Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Tunesië

Erlyn Hesseling

Inleiding

Op 17 december 2010 steekt Mohammed Bouazizi zichzelf in brand uit frustratie over het gebrek aan banen. Veel mensen herkennen zich in Mohammed Bouazizi: hij kan geen werk vinden en heeft ook geen uitzicht op een baan. Daarom gaan ze de straat op om te demonstreren. Hierbij maken ze gebruik van sociale media als Facebook en Twitter, maar vooral door Youtube en satelliet tv zenders om hun strijd zichtbaar te maken. De Tunesische politie probeert de demonstraties met geweld de kop in te drukken, maar dat leidt alleen tot meer volharding onder de demonstranten. Iets minder dan een maand later vlucht de president Zine al-Abidine Ben Ali het land uit. Een regering van nationale eenheid wordt gevormd en nieuwe verkiezingen worden aangekondigd.

Edit
Delete
Betrokken partijen

Het Tunesische volk

De Tunesische regering

Tunesische oppositie partijen en de vakbonden(UGTT)

Internationale gemeenschap (met name Europese Unie, Verenigde Staten en de VN)

Edit
Delete
Geschiedenis

Tunesië heeft tot nu toe maar twee presidenten gehad. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 werd Tunesië geleid door Habib Bourguiba. In 1987 greep Zine al-Abidine Ben Ali de macht. Hij maakte van Tunesië een politiestaat.


Habib Bourguiba zorgde ervoor dat religie en staat gescheiden bleven en zorgde voor economische welvaart. Op papier was Tunesië een democratie maar in praktijk was het ook toen al een dictatuur. Alle democratische instellingen waren wel aanwezig maar door corruptie en gemanipuleerde verkiezingen was het in praktijk een dictatuur. In 1987 werd Bourguiba afgezet omdat hij te oud was. Zine al-Abidine Ben Ali werd, door middel van een geweldloze staatsgreep, president. Hij regeerde Tunesië als een politiestaat. Dit betekende dat mensen die zich uitspraken tegen het regime werden gearresteerd en gevangen gezet zonder proces. Volgens Amnesty International werd er gemarteld in gevangenissen van politiebureaus. Omdat regeringsfunctionarissen en ambtenaren zoveel macht hadden was er veel corruptie tijdens het regime van Ben Ali. Politieagenten konden zomaar, zonder reden, boetes opleggen aan mensen en mensen bedreigen met arrestaties. Daarnaast werden radiostations en websites die zich tegen de regering keerden geblokkeerd. Leden van oppositiepartijen werden vaak zonder reden gevangen gezet. Ondanks dat Tunesië een politiestaat was, was er een levendige toeristen industrie en werden mensen hoog opgeleid. Inwoners van Tunesië hadden weinig tot geen politieke rechten maar waren verder erg vrij om zelf bedrijfjes te beginnen, een opleiding te volgen en er was redelijke vrijheid van religie.

Eind 2010 begonnen de voedselprijzen en prijzen van grondstoffen te stijgen, net als in 2008. Voor veel mensen in Tunesië begon eten te duur te worden. Het probleem van wereldwijd stijgende voedselprijzen werd in Tunesië versterkt doordat er in Tunesië wel veel mogelijkheden zijn om een goede opleiding te volgen, maar er zijn te weinig banen voor hoogopgeleiden (30% van de jongeren is werkloos). Er is dus een grote groep jongeren met een hoge opleiding die geen baan heeft en ook geen zicht heeft op een baan in de toekomst.

Edit
Delete
Het conflict

Een van de vele werkloze jongeren was Mohammed Bouazizi, 26 jaar oud. Bij gebrek aan wat beters verkocht hij groente en fruit op de markt, om zo de studie van zijn zus te betalen. De politie nam hem zijn kraam af omdat hij geen vergunning had voor de kraam. Dit was voor hem de druppel en op 17 december 2010 steekt hij zichzelf in brand. In verschillende culturen is dit een eeuwenoude manier om te protesteren. Veel mensen, vooral jongeren, herkennen zich in Bouazizi en gaan de straat op om te demonstreren.


Deze demonstraties worden georganiseerd door regionale afdelingen van de nationale vakbond UGTT (Union Générale Tunisienne du Travail). In veel landen zijn regionale, of beroepsspecifieke vakbonden verenigd onder één nationale vakbond. De regionale of beroepsspecifieke vakbonden onderhandelen met werkgevers over zaken maar als er punten zijn die alle werkende mensen aangaan (in Nederland bijvoorbeeld de pensioenen) worden deze vakbonden verzameld door UGTT om samen een standpunt te vertegenwoordigen.

Mensen die al een baan hebben en jongeren die geen baan hebben gaan samen de straat op. In de stad van Bouazizi zijn het eerst de leraren die samen met de jongeren de straat op gaan. Maar al snel sluiten mensen met andere beroepen zich ook aan. In het begin zijn er vooral protesten in de regio Sidi Bouzid. De mensen in deze regio voelen zich achtergesteld door de regering in vergelijking met andere regio’s. Toch verspreiden de protesten zich al snel naar niet achtergestelde regio’s. In de loop van de demonstraties steunen steeds meer mensen met uiteenlopende beroepen de demonstraties. De regionale afdelingen van de vakbond UGTT, maar ook andere regionale vakbonden, staan hierin centraal. De regionale afdelingen van UGTT roepen hun leden op om mee te doen aan de demonstraties. In het begin probeert de nationale overkoepelende afdeling van UGTT nog te bemiddelen tussen de regering en demonstranten. Dit doet ze vooral door zich er voor in te zetten om mensen die zijn gearresteerd tijdens protesten vrij te krijgen. De regionale delen van UGTT roepen tegelijkertijd op tot meer demonstraties. Na ongeveer twee weken van demonstraties roept ook de nationale afdeling van de vakbond op tot demonstraties tegen het politiegeweld en de regering, op 11 januari 2011 wordt een bericht uitgegeven waarin de nationale afdeling van UGTT oproept tot demonstraties. Uiteindelijk verenigen alle vakbonden, zowel regionaal als nationaal, zich om te demonstreren maar er zijn binnen de verschillende afdelingen van de vakbonden wel meningsverschillen over hoe er het best gedemonstreerd en gecommuniceerd kan worden. Doordat de regionale vakbonden de demonstraties vanaf het begin steunen gaan niet alleen de werkloze jongeren de straat op maar ook de mensen die al een baan hebben. Door de inzet van de regionale vakbonden wordt het protest steeds groter.

De zelfmoordpoging van Bouazizi (hij overlijdt een aantal dagen na het begin van de protesten aan zijn verwondingen) is de vonk die het conflict deed ontvlammen, de hoge werkloosheidscijfers onder hoogopgeleiden en de stijgende voedselprijzen zijn de directe oorzaken terwijl het onderdrukkende karakter van het regime de onderliggende hoofdfactor is. De frustraties over het ondemocratische, corrupte en politiek onderdrukkende regime vinden hun uiting eerst via protesten over stijgende voedselprijzen en werkloosheid, maar later over het regime zelf.

De protesten gaan gepaard met geweld. Volgens de oppositie omdat de politie op de demonstranten schiet. De demonstranten vallen de politie aan en steken politie auto’s en gebouwen in brand. De politie probeert vanaf het begin de demonstraties met geweld neer te slaan, onder andere door op de menigtes te schieten. Volgens de politie zelf wordt er alleen uit zelfverdediging geschoten. In veel landen in Noord Afrika en het Midden Oosten (maar niet uitsluitend daar) is de staat als geheel niet bijzonder sterk, maar de politie, het leger en de veiligheidsdiensten zijn wel erg sterk omdat machthebbers veel geld in deze organisaties steken. Een sterke politie en een sterk leger kunnen het regime niet alleen tegen gevaren van buitenaf verdedigen (een aanval van een ander land), maar vooral tegen gevaren van binnenuit, namelijk de bevolking en oppositie die het niet eens zijn met corruptie en/of het onderdrukkend karakter van het regime. Demonstraties worden daarom vaak gewelddadig neergeslagen. Het idee is dat als er maar genoeg geweld wordt gebruikt tegen demonstranten mensen vanzelf niet meer durven te demonstreren en de demonstraties vanzelf minder worden en uiteindelijk stoppen. Dit is een verschijnsel dat op het moment erg duidelijk is in Syrië en eerder al is gezien in Iran. Regimes die deze strategie van geweld tegen demonstranten gebruiken moeten wel oppassen dat zij niet te veel geweld gebruiken omdat dan de internationale gemeenschap kan besluiten in te grijpen om de bevolking te beschermen, zoals het geval is in Libië. 



Ondanks het gewelddadige optreden van de politie, of eigenlijk juist daardoor, verspreidt de onrust zich ook naar de hoofdstad van Tunesië, Tunis. De strategie van veel geweld gebruiken om de demonstranten te ontmoedigen werkt averechts, het verenigt mensen van verschillende bevolkingslagen juist. Mensen raken juist meer gemotiveerd om te demonstreren en geven andere redenen om te demonstreren. In Tunis gaan bijvoorbeeld studenten de straat op om te demonstreren tegen het politiegeweld dat wordt gebruikt tegen de demonstranten die de straat op gingen om meer banen te eisen. De regering van Tunesië sluit vervolgens op 11 januari scholen en universiteiten om deze demonstraties te stoppen. Juist door het politiegeweld veranderen de protesten van protesten tegen hoge voedselprijzen in protesten tegen de regering. Hierbij moet gezegd worden dat de onderdrukking van het regime één van de onderliggende hoofdoorzaken is voor de onvrede in Tunesië, alleen voordat het politiegeweld begon noemden mensen het niet als reden voor demonstraties.

Volgens de regering van Ben Ali maakt de oppositie misbruik van de situatie en worden jongeren misleid door extreme (moslim) terroristen. Volgens de regering zijn er dus twee groepen die de jongeren misleiden en misbruik van hen maken: de oppositie en extreme (moslim) terroristen. De oppositie maakt misbruik van de wanhoop van één jongere en probeert zo het regime de schuld te geven van zijn wanhoopsdaad, terwijl de regering zelf zegt geen schuld te hebben. De grootste steunpilaar van de protesten is echter de grootste vakbond in Tunesië UGTT en niet de oppositie. De oppositie, die bestaat uit verschillende kleine politieke partijen, is door het regime van Ben Ali altijd erg onderdrukt en heeft daardoor weinig daadkracht. De oppositiepartijen zijn erg verschillend: er zijn partijen die erg hechten aan islamitische waarden en die extremistisch genoemd kunnen worden, er zijn partijen die zich inzetten voor democratie en mensenrechten en er zijn partijen die islamitische waarden combineren met democratie en mensenrechten. Veel van de leden van verschillende politieke partijen zijn in de loop van de jaren voor 2010 gevangen gezet of het land ontvlucht. Omdat de verschillende oppositiepartijen zwak zijn, zijn de protesten vooral gebaseerd op de inzet van regionale vakbonden. De regionale afdelingen van UGTT mobiliseren mensen in verschillende gebieden om ook te gaan demonstreren. Hierbij spelen Twitter, Facebook, Youtube maar ook satelliet tv stations een belangrijke rol (meer hierover in het kopje mobilisatie). 

In een poging de demonstranten tegemoet te komen wordt een minister van jongeren aangesteld die de werkloosheidsproblemen moet aanpakken, daarnaast worden er duizenden banen beloofd voor jongeren met een hoge opleiding. Op deze manier probeert de regering de verschillende oppositiepartijen de wind uit de zeilen te nemen. Door te luisteren naar de eisen van de demonstranten en direct actie te ondernemen hoopt de regering te laten zien dat zij zich inzet voor de jongeren, in de hoop dat de jongeren niet naar de oppositiepartijen zullen luisteren. De meeste demonstranten kijken echter niet naar de verschillende oppositiepartijen voor leiderschap bij de demonstraties maar naar de regionale en later nationale afdeling van de vakbond UGTT. Terwijl de regering aan de ene kant toezeggingen doet, wordt er ook meer politiegeweld gebruikt. Juist door de agressieve aanpak van de regering van Ben Ali escaleren de protesten. De onderliggende redenen van onvrede in Tunesië komen zo steeds meer aan de oppervlakte en worden steeds meer openlijk geuit door de demonstranten. De demonstranten en mensen die later de straat op gaan waren daarvoor ook al niet helemaal gelukkig met de regering en de politieke onderdrukking, maar juist door de acties van de regering gaan ze deze ongenoegens steeds meer uiten en verwoorden. Door het geweld worden de onderliggende hoofdoorzaken steeds duidelijker.

Na drie weken van demonstraties beginnen andere landen zich ook met het conflict te bemoeien. Een risico voor regimes die demonstraties met veel geweld neerslaan is dat de internationale gemeenschap (de Verenigde Naties, Europese Unie, Afrikaanse Unie of NAVO) wil ingrijpen. Meerdere westerse landen, in het begin vooral Frankrijk en de Verenigde Staten, roepen de Tunesische regering op om te stoppen met het gewelddadig neerslaan van de demonstraties, maar met sancties wordt niet gedreigd. Tunesië is altijd gezien als een bevriend land van vooral Europa en daarom wordt er minder snel met sancties gedreigd door de Europese landen. Tegen die tijd zijn er wel al zeker 14 doden gevallen onder de demonstranten. De begrafenissen van gedode demonstranten lopen steeds vaker uit op nieuwe confrontaties tussen de politie en demonstranten. Zoals al eerder gezegd beschuldigt de regering van Ben Ali de oppositie ervan misbruik van de situatie te maken. (Moslim)terroristen worden ervan beschuldigd de jongeren te misleiden. Dit was wellicht een poging om Westerse landen gunstig te stemmen door te laten zien dat hij nog steeds de strijd tegen het terrorisme steunt. Ben Ali was altijd al een supporter van de strijd tegen het terrorisme. Deze strategie is al eerder in andere niet Westerse landen gebruikt: demonstraties en opstandelingen worden hard aangepakt onder onder het mom van terrorismebestrijding. De oproepen van de Verenigde Staten en Europese Unie werken echter niet want in diezelfde week wordt een avondklok afgekondigd en escaleert het geweld nog verder.

De demonstraties gaan door, ondanks toezeggingen van president Ben Ali om meer banen te creëren en ondanks zijn toezegging na deze presidentstermijn ontslag te nemen als president. Dit zorgt er juist voor dat mensen zijn onmiddellijke ontslag eisen. Na elke toezegging gaan de demonstranten juist meer eisen stellen. Een paar dagen na zijn aankondiging niet nog een termijn als president aan te gaan ontvlucht Ben Ali Tunesië. Al met al duurden de demonstraties nog geen maand. Vlak nadat de westerse landen de Tunesische regering aanspraken op het politiegeweld zijn de demonstraties over en is Ben Ali gevlucht naar Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië heeft al meerdere keren in het verleden onderdak verleent aan verjaagde dictators en hen bescherming aangeboden. Een van de bekendste gevallen is Idi Amin, de voormalige dictator van Oeganda. Saoedi-Arabië weigert direct Ben Ali uit te leveren als er een proces tegen hem komt in Tunesië of voor het Internationale Gerechtshof.



Mobilisatie

De revolutie in Tunesië werd ook wel de Facebook of Twitter revolutie genoemd. Maar dit is een misleidende naam. Facebook, Twitter en satelliet tv stations als Al Jazeera, Al Arabia maar ook Franse satelliet tv stations zorgden er vooral voor dat de revolutie erg zichtbaar was, maar dienden minder als mobilisatiemiddel. Voor jongeren hadden Facebook en Twitter er wel voor gezorgd dat ze al in aanraking waren gekomen met online protesten en het zorgde ook voor een onderlinge solidariteit. Deze online protesten en online solidariteit van jongeren bleek zich makkelijk te vertalen naar de echte wereld. De jongeren waren ook bereid om in het echt de straat op te gaan en ze bleven ook op straat solidair met elkaar. Facebook en Twitter speelden zo een rol om mensen op te roepen tot protesteren. Maar de hoofdrol voor Facebook, Twitter en voor Youtube was het zichtbaar maken van de revolutie. Mensen die de straat op gingen filmden wat er tijdens de demonstraties gebeurde, inclusief het geweld dat de politie gebruikte. Deze filmpjes werden vervolgens op Youtube gezet en via Facebook, Twitter en de satelliet tv zenders de wereld ingezonden. Op deze manier zagen vele mensen wat er precies gebeurden in de straten in Tunesië. In het verleden kon dit niet omdat de regering tv zenders en websites uit de lucht haalde zodra zij dit soort beelden lieten zien. Het was voor de regering echter veel moeilijker om internationale zenders en websites te blokken. De regering probeerde het wel maar met wisselend succes. Het werd inderdaad erg moeilijk om websites als Youtube en Facebook te bezoeken maar het was niet onmogelijk. Deze beelden werkten mobiliserend. Internet en satelliet tv zenders maakten het politiegeweld goed zichtbaar. Er was dus een belangrijke rol voor social media, maar niet direct om protesten te organiseren. De rol van social media was meer die van boodschapper dan van organisator. Via social media werd aan de rest van de inwoners van Tunesië maar ook de rest van de wereld getoond wat er gebeurde in Tunesië. Het echte organiseren van demonstraties werd geregeld door de vakbond, via alle mogelijke communicatie middelen.


Edit
Delete
Vredesopbouw en wederopbouw

Zodra Ben Ali was gevlucht moest er een nieuwe regering worden gevormd terwijl het land nog steeds onrustig was. De oppositie en de lagere regeringsfunctionarissen moesten samen een regering van nationale eenheid vormen. Vooral in het begin werd er heftig gediscussieerd over hoe het land verder moest.


De regering van nationale eenheid had een zware taak voor handen. De demonstranten verwachtte snelle veranderingen op sociaal economisch gebied, de veiligheid moest in het land hersteld worden en tegelijkertijd moest de staat democratischer worden. Een voorbeeld van de gebrekkige landscontrole is het feit dat duizenden Tunesiërs met boten naar Europa probeerden over te steken. Zij maakt gebruik van het gebrek aan veiligheidscontroles om zo naar Europa te vertrekken. Het democratischer maken van de staat betekende dat wetten veranderd moesten worden en voorbereiding moesten worden getroffen voor democratische parlementsverkiezingen en presidentsverkiezingen. Al snel ontstonden er twee verschillende groepen in het land. Aan de ene kant onderdelen van de oude regering en oppositiepartijen en aan de andere kant de vakbonden en anderen oppositiepartijen. De vakbonden en een aantal oppositiepartijen vormden een front, de National Council for the Protection of the Revolution, om de nieuwe regering van nationale eenheid in de gaten te houden. Maar al snel werden ze beschuldigd van politieke spelletjes. De oprichting van de Council zorgde ervoor dat spanningen op scherp kwamen te staan. De Council wilde meer macht dan ze van de tijdelijke regering kreeg. Door mensenrechten organisaties werd de Council al snel ervan beschuldigd dat ze probeerde om een alternatieve regering te vormen en zo de strijd aan te gaan met de huidige tijdelijke regering. De daarop volgende maanden bleven de tijdelijke regering en de Council elkaars legitimiteit betwisten. De tijdelijke regering nam bijvoorbeeld een nieuwe wet aan en de Council protesteerde meteen door te zeggen dat de tijdelijke regering niet de macht had om nieuwe wetten aan te nemen. Tegelijkertijd werd de Council ervan beschuldigd de macht te willen grijpen. Deze beschuldigingen over en weer zorgden voor veel vertraging in de wederopbouw en de voorbereidingen voor de verkiezingen. Gedurende deze periode moest een machtsvacuüm worden vermeden. Een machtsvacuüm na een revolutie is gevaarlijk voor een land en vooral voor de bevolking omdat iedereen de macht kan grijpen. Als een groep of persoon de macht grijpt die het beste met de bevolking voorheeft is dit niet een groot probleem. Maar bij een machtsvacuüm komt het vaak voor dat de sterkste de macht grijpt, die niet het beste voor heeft met het land en bevolking, maar alleen maar de macht grijpt om het land als een nieuwe dictator te regeren. Dit machtsvacuüm is tot nu toe succesvol vermeden. De vraag is hoe het verder zal gaan na verkiezingen.


Op 23 oktober heeft de Tunesische bevolking een grondwettelijke vergadering gekozen. Mensen konden kiezen voor vertegenwoordigers die zullen meedoen aan deze vergadering. Deze vergadering zal een voorstel doen om de parlementsverkiezingen en presidentsverkiezingen zo democratisch mogelijk te laten verlopen. Deze verkiezingen van 23 oktober hadden eigenlijk in juli moeten plaatsvinden maar werden uitgesteld. Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch roepen alle partijen die zich verkiesbaar hebben gesteld op om mensenrechten te respecteren en deze op te nemen in de nieuwe grondwet die zal worden opgesteld. Dit wordt vooral gedaan omdat sommige partijen die zichzelf verkiesbaar hebben gesteld al hebben gesproken over het beperken van sommige mensenrechten. Op het moment zijn het vooral internationale mensenrechtenorganisaties die partijen oproepen om de mensenrechten te respecteren. Dit komt misschien omdat lokale mensenrechten organisaties erg werden onderdrukt tijdens het bewind van Ben Ali. Het kan ook zijn dat lokale mensenrechten organisaties achter de schermen en in steden mensenrechten promoten maar dat deze organisaties niet bekend zijn buiten de steden waarin zij werken. De verkiezingen zijn gewonnen (30% van de stemmen) door een gematigde moslimpartij Ennahda, de partij heeft al aangegeven het liefst met seculiere partijen te werken. Of deze winst betekend dat Tunesië na de revolutie conservatiever moslim wordt of niet is nu nog niet te zeggen. De Ennahda partij heeft zelf aangegeven de vrijheden die er onder Ben Ali waren niet te beperken.


Ondertussen is Ben Ali in Tunesië veroordeeld tot 35 jaar cel en het terugbetalen van 50 miljoen euro verdwenen overheidsgeld. De rechter heeft niets gezegd over de beschuldigingen van moord, verboden wapen en drugsbezit. Saoedi-Arabië weigert tot vandaag Ben Ali uit te leveren.


De komende verkiezingen zullen uitwijzen hoe het verder zal gaan met Tunesië, of het ook een echt democratisch land wordt, of dat corruptie en onderdrukking terug zullen keren. 


Enkele Nederlandse NGO´s actief in Tunesië:

Oxfam Novib

Amnesty International

Edit
Delete
Betrokkenheid vrouwen en kinderen bij het conflict
Deze revolutie werd uiteindelijk door de gehele bevolking gedragen, mannen, vrouwen en kinderen.
 De rol van kinderen is niet zo groot in het conflict maar de rol van jongeren is wel groot. Zij gingen de straat op om filmpjes te maken van de demonstraties, zij zorgden ervoor dat deze filmpjes op het internet gepubliceerd werden en zo de hele wereld overgingen. Vooral in het begin waren de jongeren de grote groep die de straat opgingen om te demonstreren. Zij zorgden er samen met de vakbonden voor dat de demonstraties momentum kregen, waardoor de demonstranten niet meer te stoppen waren en Ben Ali het land moest ontvluchten. De jongeren waren ook degene die jongeren in andere Arabische landen inspireerde om te demonstreren.

Tunesië is altijd een vrij land geweest voor vrouwen. Mohammed Bouazizi die zichzelf in brand stak, werkte op de markt om de studiekosten van zijn zusje te betalen. Vrouwen hebben in Tunesië toegang tot universiteiten en zijn vrij om te werken. Vrouwen deden ook mee aan de demonstraties.
Edit
Delete
Links en downloads
Hier vind je links naar interessante artikelen en websites over dit conflict.

Alle NOS nieuws artikelen van de onrust in Tunesië handig bij elkaar:

http://nos.nl/dossier/215542-onrust-in-de-arabische-wereld/thema/tunesie/


BBC link met foto’s van de revolutie:

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12149160


http://www.amnesty.org/en/region/tunisia/report-2010

http://www.bbc.co.uk/news/business-12160219

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12120228

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12144906

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12155670

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12157599

http://www.bbc.co.uk/news/business-12160219

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12175959

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12187084

http://www.bbc.co.uk/news/world-africa-12195025

http://nos.nl/artikel/277811-eerste-vrije-campagne-in-tunesie.html

http://nos.nl/artikel/210935-rellen-tunesie-breiden-zich-uit.html

http://nos.nl/artikel/211761-tunesie-krijgt-regering-van-nationale-eenheid.html

NRC Handelsblad Digitale Archief 10 januari tm 20 januari 2011

POPULAR PROTEST IN NORTH AFRICA AND THE MIDDLE EAST (IV): TUNISIA’S WAY Middle East/North Africa Report N°106 – 28 April 2011 door International Crisis Group.