 

Enkele Nederlandse NGO´s actief in Libië:

Oxfam Novib

Rode Kruis

Edit
Delete
Betrokkenheid van vrouwen en kinderen
De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof zegt dat er bewijs is dat Qaddafi verkrachting inzette als een wapen tegen de opstandelingen, hoewel het nog niet voldoende is om het voor het Internationaal Strafhof te brengen.
Een van deze vrouwen, Eman al-Obeidy, werd het nationale gezicht van verkrachte Libische vrouwen, toen ze een hotel vol met journalisten binnenstormde om haar verhaal te vertellen. Ze werd opgepakt en vluchtte later het land uit. Ondanks het feit dat vrouwen vooral slachtoffers zijn in dit conflict, zijn er ook bewijzen dat ze actief meevochten. Naast Qaddafi’s vaste groep vrouwelijke bodyguards, ook bekend als de Amazone Guard, zijn er bewijzen dat vrouwen afreisden naar een trainingsveld in Bani Walid om te oefenen met wapens. Bovendien ontvingen vrouwen van jongs af aan militaire training in scholen.

Getuigenissen van jongeren geven aan dat Qaddafi waarschijnlijk kinderen mee liet vechten in zijn troepen, naast Afrikaanse huurlingen uit Tsjaad, Mali en Niger. Qaddafi haalde jongens van school, trainde hen drie weken in Tripoli, vertelde hen dat het land werd bezet door buitenlandse machten en liet ze daarna vechten.
Edit
Delete
Links en downloads
Hier vind je links naar interessante artikelen en websites over dit conflict.


Media:

• “A new flag flies in the east”, The Economist, 24 februari 2011. http://www.economist.com/blogs/newsbook/2011/02/libya_fragments

• Al Jazeera blog “Libya Live Blog.” http://staff.blogs.aljazeera.net/liveblog/Libya

• Al Jazeera “Footage shows Gaddafi’s bloodied body, Al Jazeera 20 oktober 2011. http://english.aljazeera.net/video/middleeast/2011/10/2011102014201566639.html

• “At least 30,000 Killed, 50,000 Wounded in Libyan Conflict.” Tripoli Post 8 september 2011 http://tripolipost.com/articledetail.asp?c=1&i=6862

• Barillas, Martin. “Days of rage spread on Facebook from Egypt to Algeria , Libya and beyond.” The cutting edge news, 6 februari 2011. http://www.thecuttingedgenews.com/index.php?article=31895&pageid=17&pagename=News

• Charleton, A. “Libya: Interim Government Seeks Plan To Use Billions In Unfrozen Assets.” Huffington Post 2 september 2011 http://www.huffingtonpost.com/2011/09/02/libya-plan-unfrozen-assets_n_946498.html

• “CNN cameraman faces gun, has camera smashed in Libya hotel”, CNN, 28 maart 2011. http://edition.cnn.com/2011/WORLD/africa/03/27/libya.woman.attack.cnn/index.html?iref=allsearch

• Denyer, S. “Rebels scour desert for Gaddafi as his loyalists reportedly flee to Niger” Washington Post http://www.washingtonpost.com/world/middle-east/chaotic-gaddafi-manhunt-leads-to-libyan-desert-triangle/2011/09/05/gIQAdv8C5J_story.html

• “Frankrijk: Kaddafi kan in Libie blijven na aftreden.” Volkskrant, 20 juli 2011. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2668/Buitenland/article/detail/2811104/2011/07/20/Frankrijk-Kaddafi-kan-in-Libie-blijven-na-aftreden.dhtml

• “Gadhafi could face rape charges, prosecutor says”, CNN, 28 juni 2011. http://news.blogs.cnn.com/2011/06/28/gadhafi-could-face-rape-charges-prosecutor-says/?iref=allsearch

• “Gaddhafi’s female bodyguards”, Global Post, 16 maart 2011 http://www.globalpost.com/dispatch/news/regions/middle-east/110314/libya-gaddafi-female-bodyguards

• “Gaddafi's New Forces: The Teenagers and Women Keeping Libya's Rebels from Taking Tripoli”, Times, 8 juli 2011. http://www.time.com/time/world/article/0,8599,2081970,00.html

• Gray-Block, A. & Logan, J. “War crimes prosecutor targets Gaddafi and allies.“ Reuters, 16 mei 2011. http://www.reuters.com/article/2011/05/16/us-libya-idUSTRE7270JP20110516

• Haddadi, Anisa. “Does the Transitional Council Really Represent Libyan Democracy and Opposition to Gaddafi?” International Bussiness Times, 20 juli 2011. http://m.ibtimes.com/does-the-transitional-council-really-represent-libyan-democracy-and-opposition-to-gaddafi-183738.html

• Hinke, B. “Nederland wel verder in Libië, maar gaat niet bombarderen.” NRC 10 juni 2011 http://www.nrc.nl/nieuws/2011/06/10/nederland-wel-verder-in-libie-maar-gaat-niet-bombarederen/

• Laub, K. And Hubbard, B. “Libya Rebels Overtake Tripoli As Gaddafi Regime Crumbles.” Huffington Post 22 augustus 2011 http://www.huffingtonpost.com/2011/08/22/libya-rebels-tripoli_n_932706.html

• Levinson, C. “Gadhafi's Compound Falls” Wall Street Journal 24 augustus http://online.wsj.com/article/SB10001424053111903327904576525652544535820.html

• “Libya conflict: Gaddafi family ‘flee to Algeria’.” BBC 30 augustus 2011 http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-14709896

• ”Libya Crisis: The Story So Far”, BBC. http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-13860458

• “Libya: Gadaffi ‘last man standing’ vow as protests spread”, Channel 4 News, 21 februari 2011. http://www.channel4.com/news/libya-regime-vow-to-fight-until-last-man-standing

• “Libya’s Gadhafi calls for volunteers, women answer”, CNN, 30 juni 2011. http://edition.cnn.com/2011/WORLD/africa/06/30/libya.unrest/index.html?iref=allsearch

• Libya timeline: 3 months of conflict”, News24. http://www.news24.com/Africa/News/Libya-timeline-3-months-of-conflict-%2020110514

• “Libya UN Resolutie 1973: Tekst Analysed”, BBC. http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12782972

• “Libya War and Rape?” Al Jazeera, 27 maart 2011 http://english.aljazeera.net/programmes/peopleandpower/2011/06/201162964345738600.html

• “Libyan leaders face arrest on war crime charges”, The Guardian, 4 mei 2011. http://www.guardian.co.uk/world/2011/may/04/libyan-leaders-face-arrest-war-crimes

• “Libyan rebel military leader killed.” Al Jazeera, 29 juli 2011. http://english.aljazeera.net/news/africa/2011/07/2011728202129941725.html

• “Libyan Woman Struggles to Tell Media of Her Rape”, New York Times, 26 maart 2011. http://www.youtube.com/watch?v=wqqJ1Veo0xA

• “Libya’s Prime Minister Abdurrahim Al-Keib in profile.” BBC, 2 november 2011. http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-15552501

• Mekhennet, S. & Schmitt, E. “Exiled Islamists Watch Rebellion Unfold at Home.” NY Times, 18 juli 2011. http://www.nytimes.com/2011/07/19/world/africa/19rebel.html

• “NATO, military partners extend Libyan mission”, CBC, 1 Juni 2011. http://www.cbc.ca/news/world/story/2011/06/01/libya-nato-mission-extended.html

• “Nederland erkent de Libische Overgangsraad”, NOS, 30 juli 2011. http://nos.nl/artikel/255807-nederland-erkent-libische-overgangsraad.html

• “On this day 1950-2005: 1 september”, BBC http://news.bbc.co.uk/onthisday/hi/dates/stories/september/1/newsid_3911000/3911587.stm

• “Profiel: de drie Libiërs die worden vervolgd door het ICC”, Volkskrant, 27 juni 2011. http://www.volkskrant.nl/vk/nl/5444/De-opstand-in-Libie/article/detail/2458511/2011/06/27/Profiel-de-drie-Libiers-die-worden-vervolgd-door-het-ICC.dhtml

• “Rape is used as a weapon of war”, BBC, 8 juni 2011. http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-13707445

• “The Defection of Moussa Koussa.” Al Jazeera, 26 maart 2011. http://english.aljazeera.net/video/middleeast/2011/03/20113310551680380.html

• “U.N. Officials visiting Libya.” CNN, 2 november 2011. http://edition.cnn.com/2011/11/02/world/africa/libya-main/index.html

• Van den Dool, P. “Nederland stelt Libische leiders twee miljard dollar ter beschikking.” NRC 9 september 2011 http://www.nrc.nl/nieuws/2011/09/09/nederland-stelt-libische-leiders-twee-miljard-dollar-ter-beschikking/



Rapporten:

• George Joffé, “Saif al-Islam: The whole (Libyan) world in his hands?” Arab Reform Bulletin, December/January 2010.

• “Independent Libya” Library of Congress Country Studies http://lcweb2.loc.gov/cgi-bin/query/r?frd/cstdy:@field(DOCID+ly0036))

• International Crisis Group (ICG). “Popular Protest in North Africa and the Middle East (V): Making Sense of Libya.” Crisis Group Middle East/North Africa Report N°107, 6 June 2011. www.crisisgroup.org

• Metz, H, C. ed. (1987) Libya: A Country Study. Washington: GPO for the Library of Congress. http://countrystudies.us/libya/9.htm

• “Revenge killings and reckless firing in opposition-held eastern Libya”, Amnesty International’s report, 13 Mei 2011. http://livewire.amnesty.org/2011/05/13/revenge-killings-%20and-reckless-firing-in-opposition-held-eastern-libya%20/

• “Treaty of Lausanne, October, 1912.” http://www.mtholyoke.edu/acad/intrel/boshtml/bos142.htm



Websites:

• Libische Overgangsraad is http://ntclibya.org/english/

• “Libya.” World Statesmen http://www.worldstatesmen.org/Libya.htm

• National Front for the Salvation of Libya. “Press Statement.” 28 februari 2008. http://www.libyanfsl.com/البياناتوالتصريحات/tabid/70/mid/452/newsid452/1641/language/en-US/Default.aspx

• “Resolutie 1973 (2011)”, Verenigde Naties Veiligheidsraad, 17 maart 2011. http://daccess-dds-ny.un.org/doc/UNDOC/GEN/N11/268/39/PDF/N1126839.pdf?OpenElement

• The National Conference of the Libyan Opposition http://www.libya-nclo.com/

• Verenigde Naties “The List established and maintained by the 1267 Committee with respect to individuals, groups, undertakings and other entities associated with Al-Qaida.” Update 19 juli 2011, p. 50 http://www.un.org/sc/committees/1267/aq_sanctions_list.shtml



Boeken:

• Al-Qadhafi, Muammar (geen datum) Het Groene Boek. Tripoli.

• Vandewalle, Dirk (2006). A history of modern Libya. Cambridge University Press.



Speeches Qaddafi:

• “Gadaffi at UN, Sept 23, 2009” YouTube, 26 april 2011. http://www.youtube.com/watch?v=jXnXlIK7h5s

• “Muammar Gaddafi speech TRANSLATED (2011 Feb 22).” YouTube, 22 februari 2011 http://www.youtube.com/watch?v=69wBG6ULNzQ&feature=related

• Als een reactie op zijn speech, werd er in de hele Arabische wereld gelachen om zijn retoriek en zelfs filmpjes geplaats op YouTube zoals “Gaddafi – Zenga Zenga song.” YouTube, 27 februari 2011. http://www.youtube.com/watch?v=VBnFnN_LPdE

• “Gaddafi latest speech today 30-4-2011.” YouTube, 30 april 2011. http://www.youtube.com/watch?v=ieTRimUxSlc