Conflicten Teller nl

  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtsstrijd
  • Dit heeft nog niet geleid tot geweld of de spanningen gaan niet langer met geweld gepaard
  • Het conflict speelt nu, of niet langer dan een jaar geleden
  • Er is gewapende strijd om de macht over (een deel van) het land
  • Bij de strijd is minstens één regeringsleger en één andere gewapende groepering betrokken
  • Er is gewapende strijd geweest tussen gewapende groepen met meer dan 25 doden per jaar.
  • Er is nu geen grootschalige gewapende strijd meer, er is een vredesakkoord, staakt-het-vuren of het conflict is slapend
  • Er vallen (relatief) weinig doden door de strijd; minder dan 25 per jaar.
  • De oorzaken van het conflict zijn nog niet echt weggenomen.
  • Er kan opnieuw gewapende strijd uitbreken.
  • Er is sprake van grote politieke tegenstellingen, spanningen en/of machtstrijd.
  • Het conflict valt niet onder de bovenstaande 3 definities, maar is belangrijk genoeg om onder de aandacht te worden gebracht.
  • Bij dit conflict zijn filmpjes en/of teksten beschikbaar waarin de persoonlijke verhalen achter het conflict verteld worden.
  • KIik op de vertellerknop hierboven om de popup met de filmpjes te openen.

Aantal conflicten
in de wereld

Afghanistan

Nils Witte

Inleiding

De Afghaanse staat heeft al vele decennia niet meer het monopolie op geweld en gewapende groepen strijden met elkaar en de centrale en provinciale overheden om economische en politieke macht. Er is een veelvoud aan strijdende partijen in Afghanistan aanwezig die op lokaal, provinciaal en nationaal niveau opereren. De Westerse betrokkenheid in Afghanistan heeft zich in twee periodes voorgedaan: 1) tijdens de Koude Oorlog en de Sovjet invasie van Afghanistan; en 2) in reactie op de aanslagen van 11 september en de daaropvolgende omverwerping van het Taliban regime. Vanaf 2001 strijden de Afghaanse overheid en de international troepenmacht in Afghanistan gezamenlijk tegen de Taliban en andere opstandige groeperingen. Tot op heden is er nog geen sprake van vrede en veiligheid in Afghanistan.

Edit
Delete
Betrokken partijen
- Noordelijke Alliantie
- Taliban
- Hizb-i Islami
- Regering van de Islamitische Republiek Afghanistan
- Internationale militaire aanwezigheid in Afghanistan: NAVO/ISAF

Edit
Delete
Het conflict
Het geweld in Afghanistan heeft een lange geschiedenis die terug gaat tot de periode na het omverwerpen van koning Zahir Shah in 1973. Sindsdien zijn er meerdere groeperingen die in opstand zijn tegen de regering. De Taliban is een van de bekendste groeperingen.


Ten tijde van de monarchie was er sprake van een staat die tot op zekere hoogte instaat was om de eenheid in het land te bewaren en een gevoel van stabiliteit aan zijn bevolking te bieden. In de decennia die daarop volgden werd het bestuur van het land echter grotendeels betwist door elkaar met geweld bestrijdende partijen. De in Afghanistan heersende regimes vanaf 1973 tot 1992 hadden allen een sterk autoritair karakter en hadden een socialistische of communistische wereldbeschouwing. In 1979 viel de Sovjet Unie Afghanistan binnen en zou het land bezetten tot aan 1989. Andersdenkende politiek georiënteerde partijen en individuen voelden zich steeds verder vervreemden van de communistische Afghaanse staat en namen de wapens op tegen de Sovjet bezetting. Het binnenlandse Islamitische verzet tegen de seculiere Afghaanse staat begon zich in deze jaren te vormen en een hevige strijd barste los. De staat had niet langer het monopolie op geweld, maar gewapende verzetsbewegingen concurreerden nu met de staat om de controle over het land.


Omdat op hetzelfde moment de Koude Oorlog in alle hevigheid aan de gang was, ontvingen de bewegingen die streden tegen de Sovjet bezetting steun vanuit de Verenigde Staten in de vorm van training en wapens. Nadat de Sovjet Unie zijn troepen terugtrok uit Afghanistan tussen 1987 en 1989, bleef het Afghaanse communistische regime onder leiding van Mohammed Najibullah aan de macht tot 1992. Zelfs nadat de Sovjet Unie zich had teruggetrokken uit Afghanistan bleven zij het communistische Najibullah regime nog enkele jaren steunen met voedsel, geld en wapens. Dit was hard nodig want het Islamitische verzet tegen de seculiere Afghaanse overheid begon steeds sterker te worden. De steun vanuit de Sovjet Unie hield in 1991 echter op en in 1992 viel uiteindelijk dit laatste Afghaanse communistische regime. Met het verdwijnen van het laatste communistische regime in Afghanistan en het ten einde komen van Koude Oorlog, verdween ook de Westerse interesse voor Afghanistan en daarmee ook de Westerse steun voor Afghaanse gewapende partijen in de begin jaren ’90.


Het machtsvacuüm dat ontstond na het vallen van het Najibullah regime kon niet worden opgevuld door een samenwerking van invloedrijke krijgsheren en verzetsbewegingen die in 1992 de Peshawar Akkoorden ondertekenden. Deze akkoorden zorgden voor de oprichting van de Islamitische Staat Afghanistan, echter zij brachten het land geen vrede en stabiliteit. Krijgsheren, milities en Islamitische verzetsbewegingen streden met elkaar om de macht in het land, waarbij de nationale overheid te verdeeld en te zwak was om te kunnen ingrijpen. Door het geweld was het niet mogelijk geweest om een sterke Afghaanse staat te vormen en in plaats daarvan werd het land geregeerd door een veelvoud aan milities en krijgsheren die ieder een eigen grondgebied hadden. Staakt-het-vuren werden afgesloten tussen de diverse partijen, maar vaak hielden deze slechts enkele dagen stand. Kaboel werd het terrein van vele facties die elkaar naar het leven stonden, waarbij verschillende delen van de stad door verschillende milities en krijgsheren gecontroleerd werden. Veel krijgsheren hadden niet langer de controle over hun commandanten wat chaos tot gevolg had.


Een gebrek aan interesse en militaire/politieke steun vanuit het Westen werd vervangen door steun aan milities en krijgsheren vanuit regionale machten als Saudi-Arabië en Pakistan die streden om invloed in Afghanistan. Het zuiden van Afghanistan werd gecontroleerd door milities en krijgsheren die door deze regionale machten werden gefinancierd, en de zwakke Afghaanse staat was niet instaat om enige invloed in dit deel van het land uit te oefenen.


In het noorden van het land begon de situatie echter te veranderen. Tegen 1994 had Ahmed Shah Massoud van de Noordelijke Alliantie, hij was tevens de minister van defensie van de Islamitische Staat Afghanistan, de strijd om Kaboel gewonnen van andere partijen als Hizb-i Islami. Hij wilde een proces van vredesbesprekingen starten en aan de gang gaan met het opbouwen van een sterke Afghaanse staat. Na aanvankelijk enkele successen behaald te hebben bleek het vredesproces niet bestand tegen de oprukkende Taliban.


De opmars van de Taliban begon in 1994 in het zuiden van het land en tegen 1995 hadden zij Kaboel bereikt. Na eerst een aantal overwinningen behaald te hebben in het zuiden van het land, leed de Taliban daarna een aantal zware nederlagen. Door de grote steun vanuit Pakistan was deze beweging echter toch instaat om in 1996 Kaboel na zware gevechten in te nemen en de Noordelijke Alliantie werd teruggedreven naar de noordelijke provincies. De Taliban controleerde vanaf dat moment het grootste gedeelte van het land waaronder Kaboel.


Na het aan de macht komen van de Taliban veranderden zij de naam van het land in het Islamitische Emiraat Afghanistan. De Sharia (Islamitische wetgeving) zou bepalend worden voor de Afghaanse samenleving onder de controle van de Taliban. Vrouwen mochten niet langer werken en het was meisjes niet meer toegestaan om naar school te gaan. Criminaliteit en overtredingen werden zwaar bestraft, waarbij de amputatie van ledematen een vaak voorkomende straf was. Ook vond Al-Qaeda in deze jaren een veilige haven in Afghanistan.


De Westerse aandacht voor Afghanistan kwam weer terug na de aanslagen van 11 september 2001 op het Pentagon en het World Trade Center. Het bleek al snel dat Al-Qaeda achter de aanslagen zat en het Taliban regime werd medeverantwoordelijk gehouden omdat het Al-Qaeda had toegestaan om vanuit Afghanistan te opereren. In een reactie op de aanslagen vielen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Afghanistan binnen. De Westerse troepen werkten samen met de Noordelijke Alliantie bij het omverwerpen van het Taliban regime, aangezien deze al sinds 1996 strijd voerde tegen de Taliban vanuit het noorden van het land. Na het omverwerpen van de Taliban regime werd er een interim regering gevormd die Afghanistan tot 2004 zou leiden. Deze interim regering zou geleid worden door Hamid Kharzai, een politicus die in de eerste postcommunistische regering een (onder)ministerspost had bekleed. Na het aan de macht komen van de Taliban zou hij vanuit Pakistan nauw samen gaan werken met de Noordelijke Alliantie tegen de Taliban. De aanzien die hem dit opleverde stelde hem na het omverwerpen van het Taliban regime instaat om het land te gaan leidden.


Het omverwerpen van het Taliban regime betekende echter niet het einde van het geweld in Afghanistan. In de eerste plaats was er de Taliban die hun strijd tegen de nieuw gevormde regering en de internationale troepenmacht vervolgden. De Taliban zou een guerrilla strijd gaan voeren tegen de Afghaanse en internationale strijdkrachten, omdat het niet in staat was (sterk genoeg was) om een openlijke strijd aan te gaan. Doordat de Taliban van de macht verdreven werd en er een nieuwe regering en veiligheidsapparaat gevormd moesten worden, ontwikkelden zich daarnaast ook nog een aantal andere conflicten. Conflicten die voort kwamen uit of escaleerden door de zwakte van de Afghaanse staat. De nieuw gevormde regering bleek niet instaat om adequaat op te kunnen treden en orde te kunnen creëren in een land dat al vele decennia door geweld geteisterd werd.

De conflicten die zich ontwikkelden in Afghanistan ontwikkelden betroffen: 1) conflicten of de controle van de drugshandel, waarbij diverse krijgsheren en milities elkaar met geweld bestreden, en waarbij ook de internationale troepenmacht de drugshandel probeerde in te dammen; 2) lokale conflicten, waarbij stammen elkaar bestrijden om de provincial en/of lokale politieke macht; 3) sektarisch geweld tussen diverse religieuze milities in Afghanistan (shia, wahabbi en soenitische milities); 4) regionale conflicten, waarbij landen als Iran, Pakistan, Saudi Arabië en de Verenigde Staten bepaalde milities steunen en deze voor hun laten vechten om zo een grotere invloedsfeer en macht te verkrijgen in Afghanistan.


Belangrijkste betrokken partijen:


Noordelijke Alliantie: Een coalitie van krijgsheren/milities welke werd gevormd in de chaos van de jaren ’90 en die streed tegen de Taliban. De eigenlijke naam van deze alliantie is Verenigd Islamitisch Front voor de Verlossing van Afghanistan, maar zij werd de Noordelijke Alliantie genoemd omdat zij in de tweede helft van de jaren ’90 een aantal noordelijke provincies in Afghanistan controleerde. Pas na de aanslagen van 11 September (9/11) ontving deze coalitie steun vanuit het Westen, en was zij instaat het Taliban regime om ver te werpen. Na het omverwerpen van het Taliban regime werd deze alliantie opgeheven in 2001. Van invloed op de beslissing om deze beweging op te heffen was de dood van de leider van de Noordelijke Alliantie, Ahmed Shah Massoud. Twee dagen voor 9/11 werd hij door de Taliban vermoord.

Ahmed Shah Massoud genoot een grote populariteit onder de Afghaanse bevolking en onder zijn manschappen (en doet dat na zijn dood nog steeds). Massoud nam voor het eerst de wapens op ten tijde van de Sovjet bezetting, en bekleedde na de val van de Najibullah regering een ministerspost in de begin jaren ’90. Hij stond erom bekend dat hij een van de weinige krijgsheren was die niet wreed of oneerlijk ten opzichte van de burgerbevolking handelde, iets wat hem veel krediet opleverde. Na zijn dood en het omverwerpen van het Taliban regime, kwam de Noordelijke Alliantie in een leiderschapscrisis en waar zij niet meer uit kwam.


Taliban: Een gewapende beweging die claimt te strijden voor Islamitische principes van gerechtigheid en puurheid in Afghanistan. Deze beweging is midden jaren ‘90 in Pakistan gevormd uit Afghaanse vluchtelingen welke geschoold werden in madrassas (koran scholen). De steun vanuit Pakistan is significant geweest door de jaren heen, maar het is onduidelijk hoeveel steun er nu nog vanuit deze hoek naar de Taliban toe gaat. Van 1996 tot 2001 hebben de Taliban Afghanistan bestuurd, en na hun omverwerping zijn zij een guerrilla strijd met de Afghaanse overheid en de internationale troepenmacht aangegaan.


Hizb-i-Islami: Een Islamitische beweging welke zijn wortels heeft in de strijd tegen de Sovjet bezetting, en op het moment strijd tegen troepen van de internationale vredesmacht in Afghanistan en de Afghaanse overheid. Oorspronkelijk ontving deze beweging steun vanuit de Verenigde Staten in zijn strijd tegen de Sovjet Unie, en het is bekend dat tot de eind jaren negentig deze beweging ook steun vanuit de Pakistaanse geheime dienst (ISI) ontving. De beweging hangt een fundamentalistische Islamitische ideologie aan en vormt samen met de Taliban een anti-Westerse coalitie in Afghanistan.


Opstandige bewegingen als de Taliban en Hizb-i Islami hebben vaak een geschiedenis die enkele decennia terug gaat tot aan de strijd tegen de seculiere Sovjet bezetter. De mensen die deze bewegingen hebben gestart zijn gevormd door hun strijd tegen de seculiere communistische regimes. Deze strijd heeft hun radicaal Islamitische ideologie en retoriek van jihad sterk gevormd. Deze bewegingen hebben echter wel een sterke ontwikkeling doorgemaakt sinds hun oprichting, waardoor hun politieke en economische agenda sterk veranderd is. De strijd die dergelijke bewegingen voeren wordt regelmatig verondersteld religieus gemotiveerd te zijn, maar men moet niet de meer “wereldlijke” elementen van deze strijd uit het oog verliezen. “A Strategic Conflict Assessment of Afghanistan”, een Engelstalige studie uitgevoerd door de Post-War Reconstruction and Development Unit in 2008, geeft aan dat de motieven voor geweld vaak ook te vinden zijn bij leiders die bijvoorbeeld grondgebieden of de drugshandel willen controleren. Macht en economisch opportunisme zijn vaak net zulke sterke drijfveren voor geweld als religieus fanatisme. Dit zorgt er ook voor dat gevechten niet alleen tussen de opstandige bewegingen en de Afghaanse overheid en Westerse troepen plaatsvinden, maar ook tussen en zelfs binnen deze bewegingen.


De strijders die zich aansluiten bij deze radicaal Islamitische bewegingen zijn vaak jongemannen. Onderzoek uitgevoerd door de Afghaanse NGO Cooperation for Peace and Unity (CPAU) (2009) naar het radicaliseringproces van mensen die zich aansluiten bij bewegingen/organisaties als de Taliban of Hizb-i Islami, geeft aan dat religieuze/ideologische motieven vaak niet het belangrijkste motief voor deelname hoeven te zijn. Het radicaliseringproces van deze jongemannen vindt vaak pas plaats na aansluiting bij een dergelijke organisatie. Motieven die gevonden zijn in het onderzoek uitgevoerd door CPAU, zijn onder andere:


  • De hoge mate van werkeloosheid, waardoor jongemannen zich genoodzaakt zien om in ruil voor financiële middelen deel te nemen aan gevechten aan de zijde van bijvoorbeeld de Taliban of Hizb-i Islami;

  • Het gebrek aan veiligheid, vaak hebben mensen geen keuze en worden zij gedwongen een kant te kiezen tussen de diverse strijdende partijen in hun provincies;

  • Een niet goed functionerend rechtssysteem, waardoor disputen tussen families en stammen niet altijd door neutrale rechtbanken opgelost kunnen worden. Zij zoeken dan steun bij gewapende bewegingen om hun positie in een dispuut meer kracht te kunnen bijzetten;

  • Het is een manier voor jongemannen om hogerop te komen in de sociale ladder. Het strijden tegen de “buitenlandse overheersers” levert hen aanzien op in hun sociale omgeving.


Deze motieven hebben direct betrekking op de zwaktes van de Afghaanse staat en de slechte economische situatie in het land. Naast deze motieven bestaat er ook een groot wantrouwen en aversie richting de internationale troepenmacht. De mensen die door CPAU ondervraagd zijn, geven hierbij ook aan dat zij vaak niet weten wat de internationale troepen in hun land doen en dat zij niet geloven dat zij er zijn om vrede en veiligheid te brengen.

Edit
Delete
Vredesproces en wederopbouw
Er zijn verschillende pogingen gedaan voor de vredesopbouw in Afghanistan. Hierbij zijn verschillende internationale hulporganisaties betrokken.


De Bonn Akkoorden

In 2001 kwamen in Bonn (Duitsland) een aantal prominente Afghaanse politiek leiders bijeen onder auspiciën van de Verenigde Naties. Hier werden afspraken gemaakt over het instellen van een interim-regering, het ontwerpen van een Afghaanse grondwet en het instellen van een internationale troepenmacht die de Afghaanse overheid zou helpen bij het verbeteren van de veiligheidssituatie.


De Afghaanse grondwet werd in 2004 door een nationale jirga (bijeenkomst van belangrijke en invloedrijke personen) aangenomen en de eerste regering van de Islamitische republiek werd gevormd. Inmiddels zijn in 2009 nationale verkiezingen geweest welke wederom door Hamid Kharzai werden gewonnen. De verkiezingen verliepen echter niet vlekkeloos en er werd op grote schaal fraude gerapporteerd door de aanwezige internationale waarnemers. Ook de in september 2010 gehouden parlementsverkiezingen verliepen niet helemaal correct. Een speciaal gerechtshof heeft de fraude bij de parlementsverkiezingen onderzocht en bijna een kwart van de parlementariërs werd schuldig bevonden aan fraude. Het is op het moment nog niet duidelijk wat de gevolgen gaan zijn voor de aan fraude schuldig bevonden parlementariërs.


ISAF

In de Bonn Akkoorden werden er afspraken gemaakt over een door de NAVO geleidde missie in Afghanistan. Deze missie kreeg als doel het beschermen van de Afghaanse bevolking tegen de gewapende krijgsheren, milities en gewapende organisaties/bewegingen (e.g. Taliban) die het land teister(d)en. Deze missie zou ISAF komen te heten en aangenomen worden in VN Veiligheidsraad resolutie 1386.


Doordat de ISAF missie in de diverse provincies door verschillende staten wordt geleid, bestaan er echter grote verschillen in de aanpak door ISAF van de veiligheids- en wederopbouwproblematiek in de diverse provincies. Een andere factor die hier van invloed is, is dat sommige provincies meer of minder last hebben van krijgsheren, milities, Hizb-i Islami, en de Taliban.


Een vaker voorkomend en veel geprezen aanpak is de zogenaamde 3D-approach, waarbij de drie D’s voor Development, Diplomacy en Defense staan. Vaak zijn de problemen die een conflictgebied teisteren niet alleen militair van aard, maar hebben zij ook economische en politieke dimensies. Binnen deze aanpak worden diplomatieke-/politieke- en wederopbouw-/ontwikkelingsinitiatieven gecombineerd met het bevechten van opstandige elementen door de internationale troepenmacht. Binnen deze aanpak werken militairen samen met civiele organisaties en het ministerie van buitenlandse zaken (en het voormalige ontwikkelings-samenwerking) bij het stabiliseren en opbouwen van de Afghaanse provincies. Staten die erom bekend staan deze aanpak te volgen of te hebben gevolgd zijn Nederland en Canada.


In 2011 heeft de VN Veiligheidsraad het mandaat voor de ISAF missie weer met een jaar verlengd, maar nu al hebben diverse NAVO-landen bekendgemaakt dat zij hun troepen in de aankomende jaren uit Afghanistan terug gaan trekken. Onder deze landen bevinden zich Duitsland en de Verenigde Staten. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de 100.000 troepen die de Verenigde Staten in Afghanistan hebben op het moment niet allemaal binnen het ISAF mandaat opereren, maar binnen een aparte Amerikaanse missie in Afghanistan.


Het Nederlandse parlement heeft in 2010 besloten zijn wederopbouw en militaire missie in het zuidelijk gelegen Uruzgan (provincie) stop te zetten. Recentelijk is er echter wel besloten dat Nederland politietrainers naar het noordelijk gelegen Kunduz gaat sturen om Afghaanse politieagenten op te leiden.


Met het naderende ten einde komen van de internationale militaire aanwezigheid, worden ook steeds meer verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid naar de Afghaanse overheid overgeheveld. De Afghaanse overheid heeft inmiddels de verantwoordelijkheid gekregen voor de veiligheid in een klein aantal relatief kalme gebieden. Dit aantal zal in de aankomende jaren toenemen.


Onderhandelingen

In 2010 heeft president Karzai een Raad van Nationale verzoening opgericht om met opstandige elementen in zijn land in gesprek te gaan. De NAVO heeft aangegeven hierbij een ondersteunende rol te spelen, waarbij er een vrijgeleide gegeven wordt aan opstandelingen die voor overleg komen. Op het moment is er enkel sprake van een toenadering tussen de opstandelingen en de Afghaanse overheid en zijn er nog geen directe onderhandelingen aan de gang tussen de Afghaanse overheid en opstandige elementen.


Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de Verenigde Staten onderhandelen met de Taliban, maar ook deze worden geclaimd zich nog in een verkennende fase te bevinden.



Civiele Wederopbouw Projecten

Naast de vorming van de door de NAVO geleidde militaire vredesmissie worden er een veelvoud aan civiele initiatieven ontplooid door de internationale gemeenschap welke zich richt(t)en op de wederopbouw en ontwikkeling van Afghanistan en het verlenen van humanitaire hulp aan de bevolking. Ook zijn er een groot aantal Afghaanse/lokale organisaties die zich met deze onderwerpen bezighouden. De focus van de betrokken organisaties en projecten is zeer veelzijdig, waarbij onderwerpen centraal staan als: het bevorderen van de democratie in Afghanistan, het helpen van vluchtelingen bij het terugkeren naar hun huizen, het verlenen van voedselhulp aan de Afghaanse bevolking, het helpen opbouwen van de Afghaanse economie doormiddel van o.a. microkredieten, het bevorderen van de Afghaanse rechtsstaat, het trainen van dorpsraden (shuras en jirgas) in het oplossen van lokale disputen, het verbeteren van het Afghaanse onderwijs en de gezondheidszorg, het promoten van vrouwenrechten, etc. etc.


NGO’s


Cooperation for Peace an Unity [Engelstalig]:
Een Afghaanse NGO welke zich richt op de promotie van sociale gerechtigheid en mensenrechten. Dit doen zij door middel van trainingen en educatieve programma’s in landelijke gebieden in Afghanistan.
http://www.cpau.org.af/


Oxfam Novib:
Steun aan lokale wederopbouw projecten.
http://www.oxfamnovib.nl/projecten.html?id=PROJECTS&country=AF&submit=Toon+resultaten

Stichting Vluchteling:
Richt zich op de hulp aan vluchtelingen in conflict gebieden. In dit geval helpt Stichting Vluchteling ook bij de terugkeer van vluchtelingen naar hun voormalige leefomgeving.
http://www.stichtingvluchteling.nl/pagina/afghanistan

Women for Afghan Women [Engelstalig]:
Een organisatie die zich bezighoudt met de promotie van mensenrechten en vrouwenrechten in Afghanistan.
http://www.womenforafghanwomen.org/

Edit
Delete
Betrokkenheid vrouwen bij het conflict

De positie van vrouwen en meisjes sinds de val van het Taliban regime is over het algemeen genomen vooruitgegaan. Meisjes kunnen in grote delen van het land weer naar school en vrouwen kunnen in veel gevallen in de grote steden weer aan het werk. In de landelijke gebieden is de situatie van vrouwen en meisjes vaak nog problematisch, daar zij vaak niet dezelfde rechten als mannen hebben. Wel worden er veel initiatieven door de international gemeenschap gelanceerd om een beter bewustzijn onder de bevolking over vrouwenrechten te creëren.

De Taliban bemoeilijkt de verdere emancipatie van vrouwen in die gebieden waar ze actief zijn. Ook vormt de Taliban een bedreiging voor die vrouwen die een hoge positie in de Afghaanse samenleving hebben weten te bereiken, zoals vrouwelijke journalisten en politici. Deze vrouwen laten zich gelukkig niet uit het veld slaan. Een van de bekendste vrouwelijke politici in Afghanistan is Malalai Joya, die ook wel de ‘dapperste vrouw van Afghanistan’ genoemd wordt, omdat zij zich sterk maakt voor vrouwenrechten en tegen de deelname van zogenoemde ‘war lords’ aan het Afghaanse parlement is.
Edit
Delete
Betrokkenheid kinderen bij het conlict

Doordat de Afghaanse bevolking tussen 1979 en 2001 in feite onderdrukt werd en sinds 2001 er in grote delen van land gevochten wordt, zijn er meerdere generaties kinderen opgegroeid te midden van geweld. 



Veel kinderen hebben de afgelopen jaren een of meerdere familieleden verloren. Nog steeds is het behoorlijk onveilig in Afghanistan, vanwege regelmatige aanslagen, en kinderen vormen een kwetsbare groep. Ook zijn sociale- en gezondheidsvoorzieningen ondanks dat er  nu in Afghanistan meer vrede heerst vrij slecht. Daarom zijn er veel (inter)nationale NGO’s en instellingen in Afghanistan actief om kinderen te helpen, met het verwerken van de gewelddadigheden, maar ook het weer naar school kunnen gaan en het beter beschermd zijn tegen de gewelddadigheden.
Edit
Delete
Links en downloads

Media:

NOS - Afghanistan Dossier [Nederlands]:
http://nos.nl/dossier/119946-afghanistan/

Volkskrant – Dossier Afghanistan [Nederlands]:
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2796/Afghanistan/index.dhtml

Guardian.co.uk [Engels]:
http://www.guardian.co.uk/world/afghanistan


Rapporten:
CPAU – Diverse Publicaties Provinciale Conflict Analyses [Engels]:
http://www.cpau.org.af/?page=allnews&lang=en

CPAU – Drivers or Radicalization in Afghanistan (2009) [Engels]:
http://d.yimg.com/kq/groups/23852819/1968355965/name/Drivers%20of%20Radicalisation%20in%20Afghanistan%20Sep%2009.pdf

Post-War Reconstruction and Development Unit - Strategic Conflict Assessment of Afghanistan (2008) [Engels]:
http://www.york.ac.uk/media/politics/prdu/documents/publications/pub.Afghanistan%20Conflict%20Assessment%20Nov2008.pdf

Websites:
Rijksoverheid Afghanistan [Nederlands]:
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/afghanistan

Brookings Institute [Engels]:
http://www.brookings.edu/topics/afghanistan.asp