Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

India

Februari 2013 | Ilse van Winsen

Inleiding

Sinds de onafhankelijkheid van India in 1947 zijn er veel etnische groeperingen die zelfstandig willen zijn en daarom vaak strijden tegen de Indiase regering. De bekendste regio die vecht voor onafhankelijkheid is de regio Kashmir, en een minder gekende maar even belangrijke regio is het Noordoosten van India. Daarnaast zijn er verschillende communistische gewapende groeperingen in centraal India actief. Ook is er sprake van religieuze conflicten tussen Hindoes en Moslims. Deze conflicten spelen zich voornamelijk op lokaal niveau af, maar ontstaan vanuit de nationale context.

Edit
Delete
Chronologie

Onder dit kopje vind je data die belangrijk zijn in het conflict. Je kan zo bijvoorbeeld snel zien in welk jaar opstanden plaats vonden of juist vredesverdragen werden ondertekend.

1947:  Onafhankelijkheid India; Stichting Pakistaanse staat

1951:  Oprichting van de nationalistisch Hindoe partij Bharatiya Janata Sangh

1960:  Begin van de strijd voor een communistische staat onder leiding van de Communist Party of India-Maoist 

6 dec. 1992:  De vernieling van de Babri Moskee in Ayodhya leidt tot rellen in heel India

1993:  Oprichting  van de militante islamitische organisatie People’s  United Liberation Front 

27 feb. 2002:  Moslim extremisten steken een trein met Hindoe pelgrims in brand in de staat Gujarat

26 nov. 2008:  Terroristische aanslagen op Mumbai

2009:  Het conflict tussen de Indiase regering en de communisten laait op

30 sept. 2010:  Gerechtelijke uitspraak in de zaak Ayodhya; het land wordt verdeeld in drie delen
Edit
Delete
Betrokken actoren

Net zoals veel landen in Afrika zijn ook in Azië door de kolonisators grenzen getrokken dwars door de woongebieden van verschillende volken heen. Tijdens de dekolonisatie van Brits-India zijn er haastig nieuwe grenzen vastgesteld, die later tot verschillende oorlogen hebben geleid. Kashmir is hier een duidelijk voorbeeld van, als grotendeels moslim gebied dat door twee partijen werd geclaimd.


  • De Indiase regering - De regering is betrokken in verschillende gewapende conflicten tussen politieke, religieuze en, communistische groeperingen en afscheidingsbewegingen.    

  • Hindoe nationalisten, Bharatiya Janata Party (BJP) - De BJP is ontstaan vanuit de Bharatiya Janata Sangh, die in 1951 werd opgericht als de politieke tak van de militante hindoe groepering Rashtriya Swayamesevak Sangh. Sinds 1998 maakt de BJP deel uit van de regering. Om deze winnende coalitie te vormen heeft de BJP haar programma gematigd. Speerpunten als het bouwen van een tempel in het betwiste Ayodhya heeft zij hiervoor laten varen.    

  • Communist Party of India-Maoist (CPI-M) - De strijd van de maoïsten tegen de Indiase regering is in 1960 in de bossen van West-Bengalen begonnen. De maoïsten zijn met name actief in centraal en Oost-India. Deze zone wordt ook wel de ‘red corridor’ genoemd en bestaat uit de staten Jharkand, West Bengal, Sikkim, Orissa, Bihar, Chhattisgarh en Andhra Pradesh en delen van Uttar Pradesh en Karnataka. Naar schatting vechten er zo’n 20.000 gewapende strijders mee aan de zijde van de maoïsten. Zij zeggen mee te vechten om de arme plattelandsbevolking een stem te geven en een politieke verandering teweeg te brengen. Het uiteindelijke doel van de maoïsten is dan ook het omverwerpen van het regime en er een communistische maatschappij voor in de plaats creëren. De leider van de maoïsten, Koteshwar Rao, verwacht een maoïstische revolutie in India in 2025.    

  • People’s United Liberation Front (PULF)  - De PULF is een militante groepering van moslim nationalisten die is ontstaan als reactie op de rellen van 1993. In 2007 sloot het Islamic National Front (INF) zich aan bij PULF, omdat zij strijden voor dezelfde idealen; een onafhankelijke islamitische staat in het noorden van India. Deze staat zou gebaseerd moeten zijn op islamitische waarden, waarmee PULF zich ook afzet tegen de ‘vrije’ levenswijze van groepen moslims in India. PULF strijdt samen met andere moslimextremisten tegen het regeringsleger in een gewapend conflict. Volgens de regering heeft zij ook banden met de Pakistaanse inlichtingendienst.      

  • United Liberation front of Assam (ULFA) - De ULFA probeert via een gewapend conflict een onafhankelijke staat Assam  te stichten. De organisatie is snds 1990 verboden in India en is door de Indiase overheid geclassificeerd als terroristische groepering. De Verenigde Staten hebben de groep ondergebracht bij ‘andere zorgwekkende groeperingen’. 
Edit
Delete
Dieperliggende oorzaken

De dieperliggende oorzaken zijn oorzaken die op economisch, politiek, sociaal en religieus vlak spelen in een land. Hier wordt beschreven wat de verschillende actoren vinden van die oorzaken en hoe die een rol spelen in het conflict.


Religieuze factoren – hindoe-moslim spanningen 
India heeft de op één  na grootste bevolking ter wereld en wordt gekenmerkt door diversiteit. In India zijn de meeste inwoners hindoe (82% van de bevolking), zowel in absolute  als procentuele aantallen. Naast het hindoeïsme zijn ook het boeddhisme, jainisme (samen 1.2% van de bevolking) en het sikhgeloof (2%) in India populair. Verder leven er moslims (12.1% van de bevolking) en christenen (2.3%) in India. De grote etnische en religieuze diversiteit in India zorgt geregeld voor spanningen; de laatste twintig jaar gaat het met name om spanningen tussen hindoeïstische en islamitische bevolkingsgroepen. Als tegenreactie op het moslimnationalisme dat leidde tot de stichting van Pakistan (1947), werd de hindoe-nationalistische BJP opgericht. Zij zijn van mening dat religie vorm geeft aan de nationale identiteit en dat het hindoeïsme dus aan de basis staat van de Indiase identiteit. Volgens de BJP bepalen emotie en loyaliteit het karakter van een natie. Omdat de heilige grond van de moslims niet in India ligt, is er volgens de BJP sprake van moslim disloyaliteit. Ditzelfde geldt dus ook voor de christenen. Hiermee claimen de hindoe nationalisten niet dat moslims uitgesloten moeten worden. Dit is een extremistisch idee dat alleen wordt gedeeld door de Hindoe-extremisten en niet zozeer wordt nagestreefd door de gemiddelde hindoe. Om als moslim deel uit te maken van de Indiase cultuur moet je volgens de BJP de centrale positie van het hindoeïsme accepteren.   

Economische factoren – De kwestie Assam en West-Bengalen 
India ontvangt veel Bengaalse vluchtelingen, die zich met name in de provincies Assam en West-Bengalen vestigen. Assam heeft de grootste bevolkingsgroei in India gekend in de 20e eeuw, voornamelijk vanwege de stroom uit Bangladesh afkomstige vluchtelingen. Uit onderzoek is gebleken dat 67% van de vluchtelingen Bangladesh heeft verlaten in verband met het gebrek aan milieuveiligheid. Hieronder vallen armoede, gebrek aan accommodatie, directe ecologische factoren (zoals overstromingen en extreme droogte) en het niet kunnen voorzien in levensonderhoud.  Deze factoren houden vaak onderling verband met elkaar. 

Politieke factoren – De kwestie Assam en West-Bengalen 
De aanwezigheid van Bengalen in India is één van de meest controversiële onderwerpen op de bilaterale agenda van India en Bangladesh. Naar schatting leven er 12  miljoen Bengalen illegaal in India. De aanwezigheid van de illegale Bengalen in India wordt structureel ontkend door de Bengaalse overheid. Volgens de Indiase regering vormen de Bengaalse vluchtelingen een bedreiging voor de Indiase nationale veiligheid omdat zij, vanwege hun illegaliteit, ten prooi kunnen vallen aan smokkelaars en extremistische groeperingen.   

Sociale factoren - Communisten 
Landrechten en een gelijke verdeling van natuurlijke hulpbronnen zijn de speerpunten van de communisten. India kent veel sociaaleconomische ongelijkheid, de armoede in absolute cijfers is enorm. Dit speelt een rol in de strijd van de maoïsten die de huidige overheid zien als semi-koloniale heerschappij.   
 

Edit
Delete
Verloop van de conflicten

Naast de dieperliggende oorzaken zijn er ook ontwikkelingen die het conflict op korte of lange termijn beïnvloeden. Hiermee worden gebeurtenissen uit een conflict bedoeld, zoals opstanden en vredesonderhandelingen.


Hindoe-moslim conflict

Een groot conflict wat al jaren in India speelt, is het conflict tussen moslims en hindoes. Het conflict heeft zowel een nationaal als lokaal karakter. Op landelijk niveau betreft het de vorming van een Islamitische staat in het noordoosten van India. Lokaal uit het conflict zich voornamelijk in rellen en plunderingen. Aanleiding voor deze lokale conflicten is niet zozeer de stichting van een islamitische staat, maar veel meer identiteitsgevoel (al dan niet aangewakkerd door de media). Een belangrijke kwestie voor zowel de hindoes als de moslims is Ayodya. De tempel die in dit gebied staat wordt als heilig beschouwd door de hindoes, echter werd het gebruikt door moslims als moskee (Babri Mosjid moskee). Mede door deze kwestie wisten de hindoe nationalisten van de Bharatiya Janata Party (BJP) hun eerste electorale successen boeken in 1989 en 1991. 


Door de kwestie hechtten de hindoe bevolking meer en meer belang aan hun geloof en groepsidentiteit en stelden zij dat het hindoeïsme centraal moest staan in India. In december 1992 werd de Babri Mosjid moskee vernield. De vernieling leidde tot grote woede onder de moslim bevolking. Er werd steeds meer wederzijds onbegrip aangewakkerd, onder andere door de media. Er gingen geruchten rond dat moslims de Guruvayur tempel vernielden en dat er varkens in moskeeën werden gegooid. In veel Indiase steden was de sfeer gespannen en leidden deze geruchten tot botsingen.Uiteindelijk zorgden de onrusten met name in steden waar hindoes en moslims normaal gesproken tamelijk gescheiden van elkaar leefden tot grotere rellen. Meer dan 1.000 mensen kwamen door deze rellen om het leven. De BJP werd in verband gebracht met de vernietiging van de Babri Mosjid moskee, maar de partij ontkende dit. 


In september 2010 werd er door het gerechtshof een beslissing genomen over de heilige grond van  Ayodhya. De spanning was in deze dagen voelbaar in de steden, maar tot grote opluchting van de meeste Indiërs werd er besloten dat de grond gedeeld moest worden tussen de hindoes en de moslims. In  februari 2002 werd een trein in Gujarat aangevallen door een moslim menigte. De inzittenden van de trein waren hindoe pelgrims (voornamelijk vrouwen en kinderen) die een bezoek aan Ayodhya gebracht hadden. 58 pelgrims verbrandden levend in de met benzine overgoten treinen. Dit leidde tot grote woede in de hindoe gemeenschap, en er ontstonden rellen. Hindoes trokken er in de staat Gujarat massaal op uit om moslims te martelen en te vermoorden. Dit leidde tot meer dan 1.000 doden, waarvan 790 Moslims. 


Het Ayodhya incident is veel besproken in zowel pers als politiek. Sommigen noemden het rellen terwijl anderen spraken van genocide vanwege het  ondoeltreffend ingrijpen van politiek en politie. De Nanavati-Mehta commissie, die het incident onderzocht, oordeelde dat er sprake was van het opzettelijk en met voorbedachten rade in brand steken van de trein. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek van de commissie werden 11 mensen door het gerechtshof ter dood veroordeeld en 20 anderen kregen een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Meerdere commissies hebben de rellen die na het trein-incident ontstonden onderzocht, waaronder de National Human Rights Commission, die oordeelde dat er fouten zijn gemaakt door de overheid. Daarnaast stellen internationale experts dat tijdens de rellen moslimvrouwen slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld als onderdeel van een doelbewuste strategie om de minderheidsgroepen te terroriseren. 


Als gevolg van de onrusten tussen hindoes en moslims zijn er de afgelopen jaren verschillende gewapende moslimbewegingen opgericht, waaronder het People’s United Liberation Front (PULF). Na de rellen in Gujarat (2002) werden er meerdere bomaanslagen in Mumbai gepleegd. Deze bomaanslagen werden gepleegd als wraak voor de doden die zijn gevallen bij de rellen in Gujarat. Bij de bomaanslag op 6 december 2002 kwamen 2 mensen om het leven en raakten 28 anderen gewond. In het volgende jaar werden er nog 4 bomaanslagen gepleegd door moslimextremisten. Ook de grote aanslagen op Mumbai in november 2008, bekend als 26/11, werden gepleegd door moslimextremisten. De Pakistaanse groepering Laskher-e-Taiba, die vecht tegen Indiase controle over Kashmir, wordt verantwoordelijk gehouden voor deze aanslagen.   


Ethnisch conflict – Assam en West-Bengalen 

De migratiestromen hebben zowel de religieuze als etnische balans van de provincies Assam en West-Bengalen veranderd. In sommige gebieden is het aantal moslims meer dan verdubbeld. 


Het geweld dat plaatsvindt in deze regio’s heeft een etnisch-religieus karakter, waarbij onder andere groepsidentiteit een rol speelt. Het gaat hierbij om moslimgroepen tegenover Hindoe-groepen. Er zijn gesprekken gaande tussen de Indiase en de Bengaalse overheid over het idee om een aantal kleine Bengaalse enclaves in India te stichten, om zo de migratie, smokkel en geweld tegen te gaan. 


Separatistische groeperingen - Assam 

Het United Liberation Front of Assam (ULFA) probeert via een gewapend conflict een onafhankelijke staat Assam te stichten. In de afgelopen twintig jaar zijn ongeveer 10.000 mensen gestorven als gevolg van de strijd tussen de ULFA en het regeringsleger. Niet alleen de inwoners van Assam zijn slachtoffers  van deze strijd, maar ook de inwoners van de plaatsen waar de ULFA zich schuil houdt, zoals de bergen van Bhutan en de grens met Myanmar.   


Communistische-maoistische  afscheidingsbewegingen - Sikkim, Bihar en West-Bengalen 

Een langdurig binnenlands conflict waarin India verwikkeld is, is het conflict tussen de Indiase staat en verschillende communistische gewapende groeperingen. De meest recente groep waarmee de regering van India in conflict is, is de Communist Party of India-Maoist (CPI-M). Dit conflict is duidelijk merkbaar in dertien van de achtentwintig deelstaten van India. In 2009 laaide het aantal conflicten op en was de overheid aan de verliezende hand in het conflict. Als reactie hierop voerde de regering een groot offensief tegen de maoïsten, met als doel hen terug te drijven. Voor deze missie werden meer dan 50.000 paramilitairen ingezet. Tijdens het offensief werd Rao, de leider van de maoïsten,  in zijn been geschoten, sindsdien lijdt hij aan gedeeltelijke verlammingsverschijnselen. Vermoedelijk zijn er al meer dan 6.000 mensen overleden als gevolg van het geweld tussen de maoïsten en het regeringsleger. De maoïsten hebben begin 2010 al eens een voorstel gedaan om de tafel te gaan zitten, maar de regering wil pas praten als de maoïsten hun wapens neer leggen en het geweld stopt.   

Actoren betrokken bij vredesinitiatieven
Los van de vredesonderhandelingen zijn er vaak ook burgerorganisaties actief om de vrede te bevorderen. 

Een van de initiatieven om vrede te bereiken is het Hindu-Muslim Unity initiatief. Hierbij probeert men niet alleen respect en tolerantie te bereiken, maar werken beiden groepen samen aan de opbouw van de vernielde tempels en moskeeën. Het initiatief bestaat uit lokale projecten waarbij de gemeenschap samen werkt en streeft naar nationale vrede.
Cijfers
Hieronder vind je een kort overzicht van belangrijke cijfers van de laatste opleving van geweld binnen dit conflict.

In de laatste golf van het hindoe-moslim geweld in 2002 kwamen 58 hindoe pelgrims om in de door moslims in brand gestoken trein. De rellen die volgden kostten 790 moslims en 254 hindoes het leven. 523 Dargahs (moslim altaren), tempels, moskeeën en kerken werden vernield. 61.000 Moslims en 10.000 hindoes zijn hun huis ontvlucht als gevolg van het geweld. Meer dan 20.000 burgers werden gearresteerd bij het conflict. 
Links en downloads
Hier vind je links naar artikelen en websites over dit conflict.

Websites  

Geschiedenis van het Hindoe-Moslim conflict:


The Truth: Gujarat 2002 

Kaart met actieve conflicten in India

Photo essay: a nation divided


Artikelen van journalisten uit Kashmir (Engelstalig)

Rapporten

Rapport van de National Human Rights Commission - Gujurat 2002 

Amnesty International Report 2009 India 

Videos

Media Documentaire: ‘The Killing of Kashmir’



Boeken

Margolis, Eric S. (2001) War at the top of the world: the struggle for Afghanistan, Kashmir and Tibet. New York: Routledge