Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Siërra Leone

Bianca de Groot

Inleiding

In 1991 viel het uit Sierra Leone afkomstige rebellenleger RUF, met behulp van de Liberiaanse Charles Taylor, de diamantdistricten in Sierra Leone aan. Dit was het begin van een conflict dat bijna een decennium lang duurde, waarbij vooral de bevolking het slachtoffer werd van de gewelddadigheden. Het conflict had een sterk internationaal karakter, wat wil zeggen dat vele andere landen direct of indirect bij het conflict waren betrokken. In 2000 werd, na het mislukken van drie vredesakkoorden, het vierde vredesverdrag getekend. Er is nu vrede, maar er zijn nog ernstige politieke spanningen en problemen op het gebied van veiligheid. Daardoor leven er vandaag de dag nog steeds vluchtelingen in vluchtelingenkampen in buurlanden zoals Nigeria.

Edit
Delete
Betrokken partijen

The National Patriotic Front of Liberia (NPFL), o.l.v. Charles Taylor

The Revolutionary United Front (RUF), o.l.v. Foday Sankoh

The National Provisional Ruling Council (NPRC)

The Armed Forces Ruling Council (AFRC)

The Economic Community of West African States Monitoring Group (ECOMOG)

The Civil Defense Forces/the Kamajors

The Kimberley Process

Edit
Delete
De historie
Sierra Leone werd bevolkt door verscheidene volkeren voordat in de 15e eeuw de Portugezen als eerste Europeanen het land verkenden. In 1462 gaf de Portugese zeiler, Pedro da Cintra, het bergachtige gebied de naam Serra Lyoa, wat ‘Leeuwenbergen’ betekent. In de loop der tijd is deze naam veranderd in Sierra Leone.

Vanaf de helft van de 17e eeuw tot eind 18e eeuw werden veel bewoners van Sierra Leone als slaven naar de plantages van South-Carolina en Georgia in de Verenigde Staten gebracht. Eerst enkel door de Portugezen, maar later ook door de Engelsen, Fransen, Denen en Nederlanders. Dit was toentertijd één van de belangrijkste en grootste slavenhandels ter wereld, en bepaalde plaatsen en eilanden van Sierra Leone werden centrale punten in deze handel.

In 1786 werd in Engeland ‘the Society for Effecting the Abolition of the Slave Trade’ opgericht door de ‘Abolitionists’ (afschaffers). Door de inspanningen van de anti-slavernijbeweging werden veel slaven bevrijd. In 1787 hielpen deze Britten honderden bevrijde slaven terug te keren naar Sierra Leone, inmiddels een Britse kolonie geworden. Meer groepen volgden later. De nederzetting waar deze mensen kwamen te wonen, kwam daarom bekend te staan als Freetown, de latere hoofdstad van het land. Ook uit andere delen van Afrika kwamen bevrijde slaven naar Freetown – zij werden Creolen genoemd, later verbasterd tot Krio - en al snel ontwikkelde zich een florerende handel in specerijen en andere goederen aan de West-Afrikaanse kust. De oorspronkelijke bewoners, en ook de Krio’s, probeerden enkele malen tegen de overheersers in opstand te komen, maar dat had niet veel effect. Verder verliep de kolonisatie relatief vredig en werd Sierra Leone in 1961 onafhankelijk zonder grote problemen. 




Tijdens de eerste verkiezingen in 1962 werd de Sierra Leone People’s Party gekozen en Sir Milton Margai werd premier. Hij was degene die sterk had gestreden voor onafhankelijkheid en was de belangrijkste opsteller van de postkoloniale grondwet. Hij stierf twee jaar later, in 1964, waarop zijn halfbroer Albert Margai premier werd. Deze bleek niet populair en verloor daardoor de verkiezingen in 1967 van de All People’s Congress (APC). Siaka Stevens werd – onder protest en verschillende opstanden - tot premier verkozen. Gedurende vier jaar, tot 1971, bleef hij premier en in dat jaar werd hij, na aanname van een republikeinse grondwet, president. De APC werd al die tijd gekenmerkt door corruptie en machtsmisbruik; Stevens was zelf ook betrokken bij de illegale diamanthandel in het land. In 1985 droeg Stevens de militaire commandant Joseph Momoh voor waarop deze tot president werd verkozen.

Sinds 1967 hebben in West-Afrika verschillende conflicten plaatsgevonden. Tussen 1967 en 1970 vond de Nigeriaanse burgeroorlog plaats, waarbij de regering tegenover de de bevolking van de oostelijke regio Biafra kwam te staan die zich wilde afscheiden. In 1974 kwamen Mali en Burkina Faso terecht in een grensconflict, eind jaren zeventig was er een burgeroorlog in Tsjaad, een burgeroorlog in Senegal in 1982 en een grensconflict tussen Senegal en Mauritanië dat in 1989 begon. In datzelfde jaar begon de burgeroorlog in Liberia en deze breidde zich binnen twee jaar uit naar Sierra Leone. Er was sprake van een ‘regional conflict complex’; de conflicten in de regio waren van invloed op elkaar, zowel op economisch, militair, politiek en sociaal gebied.


Edit
Delete
Het conflict

Het conflict in Sierra Leone was sterk verbonden met de burgeroorlog in buurland Liberia. De belangrijkste initiator van deze burgeroorlog was de in de jaren tachtig naar Ivoorkust gevluchte Liberiaan Charles Taylor.


Taylor wilde wraak nemen voor het feit dat hij zijn baan bij de Liberiaanse regering kwijt was geraakt na beschuldiging van verduistering. In 1989 viel hij met een kleine groep rebellen Liberia binnen, met als officiële reden dat hij het regime van Samuel Doe, die aan de macht was gekomen via een coup in 1980, ten val wilde brengen. Doe, geboren als lid van de Krahn, en zijn aanhangers vermoordden toentertijd honderden leden van andere stammen, vooral Gios en Manos. Taylor vond dan ook veel aanhang onder leden van deze twee stammen; velen sloten zich aan bij de National Patriotic Front of Liberia (NPFL), de beweging van Taylor. Velen geloofden de officiële reden van Taylor niet en zagen andere motieven voor de invasie in Liberia, zoals de aanwezigheid van diamanten en de creatie van een ‘Groter Liberia’ onder gezag van Taylor.

Taylor had al in 1988 contact met Foday Sankoh, de leider van de uit Sierra Leone afkomstige Revolutionary United Front (RUF). De twee spraken af dat de RUF Taylor zou helpen bij de ‘bevrijding’ van Liberia en dat Taylor de RUF zou bijstaan bij het lanceren van hun gewapende strijd. De winst die verkregen zou kunnen worden uit de handel in diamanten speelde hierbij een cruciale rol. De RUF, geholpen door de NPFL en huursoldaten uit Burkina Faso, begon op 23 maart 1991 dorpen in Sierra Leone aan de grens met Liberia aan te vallen. De grensdistricten bezaten een grote rijkdom aan diamanten en tijdens gevechten verkreeg de RUF de controle over de diamantmijnen in het Konodistrict. De Sierra Leone Army (SLA) en de Afrikaanse interventiemacht ECOMOG probeerden de RUF tegen te houden, maar vanwege corruptie en het falen van de regering pleegde uiteindelijk de SLA zelf een coup in 1992. President Momoh werd verbannen en de National Provisional Ruling Council (NPRC), een partij bestaande uit jonge militaire officieren, kreeg de macht in Sierra Leone. Ook de NPRC was niet in staat de RUF tegen te houden en in 1995 bezat de RUF het grootste gedeelte van het platteland en rukte op naar de hoofdstad. De exacte grootte van de RUF is niet bekend, maar een schatting in 1997 telde rond de 5000 gewapende strijders en 5000 niet-gewapende strijders.




In conflicten die draaien om natuurlijke grondstoffen gebeurt het vaak dat naast mannen ook vrouwen en kinderen te werk worden gesteld om deze grondstoffen te verkrijgen. Bij weigering worden dan veelal ledematen geamputeerd. Dit gebeurde bijvoorbeeld in de Democratische Republiek Congo en Angola, maar ook in Sierra Leone. Van de twee groepen was de RUF het meest gewelddadig richting de bevolking; de RUF was berucht om het amputeren van ledematen van mensen die fysiek niet (meer) van enig nut waren voor de groepering. Op deze manier konden deze mensen de regering niet meer steunen bij het opgraven van diamanten en konden zij bij verkiezingen niet langer stemmen op leden van de regering. Oren, neuzen, handen, armen en benen werden afgesneden. Duizenden mensen, vooral kinderen (zelfs kinderen van 6 jaar oud) ondergingen dit lot. Daarnaast werden velen verplicht te werk gesteld in de mijndistricten. Verder werden burgers opgepakt, onthoofd, levend verbrand en ernstig verwond met kogels en machetes. Velen stierven aan hun verwondingen voordat ze behandeld konden worden. De rebellen ontvoerden ook missionarissen en hulpverleners, overvielen hulpkonvooien en plunderden vluchtelingenkampen. Dorpelingen werden gedwongen voor de RUF te werken als arbeider, seksslaaf of als menselijk schild tijdens de gevechten met de regering en ECOMOG. Verkrachting werd gebruikt als onderdrukkingsmiddel van vrouwen en gruweldaden zorgen voor honderdduizenden ontheemden.

De NPRC – die sinds 1992 de regering in Sierra Leone vormde – streed tegen de RUF, maar had ook haar eigen doelen. Net als de RUF probeerde ook de NPRC de mijndistricten in haar macht te krijgen en gebruikte hierbij kindsoldaten, drugs en veel geweld. Dit geweld richtte zich op burgers, die eigenlijk door de NPRC beschermd hadden moeten worden. Vooral door de toename van het ‘sobel phenomenon’, wat inhield dat mensen die overdag soldaat waren ’s nachts – vaak vrijwillig – opereerden als rebel, was het de bevolking die het meest te lijden had onder het conflict. De NPRC keurde echter het buitensporige geweld af dat de RUF gebruikte. In een poging om de bevolking hiertegen te behoeden, huurde de NPRC een privaat Zuid-Afrikaans veiligheidsbedrijf van huursoldaten in. Deze Executive Outcomes wist, in samenwerking met lokale Kamajorstrijders, de rebellen terug te dringen en het Konodistrict te heroveren die vervolgens in handen kwam van de NPRC. Deze Kamajorstrijders, waar leden van verschillende stammen deel van uitmaakten, maakten deel uit van de nieuwe strijdmacht de Civil Defence Force die ECOMOG steunde in de strijd tegen de NPRC en de RUF.

De grensoverschrijdende banden tussen landen waren breder dan alleen de band tussen Liberia en Sierra Leone. Nigeria, als dominante staat en lid van ECOWAS, steunde de regering van Doe, terwijl Taylor hulp kreeg van Libië en Burkina Faso. Een mogelijke verklaring waarom Libië Taylor hielp is dat Libië de Liberiaanse burgeroorlog wilde gebruiken om de invloed van de VS te ondermijnen, want de CIA gebruikte Liberia volgens zeggen om het regime van Kadaffi omver te werpen. De president van Burkina Faso, Captain Aise Campaore, was een Libische protegé en een gezworen vijand van Doe. Campaore regelde buitenlandse huursoldaten en trainingsbases voor Taylor. Taylor op zijn beurt steunde conflicten in Ivoorkust, Guinee en Burkina Faso. In heel West-Afrika werden guerrilla strijders voorzien van wapens door een netwerk van handelaren, criminelen en opstandelingen. Op deze manier kwam ook de RUF aan wapens, die betaald werden met geld dat werd verdiend in de illegale diamanthandel.



De diamanthandel

Diamanten speelden een grote rol in het conflict. Ten eerste waren de diamanten een belangrijke oorzaak van het conflict. Daarnaast hield de diamanthandel het conflict in stand, doordat met het geld dat in de diamanthandel werd verdiend wapens, drugs en andere goederen konden worden gekocht die gebruikt werden in de strijd. Zoals reeds gezegd werd er in sterke mate gebruik gemaakt van de bevolking in de diamantmijnen en werden burgers op harde wijze gestraft als zij weigerden mee te werken of als zij niet meer van enig nut waren. Velen moesten dit met de dood bekopen. Vele individuen en groepen profiteerden in West-Afrika van deze handel, de meesten waren van Afrikaanse afkomst. Zo waren de Libanezen de grootste niet-Afrikaanse groep die profiteerden van deze handel in diamanten. De Libanezen hadden aan het begin van de 20ste eeuw een belangrijke plaats in de economie in Sierra Leone ingenomen; de Britse koloniale regering zagen de toen machtige Krio’s als bedreiging en zagen liever dat een buitenlandse groep deze positie innam. Sinds de ontdekking van diamanten in Konodistrict in 1930, hebben de Libanezen dan ook op dat gebied een belangrijke plaats ingenomen en een uitgebreid handelsnetwerk opgezet. Op een gegeven moment droeg de diamanthandel in Sierra Leone zelfs bij aan het in stand houden van de Libanese burgeroorlog. De diamanthandel heeft zich sindsdien steeds meer uitgebreid en ook steeds meer richting de illegale handel ontwikkeld. Rond eind jaren tachtig was er vrijwel geen legale diamanthandel meer. De diamanten hadden tevens een negatief effect op het slagen van vredesverdragen. Tussen 1996 en 2000 werden i.v.m. het conflict in Sierra Leone vier vredesakkoorden gesloten waarvan alleen de laatste, the Abuja cease-fire agreement, stand hield. De eerste drie verdragen mislukten door verschillende oorzaken, maar het is duidelijk dat de diamanthandel die tijdens het conflict een grote rol speelde eraan bijdroeg dat de vredesverdragen geen stand hielden.


Edit
Delete
Vredesproces en wederopbouw

In november 1996 werd door de NPRC en de RUF het eerste vredesverdrag getekend, het Abidjan Akkoord. Hierin spraken beide partijen af dat zij met onmiddellijke ingang de vijandelijkheden zouden stoppen. Maar het staakt-het-vuren werd geschonden en de RUF respecteerde de VN vredestroepen niet.


In maart 1997 werd Foday Sankoh gevangengenomen door de Nigeriaanse autoriteiten. Als reactie braken er rellen uit in Sierra Leone en intensiveerde het aantal aanslagen. In mei werd de regering afgezet in een coup door het leger. De SLA stelde de RUF voor om de handen ineen te slaan, om samen de nieuwe regering te vormen. De RUF accepteerde dit voorstel omdat de twee partijen samen sterker stonden en zij vormden vanaf dat moment de junta, de Armed Forces Ruling Council (AFRC). Deels door de vorming van deze junta hield het vredesakkoord geen stand.

In oktober van dat jaar werd het tweede vredesverdrag getekend door de junta en ECOWAS, het Conakry vredesplan. De Nigeriaanse autoriteiten hadden de AFRC onder druk gezet om dit akkoord te tekenen. Dit akkoord was in feite het ECOWAS zes maandenplan, waarbij de junta toezegde om zes maanden na het tekenen van het akkoord af te treden en toe te staan dat President Kabbah plaats zou nemen op de presidentiële zetel. De implementatie van dit akkoord werd ook niet doorgevoerd; de AFRC verzette zich tegen de belangrijkste bepalingen in het akkoord en vervolgde haar strijd.

In juli 1999 werd door president Kabbah en Foday Sankoh het Lome Vredesverdrag getekend. Wat opvalt is dat pas in dit verdrag de diamantdisctricten en -handel een prominente plaats innemen; in de vorige verdragen werd dit niet of nauwelijks genoemd. Maar vanaf het begin erkende de AFRC het verdrag niet. De RUF weigerde het ontwapenings-, demobilisatie- en re-integratieprogramma te accepteren en viel de in oktober 1999 in het leven geroepen VN-missie UNAMSIL aan. VN-soldaten werden gevangen genomen, in mei 2000 zelfs 500 man. Na onderhandelingen werden zij weer vrijgelaten, maar de kritieke situatie bleef bestaan en het akkoord faalde.

In 2000 vond een belangrijke ontwikkeling plaats; generaal Sessay verving Sankoh als leider van de RUF. Met Sessay kon beter worden samengewerkt en in november 2000 werd het Abuja staakt-het-vuren akkoord getekend. Hierin zegden de regering en de RUF toe de verplichtingen aan te gaan die in het Lome vredesakkoord waren vastgelegd. Omdat de gevechten doorgingen in de districten die de RUF in zijn macht had, werd in mei 2001 een tweede Abuja akkoord gesloten. In 2002 verklaarde president Kabbah dat de oorlog voorbij was.


Struikelblokken

Tijdens het vredesproces ging de strijd om de diamanten door en daarmee ook de illegale diamanthandel. Het exacte aandeel is moeilijk te bepalen, maar duidelijk is wel dat deze handel een belangrijke bron van inkomsten was waarmee wapens en andere militaire materialen werden gefinancierd. Met de opbrengsten van deze handel kon het conflict blijven voortduren en zodoende kan de conclusie worden getrokken dat de illegale diamanthandel een belemmerende rol heeft gespeeld in het implementatieproces van de vredesverdragen. Het feit dat het Abuja akkoord uiteindelijk slaagde, heeft voor een belangrijk deel te maken met het Kimberleyproces dat in 2003 in werking werd gesteld.


Het Kimberleyproces (2003)

Ook na het tekenen van het laatste vredesverdrag ging de diamanthandel door; hoewel de legale diamanthandel was toegenomen, schatte men in 2002 dat nog steeds zestig procent van de diamanten het land uit werd gesmokkeld. In 2003 werd om die reden een mondiaal certificatiesysteem voor diamanten ingevoerd, ook wel het Kimberleyproces Certificatieschema (KPCS) genoemd. Het Kimberleyproces dankt haar naam aan de stad Kimberley in Zuid-Afrika, waar in 1866 diamanten werden gevonden, terwijl voor die tijd diamanten enkel waren gevonden in rivierbeddingen in India en Brazilië. Deze ontdekking resulteerde in het De Beers Mijnbedrijf, die nu twee derde van de ruwe diamantlevering in de wereld beheert.

Uitgebreide voorwaarden, opgelegd door de KPCS, maken het mogelijk voor de deelnemende landen om diamanten als ‘conflictvrij’ te kenmerken en te voorkomen dat conflictdiamanten in de legale handel terechtkomen. Conflictvrije diamanten zijn te herkennen aan een Certificaat van Origine. Daarnaast moeten deelnemende landen nationale wetgeving en instituties in het leven roepen, ze moeten imports, exports en de binnenlandse handel controleren, en ze moeten transparant zijn en bereid zijn om data omtrent de diamanthandel te geven.

Het Kimberleyproces heeft bijgedragen aan de toename van de officiële diamanthandel in Sierra Leone. De Secretaris Generaal zei in 2005 dat de diamantexporten sterk hadden kunnen toenemen doordat de regering de controle over de mijndistricten had kunnen vergroten door het KPCS. Evaluaties door het Kimberleyproces zelf en door het Partnerschap Afrika Canada (PAC) toonden ook aan dat de KPCS hier een grote bijdrage aan had geleverd.



Edit
Delete
Cijfers
Het conflict heeft aan meer dan 50.000 mensen het leven gekost en ongeveer 2 miljoen mensen zijn ontheemd geraakt. Hiervan is een half miljoen gevlucht naar buurlanden.

Tijdens het conflict verdiende de RUF jaarlijks tussen de $25 miljoen en $125 miljoen aan de diamanthandel. In die periode was de officiële diamantexport ongeveer $1 miljoen per jaar. Terwijl deze Libanezen, rebellen, politici en machtige leiders in de diamantdistricten zich verrijkten, deelden de burgers niet in deze rijkdom. Tussen 1994 en 2004 daalde het BNP gestaag; in 2000 had Sierra Leone volgens het United Nations Development Programme de laagste Human Development Index van de wereld, met een gemiddelde levensverwachting van 37,9 jaar. Het conflict is voorbij, maar de vrede is fragiel en er is nog altijd veel criminaliteit.
Edit
Delete
Stand van zaken in 2011
Vele Sierra Leonezen, die tijdens het conflict zijn verminkt door de strijdende partijen moeten proberen hun leven een invulling te geven. Er zijn duizenden mensen die een of meerdere ledematen missen en hiermee om dienen te gaan; hun leven zal nooit meer hetzelfde zijn als voor het conflict.

Illegale diamanthandel komt nog steeds voor, maar de officiële diamantexport is flink gegroeid. Waar de opbrengst tijdens het conflict nog maar $1 miljoen was, was dit in 2005 meer dan $140 miljoen. Helaas gaat van deze opbrengst nog steeds een klein deel naar de bevolking in de mijndistricten. Charles Taylor wordt op dit moment berecht voor zijn rol in het conflict in Liberia en Sierra Leone. Aan het einde van deze zomer zal de rechtbank haar oordeel vellen. Foday Sankoh stierf in 2003 toen hij zijn rechtszaak afwachtte. Isa Sessy werd in 2009 door het Special Court for Sierra Leone – opgezet door de regering van Sierra Leone in de persoon van president Kabbah en de VN - veroordeeld tot 52 jaar gevangenisstraf voor misdaden begaan tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.
Edit
Delete
Lokale en internationale vredesopbouw projecten en organisaties
Er zijn verschillende vredesorganisaties actief, die zich vooral inzetten voor de kindsoldaten.


War Child : War Child wil kinderen in conflictgebieden helpen om hun toekomst weer vorm te geven door psychosociale steun, onderwijs en het bieden van bescherming. In Sierra Leone startte Warchild in 2003 een psychosociaal programma met als een doel een vreedzame leefomgeving voor kinderen te creëren. Het programma wil ook weer groepen bij elkaar brengen. In 2007 begon ze met een onderwijsprogramma voor alfabetisering en vakgerichte opleidingen.

Mind to Change : Mind to Change is een initiatief van kindsoldaten die zich hard maken voor hulpverlening aan kindsoldaten. Ze willen kindsoldaten helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen. In Sierra Leone willen ze voormalige meisjessoldaten vaardigheidstrainingen geven.

Search for Common Ground: SFCG is een NGO die naar nieuwe manieren zoekt om mensen bij elkaar te brengen en conflicten in de wereld op te lossen. Dat doet ze veel door gebruik te maken van allerlei media en zoveel mogelijk verschillende groepen erbij te betrekken. In Sierra Leone maakt SFCG bijvoorbeeld de productie van een kinderprogramma mogelijk dat gemaakt is voor en door kinderen. Het programma is een forum waar kinderen kunnen praten over hun hoop voor de toekomst, angst en andere zaken die ze aan de orde willen brengen. http://www.sfcg.org/programmes/sierra/sierra_talking.html

CARE Nederland: CARE Nederland is een Nederlandse organisatie die werkt aan noodhulp, vredesopbouw en ramppreventie in conflict en rampgebieden. Sierra Leone werkt CARE vooral met boerenorganisaties om de voedselproductie en inkomens van de mensen te verbeteren.


Edit
Delete
Betrokkenheid van kinderen
Kinderen waren een heel belangrijk onderdeel in de strijd, het fenomeen kindsoldaten werd al snel na de uitbraak van het conflict een kenmerk van de oorlog in Sierra Leone. Naar schatting vochten meer dan 10.000 kinderen mee.

Deze kinderen werden door de RUF veelal opgepakt bij invallen in dorpen terwijl de NPRC vooral veel straatkinderen verplichtte tot inlijving in het nationale leger. Er waren ook kinderen die zich vrijwillig aansloten bij de RUF en NPRC om bijvoorbeeld de dood van hun ouders te wreken of als wraak voor hun verwoeste leefomgeving. Een schatting stelde dat bijna de helft van de RUF-strijders tussen de 8 en 14 jaar was. Uit getuigenissen van gevluchte kinderen bleek dat jongens werden aangesteld als soldaat of als dragers van materieel. Vrouwen en meisjes werden ook wel ingezet als soldaat, maar ze werden vooral gebruikt voor seksuele doeleinden of om te koken. De kinderen waren vaak onder invloed van alcohol en drugs. Omdat na de oorlog veel gemeenschappen bang waren om de ex-kindsoldaten weer op te nemen in de samenleving, zijn er door binnenlandse en buitenlandse NGO’s verschillende programma’s opgericht om deze kinderen weer veilig terug te laten keren in hun oude leefomgeving.
Edit
Delete
Betrokkenheid van vrouwen

Tijdens het conflict zijn duizenden vrouwen in Sierra Leone stelselmatig ontvoerd, verkracht, mishandeld, als seksslaaf vastgehouden en gedwongen hun zwangerschappen voortkomende uit deze verkrachtingen uit te dragen. Mede door deze gebeurtenissen hebben vrouwen het nog steeds moeilijk in eigen land.


Velen durven uit schaamte niet terug te keren naar hun gebied van herkomst of zwijgen over alles wat hen is overkomen uit angst verstoten te worden. Wanneer de omgeving het te weten is gekomen, worden de vrouwen met hun kinderen vaak gediscrimineerd en buitengesloten, omdat ze als ‘rebellenliefje’ worden gezien. Hierdoor is het voor hen erg moeilijk om voedsel, onderdak en werk te vinden. Daarnaast zijn de verkrachtingen die tijdens het conflict zo vaak voorkwamen niet gestopt; verkrachtingen worden meer beschouwd als een maatschappelijke norm dan als een strafrechtelijk probleem. Ook worden veel vrouwen, en kinderen, slachtoffer van mensenhandel, waarna zij veelal gedwongen te werk worden gesteld, bijvoorbeeld in de seksindustrie in Sierra Leone of over de grenzen heen.
Edit
Delete
Links en downloads
Hier vind je links naar interessante websites en artikelen over dit conflict.

Media

The Special Court for Sierra Leone:

http://www.sc-sl.org/

The trial of Charles Taylor:

http://www.charlestaylortrial.org/

http://www.haguejusticeportal.net/eCache/DEF/6/414.html

Sierra Eye

http://www.sierraeye.net/

What’s going on? Child soldiers in Sierra Leone

http://www.un.org/works/goingon/soldiers/goingon_soldiers.html


De vredesverdragen

Abidjan Accord (1996)

http://www.sierra-leone.org/abidjanaccord.html

Conakry Peace Plan (1997)

http://www.sierra-leone.org/conakryaccord.html

Lome Peace Agreement (1999)

http://www.sierra-leone.org/lomeaccord.html

Abuja Cease-Fire Agreement (2000)

http://www.sierra-leone.org/ceasefire1100.html


Rapporten

United Nations Environment Programme:

http://postconflict.unep.ch/publications/Sierra_Leone.pdf

Scriptie B.K. de Groot: http://home.medewerker.uva.nl/r.e.c.leenders/bestanden/Thesis%20BK%20de%20Groot.pdf


Relevante artikelen

Global Witness, 2003, “The Usual Suspects. Liberia’s weapons and mercenaries in Côte d’Ivoire and Sierra Leone”, pp. 1-64.

http://www.scribd.com/doc/46426066/The-Usual-Suspects-Liberia-s-Weapons-Mercenaries-in-Ivory-Coast-Sierra-Leone

Global Witness, 2010, Lessons UNlearned. How the UN and Member States must do more to end natural resource-fuelled conflicts.

http://www.thisisecocide.com/wp-content/uploads/2010/04/lessons-UNlearned.pdf

Jackson, P, 2005, “Warlords and States in Africa”, Chapter 1.

http://www.gsdrc.org/docs/open/CON6.pdf

Ross, M.L., 2004, “What Do We Know About Natural Resources and Civil War?”, Journal of Peace Research, Vol.41, No.3, pp. 337-356.

http://jpr.sagepub.com/content/41/3/337.full.pdf+html

Studdard, K., 2004, “War economies in a regional context: Overcoming the Challenges of Transformation”, IPA report.

http://www.ipinst.org/media/pdf/publications/wareconomies.pdf

Tamm, I.J., 2002, Diamonds in Peace and War: Severing the Conflict-Diamond Connection”, World Peace Foundation (WPF) Report 30, pp. 1-60.

http://belfercenter.ksg.harvard.edu/files/wpf30diamonds.pdf

Vehnämäki, M., 2002, “Diamonds and Warlords: The Geography of War in the Democratic Republic of Congo and Sierra Leone”, Nordic Journal of African Studies 11(1), pp. 4874.

http://www.njas.helsinki.fi/pdf-files/vol11num1/vehnamaki.pdf

Zack-Williams, A.B., 1999, “Sierra Leone: The Political Economy of Civil War, 1991-1998”, Third World Quarterly, Vol. 20, No. 1, Complex Political Emergencies, pp.142, 162.

http://www.arts.ualberta.ca/~courses/PoliticalScience/474A1/documents/Zack-WilliamsSierraLeonePolEconCivilWar.pdf


Websites

BNN in Sierra Leone – gesprek met kindsoldaten en een wedstrijd van eenbenigen

http://patrickramptoerist.bnn.nl/page/aflevering/62694

Film over de conflictdiamanten (blooddiamonds) in Sierra Leone

Blood Diamond (2006)

Amnesty International:

http://www.amnesty.nl/landen_dossier/5683

Global Security:

http://www.globalsecurity.org/military/world/war/sierra_leone.htm

UN Report of the Secretary General

http://www.un.org/docs/SG/agpeace.html

United Nations General Assembly Resolutions (UNGA)

http://www.un.org/documents/resga.htm

United Nations Security Council Resolutions (UNSC)

http://www.un.org/documents/scres.htm

Secretary General’s Reports to the Security Council (SG Reports)

http://www.un.org/documents/repsc.htm


Overige bronnen

Websites

http://www.infoplease.com/ipa/A0107959.html

http://education.stateuniversity.com/pages/1332/Sierra-Leone-HISTORY-BACKGROUND.html

http://www.state.gov/r/pa/ei/bgn/5475.htm

http://www.vluchtelingenwerk.nl/vluchtelingen/sierra-leone.php

http://www.kimberleyprocess.com/background/index_en.html


Artikelen

Abdullah, I., 2004b, “Bush Path to Destruction: The Origin and Character of the Revolutionary United Front (RUF/SL)”, in: Abdullah (ed), I., Between Democracy and Terror. The Sierra Leone Civil War, Council for the Development of Social Science Research in Africa, UNISA Press, pp. 41-65.

Adibe, C.E., 1997, “The Liberian Conflict and the ECOWAS-UN Partnership”, Third World Quarterly, Vol. 18, No. 3, Beyond UN Subcontracting: Task-Sharing with Regional Security Arrangements and Service-Providing NGOs, pp. 471-488.

CIJ (Coalition for International Justice), 2005, “Following Taylor’s Money: A Path of War and Deconstruction”, Washington D.C., 1-98.

Gberie, L., 2002, “War and Peace in Sierra Leone: Diamonds, Corruption and the Lebanese Connection”, The Diamonds and Human Security Project, Occasional Paper #6.

Gberie, L., 2004, “The 25 May Coup d’État in Sierra Leone: A Lumpen Revolt?”, in: Abdullah (ed), I., Between Democracy and Terror. The Sierra Leone Civil War, Council for the Development of Social Science Research in Africa, UNISA Press, pp. 144-163.

Global Witness, 2006, “The Truth About Diamonds”, Global Witness Publishing Inc., pp. 1-7.

Kpundeh, S., 2004, “Corruption and Political Insurgency in Sierra Leone”, in: Abdullah (ed), I., 2004, Between Democracy and Terror. The Sierra Leone Civil War, Council for the Development of Social Science Research in Africa, UNISA Press, pp. 90-103.

Mutwol, J.K., 2006, Why peace agreements in civil wars succeed or fail: insurgent motivations, state responses and third party peacemaking in Liberia, Rwanda and Sierra Leone, UMI Dissertation Services, Baltimore, Maryland.

Pearce, J., 2004, “War, Peace and Diamonds in Angola: Popular perceptions of the diamond industry in the Lundas”, African Security Review 13(2), pp. 51-64.

Pugh, M. and Neil Cooper, 2004, War Economies in a Regional Context. Challenges of Transformation, Boulder, CO: Lynne Rienner.

Rubin, B.R., 2001, “Talk to an IPA-sponsored meeting for the UN Security Council on Regional Approaches to Conflict Management in Africa”, Center on International Cooperation, pp. 2-9.

Samset, I., 2002, “Conflict of Interests or Interests in Conflict? Diamonds and War in the DRC”, Review of African Political Economy, No.93/94, pp. 463-480.

Silberfein, M., 2004, “The geopolitics of conflict and diamonds in Sierra Leone”, Geopolitics, 9:1, pp. 213-241.

Zack-Williams, A.B., 1999, “Sierra Leone: The Political Economy of Civil War, 1991-1998”, Third World Quarterly, Vol. 20, No. 1, Complex Political Emergencies, pp. 142, 162.

S/2000/1195, “Report of the Panel of Experts appointed pursuant to Security Council resolution 1306 (2000), paragraph 19, in relation to Sierra Leone”, December 2000. http://www.nisat.org/sanctions%20reports/Sierra%20Leone/UN%202000-12-20%20Sierra%20Leone.pdf

Secretary General’s Reports to the Security Council (SG Reports)

http://www.un.org/documents/repsc.html


De vredesverdragen

Abidjan Accord (1996)

http://www.sierra-leone.org/abidjanaccord.html

Conakry Peace Plan (1997)

http://www.sierra-leone.org/conakryaccord.html

Lome Peace Agreement (1999)

http://www.sierra-leone.org/lomeaccord.html

Abuja Cease-Fire Agreement (2000)

http://www.sierra-leone.org/ceasefire1100.html