Burundi
juni 2010
Inleiding
In 1993 brak er in Burundi een grootschalig conflict uit tussen Hutu’s en Tutsi’s, waarbij Hutu rebellengroepen tegenover elkaar en het door Tutsi’s gedomineerde staatsleger stonden. Vanaf begin 2000 nemen de meeste rebellengroepen deel aan een grootschalig vredesproces en is er op dit moment een regering waar zowel Hutu’s als Tutsi’s in zitten. In 2006 werd er een vredesakkoord gesloten, maar pas vanaf 2008 is er sprake van een lichte stabiliteit in het land.
- Betrokken partijen
- De (voorheen) Tutsi-gedomineerde regering en leger van Burundi
- De Hutu politieke- en rebellenbeweging NCDD-FDD
- De Hutu rebellenbeweging Frolina
- De Hutu rebellenbeweging FNL
- De Verenigde Naties
- Het conflict
In Burundi leefden van oudsher drie bevolkingsgroepen, de Twa, de Hutu’s en de Tutsi’s, waarbij de Tutsi’s de macht in handen hadden. De Hutu’s vormden de grootste bevolkingsgroep.
Eind 19e eeuw werd Burundi een kolonie van Duitsland, samen met buurland Rwanda. Na de Eerste Wereldoorlog, die door Duitsland verloren werd, kwamen Burundi en Rwanda gezamenlijk onder het bewind van België. De Belgen gaven de Tutsi’s – net als in Rwanda – meer macht dan de andere bevolkingsgroepen, om voor zichzelf het koloniale bestuur van het land te vergemakkelijken. Na de Tweede Wereldoorlog stond België de oprichting van verschillende politieke partijen in Burundi toe.In 1962 werd Burundi (net als Rwanda) onafhankelijk. Omdat daarvoor al politieke partijen waren toegestaan, werd Burundi een constitutionele monarchie met een parlement waarin zowel Tutsi’s als Hutu’s zaten. In buurland Rwanda braken echter grove gewelddadigheden uit tussen de daar wonende Hutu’s en Tutsi’s, waarbij de Hutu’s de macht in handen kregen. De Tutsi minderheid in Burundi was bang dat er in Burundi eventueel hetzelfde kon gebeuren en pleegden een staatsgreep in 1965. In 1966 wist het door Tutsi’s gedomineerde leger definitief de macht in handen te krijgen. Tussen 1966 en 1993 hebben verschillende militaire regimes Burundi geleid, waarbij de Tutsi’s de belangrijkste posities in de politiek en maatschappij bekleedden. Veel Hutu’s vluchtten naar omringende buurlanden, waaronder Tanzania. In de jaren ’80 werd daar een politieke- en gewapende groepering in de vluchtelingenkampen opgericht; de Palipehutu en diens politieke tak de FNL. De Palipehutu startte een gewapend conflict tegen het toenmalige regime van Burundi, maar zonder succes. Als gevolg braken twee gewapende groeperingen weg van de Palipehutu; Frolina en de FNL.
Begin jaren ’90 was er in Burundi een gematigd Tutsi regime aan de macht gekomen, wat ernaar streefde om de Hutu’s aan de politieke besluitvorming van het land deel te laten nemen. In 1993 vonden er daardoor voor het eerst sinds 1962 presidentsverkiezingen plaats. Deze werden gewonnen door de Hutu Ndadaye. De nieuwe president werd echter binnen drie maanden na zijn aanstelling vermoord door Tutsi extremisten. Uit woede over de moord werd door politiek actieve Hutu’s de rebellengroepering CNDD en diens gewapende tak FDD opgericht, die vervolgens de Tutsi bevolking aanviel. Uit woede en om de orde te herstellen vielen op diens beurt het Tutsi gedomineerde leger en de Tutsi bevolking weer de Hutu bevolking aan. Aan beide kanten kwamen in korte tijd veel burgers om het leen. Deze periode wordt tegenwoordig de 'genocide van Burundi' genoemd.
In 1994 vond er een aanslag op de opvolger van de vermoorde president Ndadaye plaats, de nieuwe president Ntaryamira, toen het vliegtuig waar deze samen met de toenmalige president van Rwanda inzat werd neergeschoten. Beide presidenten kwamen om het leven. Voor Rwanda betekende dit het begin van de genocide (zie hiervoor op de Conflictenteller ‘Rwanda’). In Burundi braken ook gewelddadigheden uit, maar niet zo erg als in het buurland. Grote stromen van vluchtelingen uit het door genocide geteisterde Rwanda zorgde echter wel voor een grote destabilisering van Burundi.
Na de moord op Ntaryamira werd de macht gedeeld door een Hutu president en de door Tutsi’s gedomineerde legermacht, maar in 1996 werd er door de Tutsi top een coup gepleegd. In deze periode werden de begin jaren ’90 ontstane rebellengroeperingen Frolina en de FNL actief in het conflict. Het conflict had grote stromen vluchtelingen als gevolg. In deze periode raakte Burundi ook betrokken bij het conflict in buurland DR Congo, omdat het Tutsi regime de Tutsi regering in Rwanda steunde in diens strijd tegen de Hutu rebellen die zich in de DR Congo ophielden. De regering van de DR Congo steunde op diens beurt weer de Burundese rebellenbeweging NCDD-FDD.
Vanaf 1998 werden pogingen tot vredesonderhandelingen gedaan tussen de Burundese regering en de verschillende rebellengroeperingen. De burgeroorlog bleef intussen gewoon doorgaan. In 1999 werd Nelson Mandela mediator in het conflict, en hij wist in 2000 een vredesakkoord - het Arusha akkoord – te sluiten tussen de Burundese regering, verschillende politieke partijen en de Frolina. De NCDD-FDD en de FNL ondertekenden het akkoord echter niet, waardoor het conflict alsnog doorging.
Volgens de afspraken die gemaakt waren bij het Arusha akkoord kreeg Burundi intussen in 2001 een overgangsregering, die gevormd werd door zowel Tutsi’s als Hutu’s. De overgangsregering startte vervolgens vredesonderhandelingen met de NCDD-FDD en de FNL. Deze onderhandelingen werden bemoeilijkt doordat er nog steeds gevochten werd tussen de drie partijen (ook onderling) en doordat er binnen de twee rebellengroeperingen discussie was over het wel of niet doorstrijden. In 2003 wist de overgangsregering van Burundi een vredesakkoord met de NCDD-FDD te sluiten, op voorwaarde dat de rebellen van deze groepering in het leger zouden worden opgenomen. De NCDD-FDD is toen omgevormd tot een politieke partij. De VN installeerde in 2004 een vredesmissie in Burundi, ONUB, die moest toezien op het vredesproces. In 2005 werden er voor het eerst sinds 1965 presidentsverkiezingen gehouden, waarbij de leider van de NCDD-FDD, de Hutu Nkurunziza, won.
Mede door de komst van Nkurunziza als president, werden de vredesonderhandelingen tussen de FNL en de regering van Burundi weer voortgezet. In 2006 werd een vredesakkoord tussen beide partijen gesloten, wat het officiële einde van de burgeroorlog betekende. Echter, gewelddadigheden tussen het leger van Burundi en de FNL bleven voorduren. In 2008 werden er tussen de FNL en de Burundese regering nieuwe onderhandelingen gevoerd, en in datzelfde jaar spraken beide partijen af zich daadwerkelijk aan het vredesakkoord uit 2006 te houden.
Van 2004 tot 2009 is het leger van Burundi hervormd, waarbij de oude, door Tutsi’s gedomineerde troepen samengegaan zijn met voormalige Hutu strijders van zowel de NCDD-FDD en vanaf 2009 de FNL, waardoor het leger niet langer volledig door Tutsi’s gedomineerd is. Burundi wordt daarbij ondersteund door de VN. Sinds april 2009 is de FNL een politieke partij en maakt zij onderdeel uit van de oppositie in het Burundese parlement.
Stand van zaken juni 2010
In juni 2010 hebben in Burundi de tweede presidentsverkiezingen sinds de onafhankelijkheid in 1962 plaatsgevonden. De enige presidentskandidaat was de huidige president Nkurunziza, nadat meerdere oppositiepartijen – waaronder de FNL en diens leider Agathon Rwasa – zich hadden teruggetrokken uit protest. De oppositiepartijen waren van mening dat de verkiezingen oneerlijk zouden verlopen. In de weken voor de verkiezingen vonden er verschillende gewelddadige incidenten in Burundi plaats.
Cijfers
Door de oorlog zijn er ongeveer 300.000 doden gevallen. Minstens één miljoen mensen hebben moeten vluchten voor het geweld. In 2008 bevonden zich nog ongeveer 400.000 vluchtelingen in omringende buurlanden, en waren er nog zo’n 100.000 vluchtelingen in Burundi zelf.
Betrokkenheid internationale gemeenschap
De internationale gemeenschap is bij het conflict in Burundi betrokken geweest via de toenmalige Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela toen deze als mediator optrad tijdens de vredesonderhandelingen tussen 1999 en 2000, en via een VN vredesmissie die geinstalleerd werd in 2004. Deze missie, ONUB, controleerde het vredesproces in Burundi. De missie liep in 2007 af en is nu vervangen door het VN kantoor BINUB, wat ondersteuning geeft bij de wederopbouw van het land.
- Vredesproces en wederopbouw
Nederlandse NGO's actief
War Child
- Betrokkenheid vrouwen bij het conflict
Tijdens het conflict werden veel vrouwen gedwongen om te vluchten naar de omringende buurlanden of raakten zij ontheemd in eigen land. Veel, voornamelijk jonge vrouwen werden ook gerekruteerd door de verschillende rebellengroeperingen -zoals de FNL - om te strijden tegen het Burundese leger.
Door het conflict is de hele samenleving ontwricht geraakt en is geweld een dagelijks fenomeen geworden. Vooral huiselijk en seksueel geweld is een probleem in Burundi, waarbij ongeveer 20 procent van de slachtoffers vrouwen en vaak jonge meisjes zijn. Ook hebben in Burundi vrouwen minder rechten dan mannen.
Inmiddels zijn sinds het einde van het conflict veel vrouwen die hebben moeten vluchten weer teruggekeerd naar Burundi. Ook steeds meer vrouwelijke oud-strijdsters van de FNL keren terug in de samenleving, maar zij hebben vaak nog te maken met onbegrip en oorlogstrauma’s. Meerdere internationale organisaties – zoals de Wereldbank – en (inter)nationale en lokale NGO’s zetten zich in voor deze en andere vrouwen die met het oorlogsgeweld in aanraking zijn geweest via projecten die de sociale en economische integratie van vrouwen in de Burundese samenleving moeten bevorderen. Steeds meer vrouwen in Burundi zetten zich in voor het vredesproces en maatschappeliijke en politieke participatie. Zo maken vrouwen tegenwoordig deel uit van het parlement van Burundi.
- Betrokkenheid kinderen bij het conflict
- Veel
kinderen werden gedwongen om te vluchten voor het geweld tijdens het
conflict in Burundi. Velen daarvan zijn een of beide ouders kwijtgeraakt
door ziekte of tijdens de vlucht voor het geweld. Ongeveer 15 procent
van de kinderen in Burundi is door het conflict wees.
Van de FNL is het bekend dat zij kinderen als soldaten ingezet hebben tijdens het conflict. Inmiddels is er begonnen met de demobilisering en reïntegratie van deze kinderen in de samenleving.
Sinds het einde van de burgeroorlog in 2006 worden steeds meer mensen die naar de omringende buurlanden gevlucht zijn teruggestuurd. Daaronder bevinden zich veel jongvolwassenen die als kind hebben moeten vluchten, maar ook kinderen die in tijdens het conflict in het buitenland geboren zijn. De jong-volwassenen die terugkeren hebben meestal geen thuis meer. Ook voelen de kinderen en jong-volwassenen die terugkeren naar Burundi zich vaak niet thuis in het land. In Burundi zijn daarom meerdere NGO’s – zowel (inter)nationale en lokale – actief die deze kinderen en jong-volwassenen proberen te ondersteunen, via onder andere onderwijs en psychologisch door te praten over de oorlog en de huidige problemen waar zij tegen aanlopen.
- Links en downloads
- Hier vind je links naar interessante websites en artikelen over dit conflict.
Media
BBC News
Burundi country profile (Engelstalig):
http://news.bbc.co.uk/2/hi/africa/country_profiles/1068873.stm
Rapporten
ISOnline
Opbouw in Burundi (2007):
http://www.isonline.nl/?node_id=63322
Website
OneWorld.nl
Burundi – vrouwelijke veteranen strijden tegen stigma’s ( 15 februari 2010):
http://www.oneworld.nl/Nieuws/Achtergrond/article/24444/


















Bekijk de "persoonlijke verhalen" achter het conflict.